Bouterse's gevaarlijkste tegenstrever

In Nederland verwierf Fred Derby bekendheid als enige overlevende van de decembermoorden. In Suriname had de zaterdag overleden vakbondsleider grote invloed op het maatschappelijk en politiek leven. ,,Ik viel op, ik was haantje de voorste, gaf aanwijzingen aan andere jongens.''

Het moet een afschuwelijk tafereel zijn geweest.

Fred Derby, leider van de vakcentrale C-47, slechts gekleed in zijn onderbroek, staat tegenover Desi Bouterse, leider van het Militair Gezag. Het is de avond van 8 december 1982 en in Fort Zeelandia, aan de Surinamerivier, spelen zich de meest traumatische uren af uit de jongste geschiedenis van het land. Op een van de terrassen van het Fort liggen de lijken van enkele vooraanstaande opposanten van het militair bewind: van vakbondsleider Cyrill Daal, maar ook van juristen, journalisten, universiteitsmensen en twee militairen.

Bloed druppelt langs de trappen omlaag. Kogelgaten zitten in de muren. Vijftien weerloze slachtoffers zijn standrechtelijk geëxecuteerd. Fred Derby, die uren beneden in een kamer had vastgezeten, zou de zestiende zijn.

Maar eenmaal boven, voor het `tribunaal' van militairen, beslist Desi Bouterse anders. ,,Ga je aankleden'', beveelt hij Derby. De kleine gedrongen vakbondsman zal nog vertwijfeld vragen: ,,Waarom? Waarom liggen die mensen hier? Zijn ze allemaal dood?''

Bouterse antwoordt: ,,Het is voor jou nu niet het moment vragen te stellen.''

Gebroken wordt Fred Derby Fort Zeelandia uitgevoerd, als enige overlevende van wat later als de `decembermoorden' de geschiedenis zullen ingaan.

Waarom spaarde Desi Bouterse het leven van Fred Derby?

Was het omdat Derby oorspronkelijk sympathie had getoond voor de sergeanten die onder leiding van Bouterse in 1980 een coup pleegden? Was het omdat Bouterse een meesterlijk intimiderende zet verrichtte? Door, in tijden van grote arbeidsonrust, wèl Cyrill Daal van de Moederbond te vermoorden, maar niet de concurrerend leider van C-47? Of was het om persoonlijke redenen? Zelfs Fred Derby zelf wist het niet precies. In de zeldzame keren dat hij over de gebeurtenis sprak, bleef ook hij gissen. Of wist hij wel, maar zei hij het niet?

Nu de enige overlevende zaterdag onverwacht als gevolg van een hartinfarct overleed, valt te vrezen dat de totale waarheid over de decembermoorden nooit bekend zal worden. ,,We zijn een kroongetuige kwijt. We missen de man die het ooggetuigeverslag kan doen, àls het ooit tot een rechtszaak komt'', zegt Nirmala Rambocus, een van de nabestaanden van de decembermoorden. Derby's dood is die kringen als een mokerslag aangekomen. Natuurlijk, de vakbondsleider en politicus legde bij de politie recent een uitgebreide getuigenis af. En zowel in Nederland en Suriname liggen er aanvullende verklaringen, zowel op papier als op geluidsband. ,,Maar het psychologische effect dat je iemand hoort vertellen die zelf in het Fort was, die Bouterse in de ogen heeft gekeken: dat is weg'', concludeert Rambocus.

Nog belangrijker is het wegvallen van Derby's persoon in het politieke spectrum van de regerende Nieuw Front-coalitie. Zijn groepering, de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA), mag binnen de regering de kleinste van de vier partijen zijn, Derby had wel het persoonlijke gezag om een zaak als de decembermoorden op de agenda te houden. ,,Ik ben ontzettend bang dat de politieke druk nu zal verminderen'', zegt Lilian Gonçalves-Ho Kang You, weduwe van de omgekomen advocaat Kenneth Gonçalves. Twee weken geleden schreef zij nog een brief aan het openbaar ministerie in Paramaribo waarin zij haar verontrusting uitsprak over het trage verloop van het justitiële onderzoek naar de decembermoorden. ,,Derby was vervolgens de eerste die het onderwerp in de Nationale Assemblee weer aan de orde stelde. Fantastisch dat hij dat kon opbrengen. Als je zo iets traumatisch overkomt, was negentig procent van ons in een inrichting gekomen. Maar hij ging door'', aldus Gonçalves.

