DE WRAAKZUCHT VAN EEN WINNAAR

Kom niet aan Stefan Effenberg, de beste voetballer van Duitsland en Bayern München. Want behalve fenomenaal en geniaal is hij lichtgeraakt. Toch is hij zich bewust van wat hij teweeg brengt. Zaterdag won hij met Bayern de Duitse titel, woensdag wil hij de Champions League winnen.

Weleens een Duitse voetballer horen schelden? Luister dan eens naar de enige, echte Duitse voetballer die Duitsland rijk is, luister naar Stefan Effenberg. Hoe hij scheisse en dreck op een hoop gooit en iedereen die hem niet aanstaat daarmee naar het hoofd slingert. Van medespelers tot trainer, van tegenstander tot scheidsrechter, van voorzitter tot minister en van toeschouwer tot journalist. Als het moet heeft `Effe' schijt aan alles en iedereen.

Vraag het de mensen die hem hoog achten, als voetballer én als mens: Franz Beckenbauer, voorzitter van Bayern München; Ottmar Hitzfeld, zijn clubtrainer; Gerhard Schröder, bondskanselier; Brian Laudrup, met wie hij bij het Italiaanse Fiorentina samenspeelde en bevriend was; en Martina Effenberg, zijn vrouw en zaakwaarnemer. Stefan Effenberg is een man die weet wat hij wil. Hij wil winnen, altijd en overal – niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Van binnen brandt vuur, van buiten slaan de vlammen uit mond en ogen. Hij is de voetballer die elk elftal kampioen kan maken, als men hem maar zijn gang laat gaan. Zijn bijnaam: Tiger.

Hij heeft recht op zijn grote mond en zijn chagrijn. Want hij is al jaren de beste voetballer van Duitsland en momenteel zelfs onmiskenbaar Europa's beste. Effectief is zijn balbeheersing, magistraal zijn zijn passes – van korte tot lange – en zijn spelinzicht, fenomenaal is zijn traptechniek, bewonderenswaardig is zijn inzet en overweldigend is zijn vermogen medespelers op te zwepen tot heldendaden. Wie zo goed kan voetballen, wie zo graag wil winnen, vergeet weleens dat hij niet God is maar een eenvoudige jongen uit Hamburg die bezig is jeugdtrauma's te verwerken en frustraties af te reageren op zijn omgeving.

Wie hem heeft beledigd, is zijn vijand. Die zal op zijn knieën moeten om weer in genade te vallen bij de diepgekwetste – en dan nog zal Effe hem blijven wantrouwen. Effenberg is uit op wraak. Dat vertellen zijn vrienden van vroeger, toen hij nog als jongen in Hamburg voetbalde. Hoogblonde Stefan, zoon van een metselaar, voelde zich snel beledigd. Zijn vrienden scholden hem uit voor `rooie' en `lange rooie'. Enerzijds was het miskenning, anderzijds toch erkenning. Aan de ene kant behoorde hij niet tot de `normale' jongens, aan de andere kant was hij een uitzondering.

Wanneer ze riepen `kom op rooie!' voelde hij zich gestreeld en betekende de beledigende strijdkreet voor hem juist een aanmoediging. Effenbergs uitzonderlijke uiterlijk had een uitwerking op zijn innerlijk. Voor wie vanaf zijn jeugd zich al gauw beledigd voelt, dus afgewezen, is zich beledigd voelen een patroon geworden. Wat maakt het uit of je `rooie' wordt genoemd door je vriendjes of `klier' door een medespeler, trainer, voorzitter of journalist. Effenberg heeft schijt aan de wereld, aan die grote, boze wereld die hem maar niet op schoot wil nemen.

Nog altijd wordt Effenberg herinnerd aan de wedstrijd die hij met het Duitse elftal speelde in Dallas, Verenigde Staten. Het was de kwartfinale van het wereldkampioenschap in 1994. Effe raus, Effe Raus, scandeerde het Duitse publiek tijdens het duel met Zuid-Korea. Bondscoach Berti Vogts haalde Effenberg uit het elftal, waarna de 25-jarige speler zijn middelvinger omhoogstak naar de Duitse supporters. Tot op het bot gekrenkt voelde de voetballer zich door de supporters. Maar Vogts hield daar geen rekening mee. Hij verwijderde hem uit zijn selectie en zei: ,,Zolang ik bondscoach ben, speelt Effenberg niet meer in het Duitse elftal.'' Effenberg betoonde spijt, maar voegde er aan toe dat het publiek begrip moest opbrengen voor het feit dat de wedstrijd bij veertig graden Celsius werd gespeeld. `Maar supporters zijn dom', reageerde hij in zijn column in Bild Zeitung.

