Immigratiestroom plaatst Westen voor dilemma

Europa, Japan en de Verenigde Staten staan voor de vraag hoe ze hun culturele identiteit kunnen bewaren nu er steeds meer immigranten nodig zijn om de economische voorspoed te handhaven, meent Samuel P. Huntington.

Migratie is het kernprobleem van onze tijd. De bevolking van de ontwikkelde wereld vergrijst en neemt af, terwijl in het grootste deel van de rest van de wereld de bevolking snel groeit, met als gevolg een voornamelijk jonge bevolking, die de bron is van migratie, instabiliteit en terrorisme.

Europa en Japan staan voor het grote probleem een oplossing te vinden voor deze situatie. Het vruchtbaarheidscijfer is in een groot deel van Europa gedaald naar 1,2 en in Japan schommelt het rond de 1,3. Wegens de vergrijzing en de afname van de bevolking zullen deze landen zich economisch alleen staande kunnen houden als ze de grenzen openstellen voor steeds grotere aantallen immigranten – een nieuw fenomeen voor deze landen en met name voor Japan, dat eerst een sociale revolutie zal moeten doormaken voordat het land zich kan openstellen voor buitenlanders. De Europese landen hebben er iets meer ervaring mee, maar de druk van buiten heeft nu al geleid tot vormen van vreemdelingenangst.

Al deze landen zullen hun culturele identiteit alleen kunnen bewaren als ze de immigratie beperken of stopzetten. Maar dat is wegens de economische behoeften niet mogelijk. Indien migranten worden toegelaten die zich niet assimileren, zullen er net als in Frankfurt en Berlijn grote enclaves van vreemdelingen ontstaan die geïntegreerd noch geïnteresseerd zijn in de samenleving als geheel. En wat zou er van hun vroegere cultuur moeten worden als ze wel zouden proberen zich te assimileren? Voeg daar nog bij dat veel immigranten zich helemaal niet willen assimileren. Dankzij de reis- en communicatiemogelijkheden kan een Turk ook een Turk blijven als hij in Duitsland woont.

Amerika staat voor dezelfde problemen. De factoren die bij vroegere immigratiegolven – van halverwege de negentiende eeuw en kort voor de Eerste Wereldoorlog – bijdroegen tot assimilatie, zijn nu niet meer aanwezig. Aan de immigratiegolven van toen kwam op een gegeven moment een einde, wat de assimilatie bevorderde omdat er geen mensen uit hetzelfde land meer arriveerden. De immigranten kwamen uit zeer verschillende delen van de wereld, van Italië tot Ierland, van Polen tot Griekenland en van Japan tot China, en bij aankomst in de Verenigde Staten verspreidden ze zich over het hele land.

De huidige immigratiegolf is een eindeloze stroom van merendeels illegalen, en is voor de VS een nieuw verschijnsel. De stroom bestaat voornamelijk uit `Hispanics', merendeels Mexicanen, en concentreert zich in het zuidwesten, in Texas en Californië.

Bij de eerste immigratiegolven vielen er twee categorieën te onderscheiden: de `bekeerlingen', die zich wilden assimileren en zich geheel conformeerden aan de Amerikaanse levensstijl. Zij lieten hun taal en oorspronkelijke gewoonten achter zich. De andere groep bestond uit `gasten', die een jaar of vijftien in de VS werkten en daarna naar bijvoorbeeld Sicilië terugkeerden om het ervan te nemen. Maar de immigranten van nu zijn bekeerlingen noch gasten. Ze gaan van Californië naar Mexico en weer terug, hebben een dubbele identiteit en roepen familieleden op zich bij hen te voegen. Mexicaanse presidentskandidaten voeren nu al campagne in Los Angeles om stemmen te trekken en fondsen te werven. Kortom, de VS staan net als Europa en Japan voor een complex van problemen. Het feit dat de assimilatie in het verleden is geslaagd, is geen garantie dat assimilatie in de toekomst zal slagen.

