P.C. Hooftprijs voor Marga Minco: meer dan schrijfster ‘Het bittere kruid’

P.C. Hooftprijs Marga Minco ontvangt de P.C. Hooftprijs, 60.000 euro. Dat is een verrassing: het is opmerkelijk dat er nog geen eerdere jury tot het besluit was gekomen om Minco te bekronen.

Marga Minco in 2010 Foto Joost van den Broek/HH

Marga Minco is meer dan de schrijver van één boek. Door dat ene boek, Het bittere kruid, werd ze weliswaar de vertolker van „de Nederlandse stem in de Europese oorlogsliteratuur”. Maar ruim zestig jaar na de verschijning van haar internationaal vermaarde debuutroman wordt haar verhalende oeuvre nu bekroond met de hoogste eer in de Nederlandse letteren. De 98-jarige schrijfster zal in januari de P.C. Hooftprijs 2019 voor verhalend proza in ontvangst nemen, zo werd dinsdagochtend bekend. Ze ontvangt 60.000 euro.

Minco is een van de belangrijkste Nederlandse auteurs die de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse joodse identiteit literair vormgaf, in haar geserreerde maar levendige romans en verhalen. Haar oeuvre „laat lezers ervaren hoe mensen door kwade krachten de eenzaamheid in worden gedreven”, aldus de jury, die bestond uit wetenschapper Mathijs Sanders, criticus Daniëlle Serdijn en de schrijvers Gustaaf Peek, Vamba Sherif en Franca Treur.

Enige die aan Holocaust ontkwam

Marga Minco (1920) werd geboren als Sara Minco en groeide op in een traditioneel-joods gezin in Breda, tot de Duitse bezetting het gezin uiteenscheurde. Sara, die onderdook en jarenlang leefde onder de schuilnaam Marga Faes, was de enige van haar gezin die aan de Holocaust ontkwam – ze nam na de oorlog die nieuwe voornaam aan. Zo bepaalde de oorlog op meerdere terreinen haar identiteit, ook dat van haar als schrijver.

Dertien jaar werkte ze aan een debuutroman, gebaseerd op haar ervaringen. „Instinctief voelde ik dat ik er zoveel mogelijk afstand van moest nemen, me als een objectieve waarnemer moest opstellen, om erover te kunnen schrijven. Het onderwerp was al geladen genoeg”, zei ze in de jaren tachtig.

Het bittere kruid (1957) werd Minco’s grootste succes, het bereikte een miljoenenpubliek en werd tot ver over de grens gelezen naast het dagboek van Anne Frank. Tegelijk werd het haar oerboek: een getuigenis van een joods meisje tijdens de bezetting, waarin het wrede lot van joden door de eenvoudige, glasheldere taal des te harder aankomt. In alle argeloosheid discussiëren de personages eerst nog over de kleur van het garen waarmee Jodensterren op hun revers genaaid moet worden, terwijl ze erop vertrouwen dat het antisemitisme in Nederland toch nooit zo gevaarlijk zal worden als elders. Daarop moeten ze terugkomen.

Dom geluk

De sleutelscène is het moment waarop de jonge vertelster door dom geluk de dood bespaard blijft, omdat zij het huis uit weet te vluchten. „Het tuinpoortje – dat is, uiteindelijk, mijn thema. Ik, die als meisje van twintig wegliep, terwijl mijn ouders opgehaald werden”, zei Minco decennia later tegen interviewer Ischa Meijer. Het overleven was haar lot en, door de stomme willekeur ervan, haar opdracht. „Mijn noodzaak is: terugduiken in die tijd.” Zo kon ze de gestorvenen in herinnering alsnog laten voortleven.

Tegelijk gaf ze daarmee de lange nasleep van de oorlog voor de overlevenden vorm. Het vroege verhaal ‘Het adres’ vertelt hoe niet-joodse Nederlanders spullen van joodse buren in bewaring namen, maar ze na de oorlog niet meer teruggaven: „Ben je teruggekomen? Ik dacht dat er niemand teruggekomen was.” Dat onderwerp keerde terug in Minco’s geprezen roman Een leeg huis (1966) en in haar laatste grote roman Nagelaten dagen (1997). Beide werken tonen ook de ontwikkeling van Minco als schrijver. In Een leeg huis baseerde ze zich weer op oorlogservaringen die Het bittere kruid bepaalden, maar gaf ze de personages een nieuwe diepgang. Nagelaten dagen is een ingenieuze constructie van flashbacks en citaten die door de tijd rondzingen, die lijkt te zeggen: het verstrijken van de tijd vreet de herinnering aan bij alle betrokkenen. In de roman De val (1983), waarmee Minco na een lange pauze terugkeerde in de literatuur, loopt de bejaarde hoofdpersoon veertig jaar na de oorlog alsnog in de val van het noodlot.

Lees ook: columnist Arjen Fortuin kon in 2015 niet stoppen met citeren uit werk van Marga Minco

De oorlog was voor Minco nooit voorbij, al handelde niet al haar werk direct daarover. Haar ruime oeuvre van korte verhalen, waarvan een selectie verzameld werd in Na de sterren (2015), kenmerkt zich door realisme dat soms overgaat in absurdisme – maar ook daar klinken altijd echo’s van het oorlogstrauma door, in de thematiek van eenzaamheid die door het kwaad wordt berokkend. „Minco = oorlog, dat irriteert me wel eens”, zei de schrijfster in de jaren tachtig. Later verzoende ze zich daarmee – al was het maar omdat het antisemitisme in de samenleving bleef opduiken, iets waar ze fel over was. „Kunt u ons uitleggen hoe het komt dat joden zo anders zijn en zo anders doen?”, citeerde Minco in 1998 een vraag die haar in de jaren zestig was gesteld, toen ze optrad voor „plattelandsvrouwen”.

Voor al haar werk geldt dat het door de geserreerde stijl de tand des tijds moeiteloos doorstaat: haar woordkeus voelt nergens verouderd, haar spaarzame zinnen behouden hun zeggingskracht.

Toch komt Minco’s bekroning met de P.C. Hooftprijs enigszins als een verrassing. Dat heeft niet zozeer te maken met de kwaliteit van haar oeuvre van romans en verhalen, dat al gelauwerd is met de Constantijn Huygensprijs en de Annie Romeinprijs, maar wel met het moment: het is vooral opmerkelijk dat er nog geen eerdere jury tot het besluit was gekomen om Minco te bekronen. In 2008 liet zij voor het laatst van zich horen, toen zij de 4-meilezing schreef, die toen al om gezondheidsredenen door haar dochter werd voorgelezen. De hoogbejaarde Minco zal de P.C. Hooftprijs dan ook niet op een feestelijke bijeenkomst in ontvangst nemen, maar bij haar thuis, „in aanwezigheid van een kleine delegatie van bestuur en jury en haar twee dochters”.

    • Thomas de Veen