Dat hij jaren na het incident nog Stinkefinger wordt genoemd, neemt hij voor lief. Hij was bij Borussia Mönchengladbach (1986-1990), Bayern (1990-1992), Fiorentina (1992-1994), Mönchengladbach (1994-1998), weer Bayern (vanaf 1998) en het Duitse elftal wel wat gewend. Toch laat hij zich elke keer weer verleiden tot een tirade. `Ik zeg wat ik denk. Het is niet omdat ik nooit nadenk over wat ik ga zeggen. Ik weet zelfs wat ik ga zeggen. Ik denk na over wat ik doe, waar ik mee bezig ben en wat voor rol ik speel in de samenleving. Maar soms is het tijd om mensen op hun plaats te zetten. Zelfs voorzitters en politici raken bij voetbal hun verstand kwijt. Dan vind ik dat ze hun bek moeten houden over ethiek en voorbeeldgedrag. Ik moet winnen, zij hoeven niet te winnen', vertrouwde hij de Süddeutsche Zeitung toe.

Jaren later keerde Effenberg heel even terug in het Duitse elftal. De opinie van het volk had Vogts' opvolger Erich Ribbeck mild gestemd. Een paar wedstrijden speelde Effenberg slechts. Het bondsbestuur nam het niet dat Effenberg tijdens de volksliederen wat al te nadrukkelijk zijn kauwgum maalde. Waarop Effenberg besloot nooit meer voor die Mannschaft te spelen. `Mit Arslöcher will ich nichts zo tun haben.' Hij koos ervoor alleen nog voor Bayern te spelen.

Alles wat Effenberg niet kan, valt in het niet bij wat hij op het voetbalveld kan. Dat heeft Beckenbauer gezegd. ,,Hij is eigenaardig, maar daarom voetbalt hij bij Bayern.'' Regelmatig liggen Beckenbauer en Effenberg met elkaar overhoop. Toen Beckenbauer recent riep dat de ploeg van Bayern er bij liep als `luie varkens', riposteerde Effenberg: ,,De keizer zit met zijn luie kont op zijn troon en weet van verwaandheid niet meer wat hij zegt.''

Effenberg laat het niet bij woorden. Wanneer hij verloren heeft, zint hij op wraak. Door een meedogenloze schop op de benen van een tegenstander of door een staaltje vakmanschap dat uitzonderlijk is in het huidige voetbal. De manier waarop hij in de kwartfinales ten strijde trok tegen zijn equivalent wat betreft oorlogskind, Roy Keane van Manchester United, was bijzonder. Na een meedogenloze tackle die Keane niet leuk vond, keek hij zijn rivaal recht in de ogen, plaatste hij nog een knalharde bodycheck en enkele woorden straatjargon die de Ier tot in zijn ballen heeft gevoeld.

Mocht Norman Mailer dertig jaar geleden Stefan Effenberg hebben gekend, dan zou hij in zijn essay Ego deze Duitser naast Muhammad Ali hebben kunnen plaatsen; hoewel Mailers fascinatie voor boksen het ongetwijfeld zou hebben gewonnen voor de fascinatie voor sportmensen als Effenberg. Mailer was in de ban geraakt van wat Ali altijd riep tegen zijn tegenstanders: `Come here and get me, fool. You can't, cause you don't know who I am. You don't know where I am. I'm human intelligence and you don't even know if I'm good or evil. Mailers commentaar in Ego: `This has been his essential message to America all these years. It is intolerable to our American mentality that the figure who is probably most prominent to us after the president is simply not comprehensible, for he could be a demon or a saint.'

Wat zou Effenbergs vrouw Martina hebben gesmuld van Mailers vergelijking tussen een duivel en een heilige. Alleen al het feit dat zij wordt veroordeeld omdat zij en niet haar man de zakelijke onderhandelingen doet, is voor deze vrouw die in binnenhuisarchitectuur een goede naam heeft opgebouwd, een bewijs dat de voetbalwereld vooral wordt bewoond door egocentrische, kinderlijke mannen.

Stefan Effenberg daarentegen heeft talenten ontwikkeld die men niet gauw bij voetballers verwacht. Dat hij een dronken man van zijn erf schopte, een opdringerige vrouw in de discotheek sloeg, dronken achter het stuur van zijn auto zat, hebben hem gesterkt in het idee dat hij belangrijk is voor anderen, zelfs voor velen onmisbaar is in de samenleving. Zo droeg hij eens van een kansel quasi-noncachalant voor uit Milan Kundera's Het leven is elders. Alsof er meer is dan voetballen. Ja dus. Bijvoorbeeld zijn vrouw en zijn drie kinderen, waarvan hij er één op een Engelse kostschool heeft geplaatst.

Volgens zijn vrouw is Effenberg een lieve, vooral geduldige vader. Want, zegt ze, Stefan is niet gek. Effe, de rooie uit Hamburg, is een geweldige voetballer met een wraakzucht die alleen winnaars kenmerkt.

    • Guus van Holland