Opvoedsalaris voor bijstandsmoeder

Moeder zijn van drie opgroeiende kinderen is een volwaardige baan, zegt Suzanne Koopman. Als iedereen 1 procent van zijn loon afdraagt, kan het ook nog eens betaald worden.

In een Zutphense keuken hangt aan de muur een affiche. ,,Zorgen moet je doen, niet maken'', luidt de wijze les van Loesje. Aan de keukentafel zit Suzanne. Zij zegt: ,,Dit is mijn koninkrijk. Ik vind niet dat de staat mij hier weg mag halen zodat anderen op mijn kinderen moeten passen.''

Suzanne Koopman (42) zorgt voor Eugenie (13), Charlotte (11) en Sebastiaan (9). Elf, twaalf uur per dag. Zeven dagen per week. Een volledige baan, zegt Koopman, ook al wordt die niet betaald. Geen volledige baan, zegt de gemeente die vindt dat Koopman een betaalde baan buitenshuis moet nemen. ,,Ze zeggen dat ik economisch zelfstandig moet worden. Maar dat is echt een fake-begrip.'' Ze pakt een kladblok en rekent uit dat de staat in dat geval financieel fors bijdraagt aan haar `zelfstandigheid' via subsidies op de benodigde kinder- en naschoolse opvang. ,,Mijn kinderen worden dan ver-economiseerd.''

Waarom, zo vraagt Koopman zich af, wordt in Nederland het opvoeden van kinderen niet als een betaalde baan gezien. Te betalen via een zogenoemde `kind-zorgpremie'. Iedere werknemer, zo stelt ze voor, draagt 1 procent van zijn loon af. ,,Met dat geld kun je alle moeders die een kind verzorgen een loon geven. Als je daarnaast erbij wilt werken, geen probleem. Dan heb je wat extra's te besteden.''

Zelf is ze sinds acht jaar bijstandsmoeder. Haar ex-echtgenoot wil de kinderen niet zo veel zien. Drie, vier keer per jaar. Dan houdt het wel op. En dus staat Suzanne er grotendeels alleen voor. Een gezinshulp, nodig omdat ze het fysiek/psychisch niet aan kon, bracht enige verlichting. Maar twee jaar geleden werd ze eerst volledig, en later parttime, arbeidsgeschikt verklaard. De hulp verdween, de aanzegging om buitenshuis te gaan werken kwam er voor in de plaats. Koopman zou, in plaats van op de door haar verfoeide gesubsidieerde opvang, toch een beroep doen op kennissen, buren of familie? ,,Nee'', zegt ze, ,,dat werkt niet.'' Direct na de scheiding heeft ze het geprobeerd. ,,Ik kon niets terugdoen, ik vroeg alleen maar.'' Bovendien, zo heeft Koopman ervaren, raken veel vrouwen na een scheiding in een sociaal isolement. ,,Als je gaat scheiden word je door veel mensen toch met de nek aangekeken. Je raakt veel contacten kwijt.''

Koopman krijgt een bijstandsuitkering. Iets meer dan 2.000 gulden per maand, bruto. Aan het einde van de maand heeft ze soms geen geld meer voor boodschappen, en moet ze poffen bij de fietsenmaker. ,,Ik hoef geen ton, maar iets meer huishoudgeld zou fijn zijn.'' Ze beaamt dat de bijstand een vangnet is, en niet bedoeld om een gezin te onderhouden. Het liefst, zegt ze, zou ze afzien van de uitkering. ,,Als ik alleen was, dan had ik dat gedaan. Ik heb tijden geleefd van 600 gulden per maand. Maar met kinderen is dat onmogelijk.''

En dus wordt ze gehouden aan de wet die bepaalt dat ouders met kinderen ouder dan vier jaar een sollicitatieplicht hebben. Koopman heeft daar moeite mee, ze ervaart het als een inbreuk op haar privacy. Iedereen moet zelf beslissen, vindt Koopman. Zij heeft voor haar gezin gekozen. ,,Niemand mag dit voor mij doen. Ik ben toch niet wilsonbekwaam of onmondig?''

,,Ze hebben al zoveel meegemaakt'', zegt ze over haar kinderen, ,,eigenlijk hebben ze nog maar één ouder.'' Sebastiaan en Charlotte gaan naar de basisschool; Eugenie zit in de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Alleen al uit principe wil ze niet in zee met overblijfmoeders en naschoolse opvangmedewerkers. ,,Al die verschillende gezichten, ik vraag me af of dat op den duur wel goed is.'' Suzanne brengt de jongsten liever zelf naar school. Om even mee de klas in te gaan voor een gesprekje met de juffrouw of het bekijken van een werkstuk. Wanneer de kinderen op school zitten, stort zij zich op het huishouden. Boodschappen, afwas, strijk, reparaties.

Als het zo uitkomt, doet ze leuke dingen voor zichzelf. ,,Mag ik af en toe ook egoïstisch zijn?'', luidt de retorische vraag. Het `werk' wordt hervat als de kinderen van school komen. Huiswerk, hobby, werkstukken. Dat betekent niet dat ze van haar kinderen verwende apegatjes maakt, zoals laatst iemand tegen haar zei. ,,Verschrikkelijk. Ik wil er gewoon zijn voor als er iets is.'' Suzanne leert haar kinderen koken, zelfstandig dingen oplossen en meehelpen in de huishouding. ,,Dat soort zaken vind ik belangrijk.'' Ze hekelt het zogenaamde `kwaliteitsuurtje' van werkende ouders. Na school of het avondeten een uur volledig aan de kinderen besteden. ,,Ik knutsel ook met de kinderen'', aapt ze met geaffecteerde stem een werkende ouder na. ,,Maar wat als zo'n kind dan geen zin heeft, lekker alleen met lego wil spelen?'' Ze kijkt uit het keukenraam de straat op, daar waar ze laatst nog een stenen gooiende buurjongen tot de orde riep. ,,Er zwerven hier veel kinderen op straat, geen ouder te zien.'' ,,Kinderen'', zegt ze, ,,zijn de toekomst. Als kinderen niet grootgebracht worden, sterft de staat uit.''

Bent u ook voorstander van een kind-zorgpremie voor alleenstaande ouders? Stuur uw reactie naar e-mailadres zok@nrc.nl of naar NRC Handelsblad, Ouder & Kind, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam. Uw bijdrage dient donderdag in ons bezit te zijn.