`Bijeenkomst armste landen geen succes'

Non-gouvernementele organisatie's (NGO's) zijn teleurgesteld over de resultaten van de conferentie van de Verenigde Naties in Brussel over de 49 armste landen van de wereld. De bijeenkomst werd gisteren besloten met een zestig pagina's tellend plan waarin rijke en arme landen afspreken de komende tien jaar meer te doen aan ontwikkelingshulp, schuldverlichting en stimulering van handel en investeringen.

Anna Erikson van het Non-Gouvernemental Forum waarin honderden NGO's zitting hebben, noemde het plan, waarin geen concrete doelstellingen of data staan, ,,niet ambitieus''. Volgens haar ontbreekt het de rijke landen aan ,,politieke wil'' om wat aan de positie van de armste landen te doen.

Donorlanden kondigen in het plan aan meer schulden van arme landen kwijt te schelden. Dit was het belangrijkste onderwerp voor de 49 armste landen die overwegend in Afrika en Azië liggen. De rijke landen kondigden ook aan te bevorderen dat de armste landen een speciale status krijgen binnen de Wereldhandelsorganisatie. De groep landen kunnen op termijn naar rijke landen exporteren zonder quota-maxima of heffingen. Een ingangsdatum hiervoor ontbreekt evenwel.

Verder beloofden de rijke landen minder voorwaarden te verbinden aan ontwikkelingshulp. Vaak wordt hulp alleen verstrekt als het ontvangende land het geld aan producten en diensten uit het donerende land besteedt. Afgesproken is dat van de twintig miljard gulden ontwikkelingshulp voor de minst ontwikkelde landen voortaan ruim twaalf miljard ongebonden zal zijn.

Volgens de Verenigde Naties is de hulp aan de landen met 45 procent gedaald sinds 1990. Sinds 1971 is het aantal landen dat de VN als ,,armst'' beschouwen gestegen van 25 naar 49. In deze landen is het jaarinkomen per hoofd van de bevolking minder dan 900 dollar.