Eerst kopen, dan groeien

De weg naar een mooie kamperfoelie of klimroos loopt in een tuincentrum vaak via het kattenvoer en het wedgewood. Je koopt er van alles, maar voor een goed advies ga je naar de kweker.

Als u een plant, struik, of boom gaat kopen, dan zijn er twee mogelijkheden: U weet wat u wilt hebben, of u zoekt iets om een gat in uw border te vullen, maar u weet niet waarmee – u laat zich inspireren door wat er in het tuincentrum in bloei staat. In dat geval heet u in het vakblad van de tuinbranche een impulskoper. Daar is niets mis mee; in tuincentra kunt u soms leuke ideeën opdoen en aardige koopjes vinden. En nergens anders vindt u palmen en bananen voor nog geen vijfentwintig gulden.

Tuincentra specialiseren zich in visueel aantrekkelijke planten. Ze verkopen geen onooglijke stekjes, maar flinke potten vol. Daarvoor betaalt u. Bedenk wel dat sommige planten razendsnel groeien. Een plant van een rijksdaalder in een klein potje kan, verplant naar een grote pot, in drie weken tijd uitgroeien tot een plant van een tientje, alleen maar door hem water en mest te geven. Zoekt u een plant om cadeau te geven, koop dan een grote; wilt u een perk van een paar vierkante meter volplanten, of een nieuwe tuin, dan kunt u net zo goed kleine planten kopen. Grote planten zijn onevenredig veel duurder dan kleine.

Kwaliteit is een rekbaar begrip. De planten die u bij een tuincentrum koopt zijn vaak met insectenbestrijdingsmiddelen bespoten. Het blad oogt dus gezond en gaaf. Maar zo'n plant is te vergelijken met een filmster die zijn huiduitslag onder een dikke laag make-up verbergt. De situatie in het tuincentrum is niet te vergelijken met die in de tuin en het is waarschijnlijk dat uw botanische filmster er na een paar weken tuin heel anders uitziet: vol rafels en gaten, veroorzaakt door slakken en rupsen. Daartegen kunt u natuurlijk ook spuiten – het tuincentrum verkoopt ook bestrijdingsmiddelen – maar de tuin zou geen theater voor chemische oorlogsvoering moeten zijn. En dat zou een reden kunnen zijn om uw planten liever bij een kweker te kopen dan bij een tuincentrum.

Een kweker zal meestal niet spontaan met informatie tevoorschijn komen die zijn omzet benadeelt, maar als u doorvraagt zal hij u toch een eerlijk antwoord geven. Hij kent de voorkeur van rups en slak uit ervaring. Personeel in tuincentra is goedwillend, maar vaak weinig geschoold. Evenmin als de vakkenvullende scholier in de supermarkt u het verschil tussen een afkoker en een vastkokende aardappel kan uitleggen, is de medewerker van een tuincentrum in staat om te vertellen welk appelras uw goudrenetten kan bestuiven. Voor specialistische kennis moet u bij de kweker zijn.

Het lijkt logisch: fruitbomen koop je bij de fruitbomenkweker die alles weet van bestuivers en onderstammen, maar toch worden er meer fruitbomen in supermarkten, bouwmarkten en hobbycentra verkocht dan bij de gespecialiseerde fruitkweker. Sommige kwekers kunnen even goed praten als kweken. Zij zijn de expert, dat is zo, maar laat u niet te snel ompraten. Zoekt u een vermiljoenrood bloeiende dahlia, laat u dan niet aanpraten dat karmijnrood ook mooi is en als u uw zinnen gezet heeft op een Notarisappel, laat u dan niet afschepen met een Groninger Kroon. Bedenk dat een verkoper wil verkopen, ook als een product is uitverkocht.

Fruitbomen worden geënt op onderstammen, die bijna allemaal met een nummer worden aangeduid: M9, M17, M27, of met een letter: kwee A, Kwee C. Voor de oningewijde is dit abracadabra. De onderstam bepaalt hoe groot een boom wordt; je hebt sterkgroeiende en zwakgroeiende onderstammen. Sterkgroeiende onderstammen geven grote bomen die pas jaren na het planten vruchten dragen; zwakgroeiende onderstammen maken een kleine, vroegrijpe boom. Op vruchtbare grond kan een zwakgroeiende onderstam volstaan, maar op arme zandgrond moet een appel op een sterkgroeiende onderstam geënt zijn om sowieso te gedijen. En peer kunt u op zure zandgrond beter helemaal niet planten. Dergelijke kennis koopt u niet in een tuincentrum.

Bloembollen en zaden koopt u meestal via een verzendhuis. Succes staat en valt dan met een juiste leverantie en een tijdige bezorging. Daar wil het nog wel eens aan schorten, misschien omdat er in de ruimte waarin bloembollen worden verpakt meestal weinig Nederlands wordt gesproken en gelezen, waardoor vergissingen relatief vaak voorkomen. Een betrouwbare leverancier zal eventuele klachten serieus in behandeling nemen, maar ik hoor ook veel gemor over een onhebbelijke behandeling, vooral door bollenkweker P. Nijssen, uit Heemstede. Zelf heb ik slechte ervaringen met zaadleverancier Vreeken uit Dordrecht, die zelfs na herhaaldelijk telefoneren zijn zaden pas opstuurde toen het seizoen al bijna voorbij was. Er zijn natuurlijk meer goede firma's dan slechte. Uit eigen ervaring kan ik Verberghe uit Zwanenburg en Rita van der Zalm uit Noordwijkerhout aanraden voor bloembollen, Hendrik ten Elsen uit Neede en De Batterijen uit Ochten voor fruitbomen en Jansen uit Dinxperlo voor groenten- en bloemzaad. Voor zaad van wilde bloemen is de Cruydt-Hoeck uit Groningen een begrip. Van dit vijftal staan er maar drie in de Plantenvinder, hetgeen het belang van deze gids toch iets relativeert.

De beste tijden om planten in de grond te zetten zijn het voorjaar en het najaar. Voor groenblijvende planten is het voorjaar een goede tijd, omdat je nooit van tevoren weet wat voor winter we krijgen. Tegenwoordig worden veel planten in potten en plastic zakken gekweekt. Die kunnen – als u bereid bent water te geven – desnoods midden in de zomer worden geplant, maar ga niet direct na het planten met vakantie. Klop voor de aanschaf de plant uit de pot en controleer de wortelkluit op ongedierte. Dikke witte larven betekenen onraad. En koop geen bomen waarvan de wortels zich als een kurkentrekker in de pot rondraaien, ook al zijn ze afgeprijsd. Die staan al te lang in hun pot en in de volle grond komt dat nooit meer goed.