Studiehuis heeft extra verdieping nodig

Voor het havo stond gisteren het eindexamen economie 1 en 2 nieuwe stijl op het programma. Roel Janssen, commentator van NRC Handelsblad, doet mee.

Het is leuk, niet moeilijk en nauwelijks economie. Met een beetje rekenwerk en een dosis gezond verstand is het eindexamen economie dat havo-leerlingen gisteren moesten maken, goed te doen. Veel theorische kennis wordt er niet verwacht en er wordt ook niet naar gevraagd.

Aan actualiteit geen gebrek. De vragen gaan over verlaging van het BTW-tarief voor de kappers, filebestrijding bij Eindhoven met rekeningrijden, de arbeidsmarkt voor de jeugd, bijverdiensten van scholieren, de opkomst van ruilhandel, koopkracht en arbeidsmarkt, beperking van de kinderbijslag en vragen over het Britse pond dat niet meedoet met de euro. Deze acht thema's hebben een hoog studiehuisgehalte er wordt meer naar inzicht gevraagd dan naar kennis. Je moet als leerling het nieuws hebben gevolgd en kranten hebben gelezen. Verder is het eigenlijk maatschappijleer met de toepassing van elementaire economische begrippen.

In alle vragen zijn de prijzen weergegeven in euro`s. Daarmee loopt het examen vooruit op de introductie van de euro in het onderwijs vanaf het komende schoolseizoen. Toch een opluchting dat minister Zalm (Financiën) na druk van de Tweede Kamer onlangs heeft toegezegd om extra geld vrij te maken zodat de schoolboeken aangepast kunnen worden aan het eurotijdperk.

De meeste vragen gaan over praktische problemen die om een praktische oplossing vragen, niet om ideologische kleuring van de economie. Hoewel, de vraag waarom verlaging van de BTW op kappersdiensten kan leiden tot verhoging van de belastingopbrengsten, kan worden aangegrepen om een vlammend betoog te houden over het verband tussen marginale belastingtarieven en belastingopbrengsten. De Amerikaanse econoom Arthur Laffer gebruikte hiervoor in de tijd van president Reagan de achterkant van een servetje en dat werd het begin van de supply side revolutie. Tegenwoordig is het havo-stof.

Bij de vraag over scholierenbaantjes moeten de leerlingen een brief aan de minister van Onderwijs schrijven, die volgens de opgave tegen het nemen van een baantje is. Jij bent het met de minister niet eens en schrijft een ingezonden brief naar de krant. Met de stelling dat een baantje reuze nuttig is. Aardig gevonden als het zou gaan om het toelatingsexamen voor de School voor journalistiek, want deze opdracht vraagt eerder om stilistische dan om economische vaardigheden.

Wat zou professor Heertje van dit eindexamen vinden? Heertje heeft met zijn `Kern van de economie' generaties leerlingen van het havo en vwo de grondbeginselen van de economie en staathuishoudkunde bijgebracht. Deze week stond hij in de rechtszaal in verband met de Amsterdamse beursfraudezaak. Heertje bevestigde dat hij wel eens vermoedens over voorkennis had doorgegeven aan een officier van justitie. Deze had zijn opmerkingen met potlood genoteerd.

Gewapend met deze informatie had de officier vervolgens zijn zaak opgebouwd tegen de verdachten in de Clickfondszaak. Heertje was geschokt, zo zei hij, want hij had helemaal geen tips willen geven, alleen maar indrukken. Hij was dus geen tipgever geweest, maar indrukgever.

Indrukgever zo is het ook met dit havo-examen. Ze geven de indruk van economie, omdat er de nodige getallen, prijzen en procenten in voorkomen. Het is geruststellend te weten dat havo-leerlingen met economie in hun pakket uitstekend de berichtgeving over actuele onderwerpen in een krant als NRC Handelsblad kunnen volgen. Maar je zou een toch een slagje méér wensen. Twee lastige vragen, vragen die meer denkwerk en meer kennis vergen dan indrukken en meer dan een simpele berekening. Het Studiehuis moet van een extra verdieping worden voorzien.