Twee hoofdsteden

Voor software-ontwikkeling een paar dagen in New Delhi; daarna naar een congres in Washington. En toevallig binnen één week en in een jaar dat in India meer reden tot optimisme is dan in de Verenigde Staten. De Indiase hoofdstad is dit voorjaar een heel stuk frisser geworden. De vorige twee keer dat ik in Delhi was, bleven de sterren 's nachts verscholen achter een dichte walm van uitlaatgassen van slecht afgestelde bussen, taxi's en vrachtwagens. Vliegtuigen moesten regelmatig uitwijken naar Mumbai (Bombay) omdat de luchtverontreiniging het zicht al te zeer belemmerde.

Dat is nu veel beter. Aanvankelijk hadden de vervuilers de wettelijke waarschuwingen niet serieus genomen, maar dat veranderde toen een rechter bijna alle stadsbussen wegens overtreding van de uitstootnormen van de weg liet halen. De burgers konden lopen naar hun werk totdat de rechter nog één keer een half jaar uitstel gaf. Bussen en taxi's die voldoen aan de nieuwe milieueisen hebben een trotse groengeverfde band op de carrosserie en in de herfst gaan alle voertuigen zonder zo'n streep aan de ketting. Misschien wel een jaar extra levensverwachting voor de twaalf miljoen inwoners.

In Agra bezorgde de Taj Mahal een tweede verrassing. Voor het eerst in twintig jaar zag ik 's werelds mooiste gebouw weer gespiegeld in de lange vijver vóór het monument. Bij drie vorige bezoeken was daar een vieze, droge betonnen bak. Buitenlandse bezoekers betalen nu vijfentwintig gulden (één gulden voor Indiërs), maar de Taj is gelukkig weer te bewonderen zoals architect en bouwheer bedoeld hadden. Om nu economisch te generaliseren over India op basis van een bezoek aan Delhi en Agra, is net zoiets als een voorspelling doen voor heel Europa na een kort bezoek aan Zürich en Bern. Buiten het zakelijke en toeristische circuit is er ook het harde leven waarover correspondent Anil Ramdas in deze krant bericht. Net als trouwens in Nederland bereikt de economische vooruitgang niet alle burgers. Groei is dus niet voldoende maar wel veel beter dan de relatieve stagnatie in India tussen 1946 en 1991. En tekenen van dynamiek zijn duidelijk zichtbaar, zelfs voor de vluchtige bezoeker. Tijdens de rit over 200 kilometer hoofdweg van Delhi naar Agra zag ik nog maar twee kamelen en een enkele paard-en-wagen en al weer veel meer personenauto's en scooters dan de vorige keer. De Ambassador – kopie van een Engels Austinmodel uit de jaren vijftig, dat tot voor kort in India nog werd geassembleerd – begint een oldtimer te worden tussen alle moderne Japanse en Koreaanse auto's. En met zes procent groei jaar in jaar uit blijft India wel nog steeds onder het potentieel voor economische ontwikkeling, maar is het nu duidelijk minder arm dan de meeste Afrikaanse landen. De inhaalslag met het Westen is goed op gang gekomen.

In Washington stond ik bij de incheckbalie van het hotel naast Warren Buffett, fameus belegger en – geloof ik – de op één na rijkste man in Amerika. Zonder enige pretentie spelde hij zijn voor- en achternaam en droeg hij z'n eigen bagage. Misschien is dat wel onderdeel van het recept om echt héél rijk te worden; in ieder geval oogt het sympathiek. De financiële reputatie van Buffett is weer méér dan hersteld na de twijfel in 1998 en 1999, toen hij zich bewust afzijdig hield van de nieuwe economie. ,,Bedrijven die geen winst maken en toch heel duur zijn op de beurs begrijp ik niet, en wat ik niet kan analyseren, daar wil ik niet in beleggen'', had Buffett steeds volgehouden, en dus waren zijn beleggingen tijdelijk nogal achtergebleven. Nu staat hij als belegger weer op een ereplaats, en gaan de internetbedrijven en de `telecoms' links en rechts failliet.

Tot en met vorig jaar is in Amerika door de telecoms zoveel glasvezelkabel gelegd dat de capaciteit nu vijftig keer zo groot is als de behoefte. Voor 98 procent van de glasvezel heeft dus niemand iets over. De verliezen bij de telecombedrijven kunnen zo oplopen tot honderdvijftig miljard dollar – en dus proberen KPN en concurrenten nu vooral om schulden af te lossen en is er geen slagkracht meer voor investeringen. Dat zou in de telecomsector nog wel een jaar of langer kunnen duren en in de tussentijd komt de economische groei maar bescheiden terug. De terugval in de Amerikaanse economie lijkt de vorm van een letter L aan te nemen: na een verrassend snelle daling in de afgelopen winter, wordt het nu niet veel slechter, maar ook nog niet beter.

Maar het grootste nieuws voor ons Nederlanders lag in Washington overal in de boekhandel. De nieuwe historische bestseller van Michael Burleigh, The Third Reich, heeft een duidelijk oordeel over Nederland. De prominente historicus schrijft: ,,The Netherlands reveals yet further layers of complexity, which make it more like Vichy France and less like Scandinavia than it would care to seem. Dutch authorities, such as the police, began close cooperation with the Gestapo in the mid-1930s, notably in monitoring German left-wing exiles. The Dutch government found unrespectable reasons for not admitting German Jewish refugees. After the occupation, many joined [...] the Nederlandse Unie, because [...] they were convinced that the future lay with a triumphal Nazi Germany.'' (pagina 420)

De drie pijnlijke woorden ,,like Vichy France'' zullen bij ons wellicht tot debat aanleiding geven. En dat is nuttig, want Nederlanders zijn vaak niet sterk in historisch besef. Scrupuleus als het bijvoorbeeld gaat om de zorgen van het milieu, zijn wij maar oppervlakkig in het omgaan met de eigen historie. Misschien hebben wij een buitenlandse spiegel nodig voor een eerlijk beeld van onze recente geschiedenis. Wel, die is dan nu beschikbaar.