Stede Broec

In het artikel van Jannetje Koelewijn en Petra de Koning `Kogelgat in het poldermodel' (Z, 5 mei) wordt een bijna vertederend portret geschilderd van de gemeente Stede Broec. Oh wat een gezellige samenklontering van dorpjes!

Maar nauwelijks onderhuids leeft in de voorheen zeer rooms-katholieke bevolking (denk aan de Zouaven) een diepgeworteld besef van hiërarchie. Eenmaal aangesteld of benoemd, was men koning in Gods Rijk. Zijn Pastoor, Dokter en Notaris nu min of meer op de begane grond beland, de Burry (= burgemeester) & de Zijnen worden nog steeds ambtshalve met eerbied bejegend, Eerbied en Vreze. Kritiek wordt nauwelijks direct geuit, dáárom, of omdat men vreest in eventuele eigen belangen te worden geschaad of gedwarsboomd. Terecht of niet, zo werkt het onder de oppervlakte.

Allochtonen, want iedereen niet van hier is vreemd, een buitenpoorter, zíj leven aan de andere kant van het spoor. Het zijn meest forensen, vaak tweeverdieners. Zo zij na de file of de trein al tijd en energie hebben om zich met de politiek te bemoeien, dan nog zijn zij niet vertrouwd met het diep in de historie gewortelde netwerk van onderlinge belangen.

De angst voor het onbekende, die extreem tot uiting komt in het verzet tegen een asielzoekerscentrum, heerst ook, misschien in afnemende mate, tegenover de meestal vlotgebekte import en dat `typische' Enkhuizen. Kortom, die overheerlijke oranjesaus van de gezelligheid in uw artikel heeft voor de fijnproever een vreemde bijsmaak.