Olympisch feminisme

Zonder de Franse Alice Milliat hadden vrouwen het veel moeilijker gehad op de Olympische Spelen. Het IOC was voor de Tweede Wereldoorlog een mannenclubje en zag dat graag gehandhaafd. De landgenote van Pierre de Coubertin was echter zo doortastend dat uiteindelijk vrouwen steeds meer ruimte kregen. Laten we het olympisch feminisme noemen.

De Coubertin was wellicht de grootste tegenstander van Milliat. Naarmate hij ouder werd, veranderde zijn afkeer in regelrechte vijandigheid. Misschien kwam dat door het karakter van Milliat, die bekend stond als doortastend, goedgebekt en uiterst ongeduldig. Dat blijkt duidelijk na de oprichting van de Franse Vrouwensportfederatie in 1917, die in eerste instantie geheel door mannen werd gecontroleerd. Milliat begon als penningmeester, maar drie jaar later was ze president en hadden vrouwen alle leidinggevende posities overgenomen. Opmerkelijk is het verband dat ze legde tussen vrouwensport en algemeen kiesrecht. In een interview zei ze: ,,Zolang we geen stemrecht hebben, kunnen we onze behoefte aan sport niet publiekelijk kenbaar maken, of druk uitoefenen.''

In 1921 bezocht Milliat een internationaal vrouwentoernooi in Monte Carlo. Volgens de verhalen kreeg ze daar het idee om een mondiale organisatie op te richten. Met haar doortastendheid kon dat niet lang duren: 31 oktober 1921 was in Parijs de geboortedag van de Federation Sportive Feminine Internationale (FSFI). Het was een denderende start. Er werden regels vastgesteld en besloten werd om een jaar later in de Franse hoofdstad de eerste Vrouwen Olympische Spelen te organiseren. Met vijf deelnemende landen, elf verschillende disciplines en 20.000 toeschouwers was het een groot succes. Op naar de tweede Spelen – maar het IOC keek niet lijdzaam toe.

Dit comité was woedend over het gebruik van de eretitel olympisch en tekende furieus protest aan. Er zat dan ook weinig anders op voor de FSFI om vier jaar later in Zweden te kiezen voor de Tweede Internationale Dames Spelen. Toch was de geest uit de fles. De vrouwelijke sporters toonden zich niet meer bereid om afstand te doen van hun verworvenheden. Een listige tactiek van het IOC en de wereldatletiekfederatie IAAF was het antwoord.

Gedurende de jaren dertig onderhandelden de FSFI en de IAAF over vrouwen en atletiek, waarbij de FSFI na lang tegenstribbelen zich bereid toonde de eigen organisatie en de eigen Spelen op te heffen als ze werd opgenomen door de olympische beweging.

In 1936 werd vastgesteld dat de IAAF de vrouwenrecords erkende en dat ze de organisatie van vrouwensport zou overnemen. De IAAF weigerde echter de vrouwenspelen voort te zetten, wa1arop de FSFI geen antwoord meer had. Ze legde zich vermoeid neer en liet zich opeten door de IAAF en het IOC, ondanks de enorme groei sinds 1921. Maar ze is nooit officieel opgeheven. Dus elk moment kan de FSFI door een geïnteresseerde nieuw leven worden ingeblazen.

jurryt@xs4all.nl