WIJ ZIJN DIE JONGE LERAREN!

In De Balie in Amsterdam woedde afgelopen weken een debat over de toekomst van het onderwijs, onder de titel: `Het Verlangen naar School'. Als slot van de debatreeks hebben zestien jonge leraren een manifest opgesteld. Alles moet anders.

`Wij zijn die jonge leraren! Wij zijn de mensen die de komende generaties klaarstomen voor de toekomst. Wij zijn enthousiast en willen veel, maar we lopen vast op oude structuren en nieuwe problemen. Er zijn veel problemen in het onderwijs: verouderde materialen, armoedige en te kleine gebouwen, een oplopend lerarentekort. Allemaal waar, maar er is meer aan de hand. Onder de oppervlakte broeien de inhoudelijke problemen. Beantwoordt het onderwijs nog wel aan de eisen die de moderne tijd stelt?

Nee. Het onderwijs moet beter aansluiten bij de kennis, vaardigheden en vermogens van de Nederlandse leerling. Een Nederlands kind kan meer en wil meer dan het huidige onderwijssysteem kan bieden. In de serie debatten zijn drie zaken naar voren gekomen die de kern vormen van de problemen die jonge leraren hebben met het huidige onderwijssysteem: onvrijheid van onderwijs, een achterhaalde visie op kwaliteit en een gebrek aan professionaliteit. Voor deze drie problemen moet een oplossing gevonden worden, want anders is elke andere verandering gedoemd te mislukken.

Wij willen meer vrijheid. Vrijheid om met eigen inzicht verdieping aan onze lessen mee te geven. Het lesprogramma is dichtgetimmerd met voorwaarden waaraan wij moeten voldoen. De vergelijkbaarheid, die wordt afgedwongen door centrale toetsen, houdt het onderwijs in een wurgende houdgreep. Het Ministerie van Onderwijs moet een keuze maken: vrijheid van onderwijs of de dwang van de vergelijkbaarheid. Autonomie en vergelijkbaarheid gaan niet samen, dus kies!

Wij willen de vrijheid om onze leerlingen naar de eindstreep te begeleiden. Schaf het centraal toetsen af, in het basis- en het voortgezet onderwijs. Geef het docententeam de mogelijkheid en het vertrouwen om de toetsing zelf te doen. Vertrouwt u ons niet? Wij zijn professionals, wij kunnen dit aan. In het beroepsonderwijs wordt al op deze manier gewerkt. Daar hebben onze collega's inhoudelijke verantwoordelijkheid voor hun eindproduct. Wij willen dit systeem voor het gehele onderwijs.

Wij willen de vrijheid om van elkaar te verschillen, niet in niveau, maar in vorm. Hef de schijn van gelijkheid op. Als je de examens vrij laat, zullen scholen zich meer een eigen signatuur aanmeten, een eigen karakter, wat zich ook in het lesprogramma uit. Dit maakt de keuze voor een bepaalde school weer interessant, voor de leerling én voor de leraar.

Wij willen kwaliteit. Om kwaliteit te kunnen bieden hebben we meer tijd nodig. In het basisonderwijs permanent twee mensen in de klas. In het voortgezet en het beroepsonderwijs minder lesuren per docent per week. Dan hebben wij tijd om over de inhoud en over de methode na te denken. Dan kunnen wij maatwerk afleveren, dan kunnen wij leerlingen individueel begeleiden, problemen en achterstanden tijdig signaleren en verhelpen, nadenken over onze lesmethoden en de toetsing.

Wij willen een eigen rol bij de kwaliteitsbewaking. Als er meer tijd is kunnen wij gericht kijken naar de kwaliteit. Het loslaten van de centrale toetsen is dan mogelijk, omdat wij genoeg tijd hebben om een kwaliteitstoets te ontwerpen. Stel een landelijke toetsingscommissie in die de examens beoordeelt, zodat er geen groot niveauverschillen kunnen ontstaan. Het beroepsonderwijs toetst al op deze manier.

