Drie prijzen voor Michael Haneke

De Gouden Palm van het 54ste filmfestival van Cannes is gisteren uitgereikt aan de Italiaanse regisseur Nanni Moretti voor de film La stanza del figlio.

Michael Haneke's La pianiste, naar een boek van Elfriede Jelinek, won drie prijzen: voor actrice Isabelle Huppert, voor acteur Benoît Magimel en de Grand Prix, een soort tweede plaats.

Drie officiële prijzen voor één film in de competitie van Cannes, dat is maar een keer eerder voorgekomen. Maar in 1991, het jaar van Barton Fink, leidde het gedram van juryvoorzitter Wim Wenders ertoe dat een van die drie prijzen de Gouden Palm was.

De uitkomst is een ingewikkeld compromis dat je al een tijdje aan kon zien komen. Juryvoorzitter Liv Ullmann bedankte de andere juryleden dat ze nog steeds vrienden zijn, al waren ze het nergens over eens. Alleen de prijs voor Isabelle Huppert als beste actrice in La pianiste werd unaniem toegekend. Haneke's verfilming van Elfriede Jelineks roman roept heftige reacties op, zowel pro als contra. Kennelijk namen de voorstanders van een Palm voor Haneke geen genoegen met slechts één troostprijs, de Grand Prix of zilveren medaille. Zo kon de jonge Franse tegenspeler van Huppert, Benoît Magimel, profiteren van de tweedracht en ook een prijs winnen voor zijn rol, die nauwelijks in de schaduw kan staan van die van Huppert.

De 46-jarige Franse actrice, die een seksueel gefrustreerde pianodocente speelt, is vermoedelijk recordhoudster in Cannes. La pianiste is haar dertiende film in competitie, en de tweede die haar de prijs bezorgt. In 1978, toen Huppert beste actrice was in Chabrols Violette Nozière, won ook voor het laatst een Italiaanse regisseur (Ermanno Olmi) de Gouden Palm. Moretti's voor iedereen acceptabele tragikomedie over de dood van een kind, is in ieder geval de eerste Palmwinnaar, waarin een regisseur zelf de hoofdrol speelt. Eerder won hij in Cannes de regieprijs voor Caro diario.

Verrassend was de toekenning van de prijs voor de beste regisseurs ex aequo aan de winnaars van de Gouden Palm in 1990 (David Lynch) en 1991 (Joel Coen). Voor de laatste is het de derde regieprijs in Cannes. Ook hier betekent de bekroning van aloude Cannes-lievelingen dat minder toegankelijke films, zoals die van Manoel de Oliveira, Jacques Rivette en Jean-Luc Godard uit de boot vielen. Ook de spectaculaire openingsfilm Moulin Rouge bleef buiten de prijzen.

Algemene instemming vond de scenarioprijs voor de Belgische Bosniër Danis Tanovic, wegens zijn knappe debuut No Man's Land. De Aziaten waren minder tevreden met alleen de techniekprijs voor Tu Duu-chih, de Taiwanese geluidsman van zowel What Time Is It There? als Millennium Mambo, die inderdaad imposante soundtracks ontwierp. Daar staat tegenover dat in de winnaar van de Gouden Palm voor de beste korte film Japans gesproken wordt. Bean Cake van de jonge Amerikaanse filmstudent David Greenspan is een exacte imitatie van een film, zoals Yasujiro Ozu die in de jaren dertig maakte.

Een novum was ook de bekroning met de Gouden Camera - voor het beste debuut - van de eerste speelfilm uit Nunavut, het autonome gebied in het noorden van Canada. De regisseur van Atanarjuat The Fast Runner, Zacharias Kunuk, dankte de jury in zijn eigen taal, het Inuit.

Officieel spelen de nationaliteiten van films geen grote rol meer op het festival van Cannes, dat zich afficheert met een wereldbol als hoofd. Maar reken maar dat de Italianen vastgesteld hebben dat Nanni Moretti hun achtste Palmwinnaar is en dat de Chinezen en Japanners woedend zijn over de aanwezigheid van maar een enkele Aziaat (Edward Yang) in de jury. Cannes heeft de overgang van de programmering door Gilles Jacob naar die door Thierry Frémont zonder veel kleerscheuren doorstaan. Gemopperd wordt er altijd, maar de uitslag van dit jaar is geen tombola, zoals op veel andere festivals, maar het logische resultaat van met elkaar botsende krachten, met name die tussen publieksfilm en filmkunst. Het Moretti-Haneke-compromis vormt een goed uitgangspunt voor het komend filmseizoen.

    • Hans Beerekamp