`Smeerboel' bij fameus restaurant

Eten willen we niet. Wel zouden we de baas graag spreken. Maar dat wil die weer niet. Jo Goldenberg (78) houdt zich om begrijpelijke redenen schuil. De eigenaar en naamgever van het beroemdste joodse restaurant van Parijs - in 1982 doelwit van een nooit opgehelderde aanslag waarbij zes doden vielen - werd deze week veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk en een boete van 45.000 gulden benevens publicatie van het vonnis in dagblad Le Monde, vanwege ,,het in bewaring hebben van voor de gezondheid schadelijke etenswaren, het gebruik van onrein keukengerei en het bewaren van etenswaren waarvan de houdbaarheidsdatum overschreden is''.

Het is stadhuistaal voor wat de inspecteur van de controledienst getuigde tot twee keer toe in de Rue des Rosiers, in de wijk Le Marais, te hebben aangetroffen: ,,een weerzinwekkende smeerboel'' van onder meer 221 kilo half-ingevroren karpers in vuilniszakken en 105 kilo bedorven vlees. Ook had hij vijf kilo hachis-Parmentier, rundergehakt met aardappelpuree, ontwaard: in regelrechte staat van ontbinding. Volgens hem bevatte het gerecht ,,noodzakelijkerwijs'' dodelijke bacteriën voor mensen met een verminderde weerstand. Behalve beschimmelde kuit en een met een laag vuil bedekte, roestige koelcel memoreerde de getuige à charge nog dat de vijf werknemers slechts een emmer hadden om hun handen te wassen.

Nadat de aanwezigen in de rechtszaal uitgelachen waren, zei Goldenberg dat de hachis-Parmentier een ,,kliekje'' was geweest van maaltijden voor zijn personeel. Het had nog weggegooid moeten worden. Het bedorven vlees was voor zijn hond en kat bestemd geweest.

Het mocht niet baten. Want ook de aanwezigheid van zijn huisdieren was de inspecteur een doorn in het oog geweest, net als de ,,voor mijn voeten wegschietende muis'' en de ,,zwermen vliegen'', die opstegen als de kasten met ,,vuil'' tafellinnen werden geopend.