Bedrijfsleven doet onderwijs erbij

IT-bedrijf Ordina laat medewerkers lesgeven in het voortgezet onderwijs. De betrokken scholen zijn er blij mee. Maar is het wel zo gunstig voor het imago van de leraar dat je lesgeven er blijkbaar even bij kunt doen?

,,Yo, dit is geen les meer'', merkt een in zijn schoolbank onderuitgezakte puber op. Het laatste blokuur economie voor de eindexamens van de mavo 4 klas economie van Eline Beemsterboer is inderdaad in een heksenketel ontaard. Overal klinkt rumoer. Blijkt hier dan toch dat Beemsterboer geen `echte' docent is ? - ze werkt fulltime bij IT-bedrijf Ordina, en geeft tijdelijk een paar uur per week les in het kader van het project `Bedrijf voor de klas'. Beemsterboer: ,,Het valt mee. Normaal heb ik wel redelijk overwicht. Maar soms heb je van die dagen dat ze op één of andere manier niet goed te houden zijn.''

Het is dan ook niet de makkelijkste groep die Beemsterboer onder haar hoede heeft genomen. Veel van de leerlingen uit deze mavo-klas van het Utrechtse Thorbecke College hebben thuis of op school problemen. De overgrote meerderheid is allochtoon. Halverwege het jaar kwam de groep zonder docent te zitten, de vaste leraar had een andere baan aangenomen en de school kon geen gewone vervanger vinden. Uiteindelijk kwamen ze bij Beemsterboer, van huis uit bestuurskundige, terecht, die de leerlingen door het reguliere eindexamencurriculum heenloodst.

Toch is `Bedrijf voor de klas' volgens het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO), die het project coördineert, niet bedoeld om de lerarentekorten in het onderwijs op te lossen. Projectleider Johan van Workum: ,,Hoewel we het project aan het uitbreiden zijn, zal het nooit groter worden dan een paar duizend deelnemende docenten die in een beperkte periode een klein aantal uren werken. Als je kijkt naar wat ons aan personeelstekort in het onderwijs te wachten staat, dan is dat niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.''

Het project is in oktober vorig jaar gestart met een zogenaamd pilotproject, waarbij 25 Ordina-medewerkers en vijf scholen uit Utrecht betrokken waren. Volgend schooljaar wordt het project uitgebreid tot honderden deelnemers van meerdere bedrijven, en tientallen scholen. Onlangs tekenden minister Hermans van Onderwijs, werkgevers en de vakbonden een convenant waarin ze afspreken de detachering van personeel naar het onderwijs te bevorderen. `Bedrijf voor de klas' is door het ministerie betaald. De deelnemende scholen betalen zelf voor de leraren, maar niet meer dan het standaard-lerarensalaris van ongeveer 65 gulden per uur. Omdat de diensten van IT-specialisten normaal gesproken tot driehonderd gulden per uur kunnen kosten, legt ook Ordina erop toe.

Tom Rodrigues die `Bedrijf voor de klas' vanuit Ordina initieerde, vertelde voor aanvang van het project in deze krant dat de deelname niet alleen een kwestie van liefdadigheid was, maar ook een manier om door het helpen bij maatschappelijke vraagstukken hun imago te verbeteren: ,,Het inzetten van werknemers als leraar op school past daar gezien het lerarentekort prima in.'' Een ander voordeel is dat op deze manier de binding van het personeel met het bedrijf groter wordt, gelet op het grote personeelsverloop in de IT-sector mooi meegenomen.

Van Workum heeft het pilotproject onlangs geëvalueerd, en volgens hem is het nu al een succes:,,We hadden problemen verwacht met de integratie van deelnemers in het docentencorps en hun educatieve vaardigheden, maar het is meegevallen, terwijl de docenten in een halve dag zijn bijgeschoold.''

Van Workum heeft ook niet gemerkt dat het bedrijf de krenten uit de pap pikt - alleen geïnteresseerd is in `gemakkelijke scholen'. Alle scholen die met een acuut lerarentekort kampen, kunnen zich bij de SBO melden. Volgens Van Workum doet het er dan niet toe om welk type onderwijs het gaat.

Ook het het bij elkaar brengen van vraag en aanbod leverde minder moeite op dan gedacht. Van Workum: ,,Dat `matchen', zoals wij dat noemen is goed gegaan, maar het is wel erg bewerkelijk. En soms duurde het wat te lang, waardoor enkele deelnemers gedemotiveerd raakten.''

Als een school en een docent elkaar eenmaal gevonden hebben moeten ook de werkschema's aan elkaar worden aangepast. Ook daar ontstaan problemen, omdat bedrijven in werkdagen denken en scholen in lesuren. Beemsterboer geeft twee keer per week twee uur les, en dat is voor haar niet ideaal: ,,Ik zou gezien mijn overige werk liever één maal per week een halve dag lesgeven, maar voor een klas zou dat teveel economie achter elkaar zijn.''

Ook voor de scholen is het passen en meten. Volgens D. Drossaert van het Thorbecke college is het vooral voor de roostermaker een zware belasting: ,,We hebben natuurlijk rekening te houden met de agenda's van de medewerkers van Ordina die bij ons les komen geven, maar onze roostermaker staat natuurlijk niet te springen als we weer met een verzoek komen om iets op een bepaalde manier in te passen. En soms is het gewoon de moeite niet waard.''

De grote winst van het project ligt volgens Van Workum in het aanhalen van de banden tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. Ook wordt volgens hem het onder druk staande imago van de leraar opgevijzeld doordat collega's, vrienden en familie van de gedetacheerde personeelsleden zien dat het wel degelijk een leuk vak is.

Of dat lesgeven zo gemakkelijk is dat je het er als IT'er of bestuurskundige even bij kan doen? Van Workum:,,Je kunt dat heel negatief stellen, maar uiteindelijk denk ik dat dit ook goed is voor het imago van het onderwijs.'' Toch is Gerrit Stemerding, lid van het dagelijks bestuur van de Algemene Onderwijsbond (AOb), juist bang voor het beeld van het onderwijs dat ontstaat als bedrijfsmensen het leraarschap erbij doen: ,,Wij zien in ieder geval geen grote voordelen op dat gebied. De voornaamste reden voor ons om dit initiatief te steunen is dat het verlichting van de werkdruk in het onderwijs kan geven.''

D. Drossaert van het Thorbecke College is positiever en denkt dat mensen uit het bedrijfsleven een goede rolmodel voor de leerlingen zijn:,,Het laat zien waar een opleiding allemaal goed voor is.'' Ook Eline Beemsterboer heeft het idee dat de leerlingen het leuk vinden dat ze niet alleen maar lerares is: ,,Ik gaf een keer ter afwisseling een kleine workshop over het bedrijf waar ik werk, en dat vonden ze erg leuk.''

Eindexamenkandidaat Pedro Berrocal is, zoals de meeste leerlingen goed te spreken over Beemsterboer, merkt op sommige punten toch wel dat de Ordina-adviseur geen gewone leraar is. ,,Ze heeft allemaal van die rare regeltjes, zo mogen we bijvoorbeeld tijdens de les geen vragen stellen over onze eigen cijfers, dat moet na de les. En dat doet natuurlijk niemand. En ze kan ook geen orde houden, want het is geen echte lerares. Nou ja, dat is ook niet haar schuld.''