Een kunstenaar op de tatami

Bijna een half jaar na een meniscusoperatie werd Mark Huizinga zaterdag voor de vierde keer Europees kampioen. De olympisch titel van Sydney heeft hem rustiger, zelfverzekerder en vooral mentaal sterker gemaakt.

En weer vlogen de tegenstanders door de lucht. Als pasgeboren vogeltjes, onwennig klapwiekend met hun vleugels na een val uit het nest. Een groot kampioen was Mark Huizinga al en reuzen vellen is hem wel toevertrouwd. Zijn sublieme demonstratie van macht en souplesse, zaterdag in het Palais Omnisports in Parijs, kwam voor de meeste kenners en volgers dan ook niet als een donderslag bij heldere hemel.

Toch was Huizinga zelf beduusd door zijn eigen machtsvertoon. Begin december immers had de 27-jarige beroepsmilitair een meniscusoperatie moeten ondergaan. Drie maanden later volgde zijn (winnende) rentree bij een toernooi in Boedapest. ,,Ik ben nog niet zo goed als in Sydney'', zei Huizinga zaterdag na het behalen van zijn vierde Europese titel. ,,Toen was ik op de toppen van mijn kunnen. Nu heb ik een paar weken goed kunnen trainen, maar ben ik nog niet in de vorm die nodig is om over twee maanden wereldkampioen te worden.''

Maar zelfs op halve kracht is Huizinga, bij de EK van vorig jaar tweede, ongenaakbaar in de klasse tot negentig kilogram. In de van hem bekende aanvallende stijl is hij zijn tegenstanders steeds te vlug af, zoveel werd in Parijs duidelijk. Groot is vooral zijn anticipatievermogen. Verder lijkt het arsenaal aan grepen, worpen en technieken onuitputtelijk. Niet voor niets prezen de buitenlandse judocoaches zaterdag de gaven van de veelzijdige kunstenaar uit Vlaardingen.

Toch ziet Huizinga's leermeester en vertrouwenspersoon, Chris de Korte, nog ruimte voor verbetering. ,,Meer explosieve snelheid en fysieke kracht'', hoopt de judocoach zijn pupil de komende tijd bij te brengen, te beginnen vanaf volgende week wanneer beiden neerstrijken in Japan voor een oefenstage van twee weken. ,,Voor de rest zit het wel goed met Mark. Sterker nog: het einde is in zicht.''

Een blik op de wedstrijdstatistieken was zaterdag, na de winst in de finale op de Azeri Rasul Salimov, voldoende om Huizinga's suprematie te illustreren. In vijf partijen kreeg hij geen enkele score tegen een zeldzaamheid. Zelfs de doorgaans ingetogen en stoïcijnse De Korte viel even stil toen hij met die wapenfeiten werd geconfronteerd. ,,Wat kan ik zeggen? Mark is aardig op weg.''

Sinds zijn gouden olympische medaille, acht maanden geleden gewonnen in Sydney, staat een andere judoka op de tatami, erkende Huizinga na afloop: rustiger, zelfverzekerder en doordrongen van het feit dat niemand hem, mits fysiek in goeden doen, kan afstoppen. ,,Sinds `Sydney' ben ik vooral mentaal sterker geworden. Ik weet wat ik wil en ik weet wat ik kan. Ik merk het ook aan mijn tegenstanders: die zijn bedeesder dan ze voorheen waren.''

Indrukwekkend was vooral de wijze waarop Huizinga zaterdag in de halve finales afrekende met Frédéric Demontfaucon. Na 37 seconden mocht de Franse publiekslieveling al weer inrukken, na een vlotte heupzwaai waarmee Huizinga het publiek het zwijgen oplegde. ,,Van die fanatieke toeschouwers genoot ik nog het meest. Onbedoeld jutten die mij op.''

Huizinga trad zaterdag, zes jaar na zijn eerste Europese titel, toe tot een illuster gezelschap. Op de `eeuwige EK-ranglijst' steeg het boegbeeld van de Nederlandse judobond (JBN) naar de vierde plaats, die hij, de trotse bezitter van vier Europese titels, moet delen met elf anderen. Twee roemrijke voorgangers van Huizinga, Anton Geesink (21) en Wim Ruska (7), bezetten respectievelijk de eerste en tweede plaats in het klassement, gevolgd door de Engelsman Neil Adams die in zijn loopbaan in totaal vijf keer Europees kampioen werd.

Die barrière hoopt Huizinga volgend jaar te slechten, al liet hij zaterdag weten dat het, gelet op zijn olympische missie, niet uitgesloten is dat hij de EK in de nabije toekomst aan zich voorbij laat gaan. ,,De komende jaren zal ik prioriteiten moeten stellen. Mocht om wat voor reden dan ook blijken dat de Europese kampioenschappen niet in mijn schema passen, dan zal ik niet schromen om dat toernooi te laten schieten.''

Opmerkelijk genoeg liet De Korte na `Sydney' doorschemeren dat zijn pupil er verstandiger aan zou doen om zijn carrière niet te rekken tot en met de volgende Spelen, over drie jaar in Athene. Huizinga zou tegen die tijd wel eens opgebrand kunnen zijn, vermoedde de sportschoolhouder. Een martelgang moet hij zichzelf besparen.

Maar die gedachte is niet aan Huizinga besteed. Twee doelen heeft de luitenant, zaterdag door de Europese judofederatie voor de tweede keer uitgeroepen tot judoka van het jaar, zichzelf de komende jaren gesteld: een wereldtitel en prolongatie van zijn olympische titel. Over ruim twee maanden, als München het toneel is van de wereldtitelstrijd, moet die eerste droom na drie mislukte pogingen in vervulling gaan.

Maar hoe imposant Huizinga's erelijst inmiddels ook oogt, sponsors staan nog altijd niet te dringen om in zee te gaan met de olympisch kampioen. Die was zaterdag al dolgelukkig, omdat een bouwmarkt (Big Boss) op het allerlaatste moment had besloten de sponsornaam op zijn pak te laten plakken. Verder tekende hij onlangs een overeenkomst met de Lotto.

Toch zijn het kruimels vergeleken met de bedragen die kampioenen uit andere sporten opstrijken. In die zin staat Huizinga symbool voor de financiële malaise bij de JBN. Die maakte vorige week bekend het komende jaar 313.000 gulden te moeten bezuinigen na het afhaken van geldschieters. Een reiskostenvergoeding voor de judoka's zit er daarom niet meer in. Ook niet voor Mark Huizinga.