Het was Fred Derby zelf die na de verkiezingen van mei vorig jaar de katalysator werd van het onderzoek naar de decembermoorden, dat vlak voor de verjaringstermijn verliep werd ingesteld. De SPAleider eiste binnen de regering-Venetiaan het departement van justitie op waar zijn vertrouweling Sigfrid Gilds minister werd. In de eerste regeerperiodeVenetiaan (19911996) was diezelfde Gilds minister van defensie en verantwoordelijk voor de inperking van de macht van het Nationaal Leger. Ook hier was Derby, die de functie van parlementariër verkoos boven een ministerspost, de grote regisseur.

Van alle politieke leiders nam Derby het minst een blad voor de mond als het om het kritiseren van Desi Bouterse ging. De voormalig bevelhebber op zijn beurt schroomde niet om Derby, soms ongegeneerd grof verwijzend naar het verleden, de oren te wassen. Zo zei hij ooit op een bijeenkomst van zijn NDPpartij dat Derby ,,zijn schoenen nog in Fort Zeelandia moest komen ophalen.'' En enkele maanden geleden kwam hij met het verhaal dat Derby een ,,mol'' zou zijn geweest: hij zou de militairen op de hoogte hebben gehouden van plannen voor een staatsgreep door de slachtoffers van de moorden.

Over de decembermoorden en Derby's exacte rol wordt nog altijd gespeculeerd. Sommige Surinamers vermoeden dat er een groot geheim is tussen Bouterse en Derby. Zo zou hij vlak na de moorden betrokken zijn geweest bij het opstellen van de verklaring die de militairen na de gebeurtenis uitgaven. Zelf heeft hij daar nooit duiding aan willen geven, maar volstond hij slechts met de mededeling dat ,,de hele waarheid ooit in de rechtszaal zou komen.''

Net als veel andere progressieven hoopte ook hij na de coup in 1980 dat het nieuwe bewind van Desi Bouterse een verandering ten goede zou brengen, na alle teleurstellingen met de op etnische leest geschoeide `oude' politieke partijen. Maar al snel werd ook voor Derby duidelijk dat de militaire machthebbers weinig democratische bedoelingen hadden. Eind 1982 ging Derby voorop in de brede maatschappelijke beweging die terugkeer van de militairen naar de kazerne eiste.

Hoewel hij als `kroongetuige' van de decembermoorden wordt gezien, is die titel niet helemaal juist. Derby heeft het moorden zelf nooit kunnen waarnemen omdat hij vastzat op een andere plek in Fort Zeelandia. Of Bouterse zelf mensen heeft omgebracht, kon ook Derby niet met zekerheid vertellen. Wel verklaarde de vakbondsleider in november vorig jaar op een emotionele persconferentie dat Bouterse, anders dan de voormalig legerleider zelf stelt, zelf aanwezig was in Fort Zeelandia tijdens de moorden.

Hoewel Derby's naam voor het grote publiek onlosmakelijk met de decembermoorden verbonden blijft, is zijn rol binnen de Surinaamse samenleving veel belangrijker geweest. Hij ontleende zijn politieke invloed vooral aan zijn positie als vakbondsleider. Reeds als tiener liet Derby zich, ondanks zijn kleine gedrongen gestalte, kennen als een leider in de wijk Frimangron (letterlijk: grond van vrije mensen,ofwel vrij geworden slaven), waar hij als `kweekje' van een marktvrouw opgroeide. ,,Ik viel op, ik was haantje de voorste, gaf aanwijzingen aan andere jongens'', zegt Derby zelf in Hetenachtsdroom, het boek van John Jansen van Galen dat de geschiedenis van de creools nationalistische beweging schetst. Derby zou in die beweging een voorname rol gaan spelen.

Eerst werd hij actief in de culturele beweging Wi Egi Sani (`Onze Eigen Dingen'), waarvan de advocaat en latere politicus Eddy Bruma de grote voortrekker was. Bruma stimuleerde het gebruik van het sranan tongo, de Surinaamse taal die toen nog als onvolwaardig werd gezien. Al tijdens de eerste bijeenkomst van Wi Egi Sani die hij bezocht, nam Derby het woord. Dat deed hij zo overtuigend dat hij nog diezelfde avond tot voorzitter van de jeugdafdeling werd gebombardeerd. Hij was een idealist die huiswerkcursussen voor de jeugd organiseerde en 's avonds met nog enkele kwekelingen oude Javanen leerde lezen en schrijven.

