Arabieren willen niet breken met Israël

De Arabische Liga wil geen Arabische contacten met Israël meer. Maar ervaringen uit het verleden leren dat het zo'n vaart niet zal lopen.

De Arabische Liga heeft haar leden zaterdag eens te meer aanbevolen de politieke contacten met Israël op te schorten zolang ,,de Israëlische agressie tegen de Palestijnen voortduurt''. Het besluit van een bijeenkomst in Kairo van de Arabische ministers van Buitenlandse Zaken volgde op het inzetten door Israël van in de Verenigde Staten gebouwde F-16 gevechtsvliegtuigen tegen Palestijnse doelen op de Westelijke Jordaanoever.

Te voorspellen valt echter dat de aanbeveling aan dovemans oor is gezegd. Hoewel onder Arabische burgers de sympathie met de Palestijnen en de afkeer van Israël grote hoogten hebben bereikt, hebben hun leiders weinig neiging hun herhaalde veroordelingen en oproepen in daden om te zetten. Op de radicaalste landen na wil niemand oorlog, en vele hebben andere belangen – namelijk in de Verenigde Staten of Israël zelf.

Een topconferentie van de islamitische landen in Qatar, waartoe alle Arabische landen behoren, ,,inviteerde'' de leden al in november de banden met Israël verbreken. Maar het resultaat was niet om over naar huis te schrijven. Qatar zelf had beloofd de Israëlische handelsvertegenwoordiging in Doha te sluiten, zij het onder druk van de leiders van Iran en Saoedi-Arabië die hadden gedreigd anders niet te komen. Maar eerder deze maand bleek dat de handelsvertegenwoordiging in Qatar nog gewoon open was. In maart meldde de Jemenitische president Ali Abdullah Saleh dat ook in andere Arabische landen officieel gesloten Israëlische vertegenwoordigingen nog in het geheim functioneerden. Hij noemde geen namen.

Een bijeenkomst om te gaan praten over hervatting van de economische boycot van Israël werd eind vorige maand afgelast omdat de meeste Arabische landen niet op de uitnodiging hadden geantwoord. Tot deze bijeenkomst was op de Arabische top van maart besloten omdat de meerderheid nog een nachtje wilde slapen over de boycot.

Wat deden de Arabieren dezer dagen wèl om de Palestijnen te helpen?

De Saoedische kroonprins Abdullah sloeg een uitnodiging voor een bezoek aan Washington af uit protest tegen de pro-Israëlische politiek van de VS. De Saoedische krant Al-Yum prees gisteren ,,deze moedige Saoedische positie (..) ter verdediging van de waardigheid en vrijheid van de Arabieren en hun natuurlijke recht om te herwinnen waarop zij recht hebben''.

De Egyptische federatie van Kamers van Koophandel deelde mee dat zij een conferentie van Europese Kamers van Koophandel in Barcelona zal boycotten uit protest tegen de aanwezigheid van Israël.

Enkele honderden Palestijnen hielden zaterdag een zitstaking in het vluchtelingenkamp Ain el-Hilweh in Zuid-Libanon, en verbrandden een maquette van een joodse nederzetting. ,,Met ons bloed zullen wij u wreken, o Palestina'', schreeuwden zij.

De fundamentalistische Moslimbroederschap in Jordanië organiseerde een grote demonstratie in het vluchtelingenkamp Baqaa bij Amman, waar Israëlische en Amerikaanse vlaggen werden verbrand, en schoenen werden gegooid naar afbeeldingen van de Israëlische premier Sharon en minister van Buitenlandse Zaken Peres. Maar toen enkele tientallen jonge Palestijnen de straat op gingen en banden verbrandden, zei de Jordaanse premier Ragheb vermanend dat ,,het uitdrukken van gevoelens geen aanvallen op openbare eigendommen of het verbranden van banden noodzakelijk maakt''.

De Arabische ministers besloten zaterdag ook unaniem ,,het Palestijnse verzet en de intifadah voort te zetten, wat ook de prijs is''. De Palestijnen klagen echter dat zelfs de herhaaldelijk toegezegde Arabische financiële hulp maar mondjesmaat arriveert.