Het is verder de vraag welke invloed dit demografische vraagstuk zal hebben op de mondiale machtsverhoudingen. Op dit moment ontstaat er een nieuwe orde, die de mondiale politiek voor de komende vijftien jaar zal bepalen. De Verenigde Staten, de enige supermacht, vormen het eerste niveau van deze ordening. Het tweede bestaat uit een aantal grote regionale mogendheden – bijvoorbeeld India, China, Japan, Rusland en Frans-Duits Europa. Op het derde niveau bevinden zich de zogeheten `secundaire regionale mogendheden': zo komt Pakistan na India, het Verenigd Koninkrijk na het Frans-Duitse rijk, Oekraïne na Rusland en Korea na Japan.

In deze ordening ligt van meet af aan een conflict tussen de supermacht en de grote regionale mogendheden besloten. De VS menen, als enige supermacht, mondiale belangen en verantwoordelijkheden te hebben en willen dan ook overal hun invloed doen gelden. De regionale mogendheden verzetten zich hiertegen omdat zij van mening zijn dat zij de belangrijkste rol in hun deel van de wereld zouden moeten spelen. Dat leidt vanzelfsprekend tot spanningen.

De spanningen zijn opgelopen door de wijze waarop de VS hun belangen en hun rol in de wereld definieerden en de globalisering bevorderden ten tijde van Clinton. Er was zelfs sprake van een institutionele dynamiek die de VS dwong hun rol te definiëren. De VS raakten immers juist bij de Balkan betrokken doordat de NAVO al bestond en genoodzaakt was in te grijpen.

Op het derde niveau kunnen er ook spanningen ontstaan tussen de belangrijkste regionale mogendheden, die zich als leiders opwerpen, en de secundaire mogendheden. De secundaire mogendheden zullen vervolgens steun zoeken bij de supermacht als tegenwicht tegen de overheersing van de regionale mogendheid. Groot-Brittannië, Pakistan, Oekraïne en Zuid-Korea zullen dan ook prijs stellen op nauwere banden met de VS.

Daarnaast zal er op gezette tijden sprake zijn van rivaliteit tussen de voornaamste regionale mogendheden onderling, in het bijzonder als ze aan elkaar grenzen. Er doen zich geregeld conflicten voor tussen India en China. De Russen zijn vooral beducht voor China. Dat land heeft achtmaal zoveel inwoners als Rusland, de Chinese economie bloeit en de grens tussen de twee landen is enkele duizenden kilometers lang. De wereld in het oosten is voor de Russen geel. Tegenwoordig zijn de betrekkingen tussen Rusland en China uitstekend en verkoopt Rusland wapens aan China. India en Rusland hebben ook een goede band, net als tijdens de Koude Oorlog.

Al die regionale mogendheden verzetten zich op dit moment tegen de Amerikaanse hegemonie, een verzet dat met name luid en duidelijk wordt verwoord door de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Védrine. Er wordt misschien nog niet één front gevormd, maar er bestaat op zijn minst een geostrategisch verzet tegen de brede taakopvatting van de VS.

Toch zijn de belangen van de voornaamste regionale mogendheden niet eenduidig. Ze moeten niets hebben van de Amerikaanse hegemonie en zijn niet van plan zich te voegen naar de Amerikaanse belangen. Maar anderzijds kunnen de VS veel voor deze landen betekenen, in het bijzonder in zaken als handel, technologie en investeringen. In de toekomst kan de situatie er anders uit komen te zien, maar op dit moment hebben ze meer aan goede betrekkingen met de VS dan met elkaar. En dat is duidelijk te merken aan het gedrag van Rusland. Onder Poetin streven de Russen ernaar de anti-Amerikaanse coalitie aan te voeren, maar tegelijk willen ze op goede voet blijven staan met Washington.

Samuel P. Huntington is voorzitter van de Harvard Academy for International and Area Studies en auteur van het boek `Clash of Civilizations and the Remaking of World Order'.

©Los Angeles Times Syndicate

in de toekomst zal slagen