,,Bruma had hem gestimuleerd om te studeren voor onderwijzer'', zegt de 76-jarige Surinaamse ex-vakbondsleider Jack Pinas, die Derby al uit de allereerste periode kent. De vorig jaar overleden Bruma zag volgens Pinas al in een vroegtijdig stadium Derby als zijn kroonprins. In de jaren zeventig waren Bruma en Derby als politici van de Partij Nationalistische Republiek (PNR) belangrijke voorvechters van de Surinaamse onafhankelijkheid, die in 1975 tijdens het kabinet-Arron werd gerealiseerd. Derby was ook toen al parlementslid.

Hij bleef naast vakbondsleider en politicus in zijn hart ook altijd een onderwijzer, die zijn gehoor graag mocht onderrichten, of het nu over geschiedenis of globalisering ging. Onder journalisten was hij berucht vanwege zijn eindeloze monologen waarin hij nauwelijks ruimte liet voor vragen. Maar hoewel overtuigd van zichzelf, werd hij nooit een populist. ,,Ik spreek niet uit de losse pols, ik heb eerst geanalyseerd'', zei hij dikwijls. Als vakbondsleider gaf en organiseerde hij ook zelf kadercursussen. ,,Toch sprak hij nooit hoogdravend. Hij kon de mensen binden,'' onderstreept Jack Pinas. Als leider van een multiraciale vakcentrale, was hij nooit een raciale scherpslijper. Over de 1 juli-viering (afschaffing van de slavernij) zei hij Hetenachtsdroom: ,,Dan ziet u de Creoolse vrouw in de koto met anyisa, maar ook de Hindoestaanse vrouwen in sari en Javaanse in sarong. (..) Daar zijn we erg gelukkig mee.'' Toch werd Derby, door zijn creools-nationalistisch verleden, door hindoestanen soms gewantrouwd.

Derby was ook in de internationale vakbeweging vooral in het Caraïbisch gebied en Latijns-Amerika een geziene figuur. Zo bekleedde hij verschillende bestuursfuncties in internationale vakbondsorganisaties. In de jaren zeventig was hij, als opvolger van Bruma, voorzitter geworden van de vakcentrale C-47, waarbij onder meer de machtige bauxietarbeiders waren aangesloten. Derby leidde, zoals in Suriname niet ongebruikelijk, zelf een hele reeks bedrijfsbonden. Het in 1970 opgerichte C-47 werd als progressieve vakcentrale de tegenhanger van de Moederbond, die was gelieerd aan de Nationale Partij Suriname (NPS). Derby was betrokken bij stakingsaties die twee regeringen ten val brachten, waaronder die van NPS'er `Jopie' Pengel. In 1999 was hij nog de belangrijkste organisator van de dagenlange demonstraties die president Jules Wijdenbosch, na een door hem genegeerde motie van afkeuring, dwongen vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

,,Hij heeft nooit de fout van Pengel gemaakt, die de vakbeweging de rug had toegekeerd'', zegt Pengel's biograaf en universiteitsdocent Hans Breeveld. In Suriname is, net als elders in de regio, de scheidslijn tussen vakbeweging en politiek nooit erg scherp geweest. Dat de door Derby eind jaren tachtig opgerichte Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA) electoraal niet groot werd, heeft vooral te maken met de krachtige traditie van de etnische (creoolse, hindoestaanse en javaanse) partijen in Suriname. Toch speelt de kleine SPA, waarin Derby de onbetwiste leider was, in de coalitie van Nieuw Front een belangrijke rol. Met name in 1991, toen het Nieuw Front aan een economische sanering moest werken, zorgde gerespecteerd vakbondsleider Derby voor sociale rust in Suriname. Breeveld sluit niet uit dat het wegvallen van Derby tot problemen zal leiden: ,,De belangrijke plaats van de SPA heeft vooral te maken met Derby's persoonlijke prestaties. Andere partijen, zoals de hindoestaanse VHP, kunnen nu meer invloed gaan eisen'', aldus Breeveld.

Fred Derby was een van de drukbezetste mensen van Suriname. Bezoekers die een afspraak met hem hadden in zijn huis aan de Van Ommerenstraat, moesten niet gek opkijken als ze uren met een glas markoesa op de veranda zaten te wachten. Nog steeds stond hij het liefst vakbondsleden uit de bauxiet- of luchtvaartbedrijven persoonlijk te woord. Niet voor niets noemde president Ronald Venetiaan hem gisteren ,,een hoeksteen voor onze nationale ontwikkeling.''