Maak de CITO-score weer geheim. De CITO-toets is geen middel om scholen te toetsen of om kinderen te selecteren. Nu fungeert deze toets te vaak als graadmeter. Ten onrechte, want deze is te beperkt om een goede schoolkeuze op te baseren. Wij hebben het kind jarenlang in de klas gehad en kennen zijn mogelijkheden en beperkingen beter dan wie ook. Wij willen de kinderen het juiste advies meegeven, niet gebaseerd op toetsresultaten, maar op basis van jarenlange observatie.

Maak het onderwijs flexibeler. Wij willen modules en trajectonderwijs in de bovenbouw van het voorgezet onderwijs, met meerdere instroom- en uitstroommomenten. Waarom kunnen we niet meerdere examenmomenten per jaar aanbieden? We willen een persoonlijk traject voor elke leerling waarin hij zich de vereiste vaardigheden eigen maakt. De voordelen zijn voor de leerling, want hij volgt een leertempo waarbij hij het best functioneert. Als een leerling een jaar in zeven maanden wil doen, laat hem. Als hij er vijftien maanden over wil doen: waarom niet? Maar wees consequent: een schooljaar van 40 weken met twee maanden vakantie in de zomer is achterhaald. Schaf dus ook die vakanties af en hou het gebouw het gehele jaar open.

Ook hier geldt dat het beroepsonderwijs verder is dan de andere onderwijsvormen. In het mbo geldt flexibilisering als hèt middel om uitval te voorkomen. Meer leerlingen verlaten er nu de school met diploma. Wij willen dit ook invoeren in andere sectoren. Door het aanbieden van flexibiliteit en aandacht kun je bovendien ook beter voorzien in de behoeften van leerlingen met taalachterstanden, leerproblemen en sociale problemen. Dat is pas echt adaptief onderwijs.

Wij willen professionalisering in het onderwijs. Buiten het onderwijs zijn er weinig hoogopgeleide professionals werkzaam zonder eigen werkplek. Zijn er weinig professionals die op hun werk niet de beschikking hebben over een computer. Zijn er weinig professionals die zonder reflectie of groeiperspectief hun arbeidzame leven doorbrengen. Zijn er weinig hoogopgeleiden die zo een geringe salarisgroei doormaken. Zijn er weinig professionals wiens expertise door hun management zo armoedig wordt ingezet.

Wij pleiten voor een cultuuromslag binnen de schoolorganisaties. Een moderne organisatie daagt uit, inspireert en faciliteert. Wij eisen de mogelijkheden om kwaliteit te leveren en aansluiting te zoeken bij de kennis ,vaardigheden en vermogens van de huidige leerling. Wij willen van negen tot vijf in een goed uitgerust lokaal en op een goed geoutilleerde werkplek ons vak uitoefenen. Het is noodzakelijk om een omgeving te creëren waar samen met collega's een dag, een les, een methode of een project kan worden doorgesproken. Het is belangrijk dat onderwijscollega's en management de klas binnen wandelen om te kijken wat je doet en hoe je dat doet. Ook wij willen in een organisatie werken die uitdagingen biedt, flexibiliteit vereist en carrière mogelijk maakt. Wij eisen een professionele werkhouding van het management en van onze collega's. Dan kan de openheid en samenwerking ontstaan die voor goed onderwijs zo belangrijk is.

Dit zijn onze voorwaarden waaronder wij willen en kunnen werken. Als we op deze manier doorgaan, als we blijven vasthouden aan de veiligheid van de bestaande structuren, dan is het Nederlandse onderwijs ten dode opgeschreven. Dit zijn de fundamentele keuzes die gemaakt moeten worden. Alle andere veranderingen zijn lapmiddelen. Geef ons het vertrouwen om te kunnen doen waartoe wij zijn opgeleid. Dan kunnen wij garant staan voor goed, vernieuwend en inspirerend onderwijs. En dat wil iedereen.'

Maandag 21 mei wordt in De Balie (Kleine-Gartmanplantsoen 10, Amsterdam) gedebateerd over dit manifest, in aanwezigheid van staatssecretaris Karin Adelmund (Onderwijs). Aanvang 19.30, toegang ƒ15/12,50, reserveren via tel.nr. 020-55.35.100