Nieuwe militaire doctrine in de VS: alles moet anders

President Bush maakt binnenkort een nieuw strategisch concept bekend. Andrew Marshall, een strateeg zonder ontzag voor heilige huisjes, heeft het Pentagon doorgelicht.

De Amerikaanse strijdkrachten zijn in staat van oorlog. Niet met fundamentalistische terroristen. Niet met Colombiaanse drugsbaronnen of Iraakse blokkadebrekers. Maar met het eigen ministerie van Defensie. Andrew Marshall gaat, in opdracht van minister Donald Rumsfeld, de bezem halen door het Pentagon. Marshall staat weliswaar bekend om zijn bezieling voor de aanschaf van de nieuwste militaire technologie. Maar ook om zijn kritiek op de heilige huisjes van het Pentagon, zoals kolossale vliegdekschepen, zware tanks en dure onderscheppingsjagers. Naar verwachting zal president Bush Marshall's bevindingen volgende week bekendmaken.

Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen verluchtigde het Pentagon nog een Republikeinse partijbijeenkomst in Philadelphia met een gelikte uitstalling van wapentuig. De boodschap was duidelijk: het belang van de Amerikaanse militairen is het best gediend bij de verkiezing van een Republikeinse president. De vette jaren onder president Reagan zullen dan vast herleven. Die wens is met de overwinning van George W. Bush uitgekomen. Maar de snelle aanstelling van Andrew Marshall door Rumsfeld is niet unaniem met instemming begroet.

Andrew Marshall is directeur van het Office of Net Assessment, ONA, een soort interne denktank die lange-termijn-bedreigingen in kaart moet brengen. Met zijn 79 jaar is hij een van de oudste werknemers van het Pentagon, maar zijn functie verklapt een lenig brein. In de hoedanigheid van ONA-baas adviseerde hij het Pentagon vanaf het begin van de jaren zeventig vooral over tactieken en technieken om de Sovjet-Unie te bestrijden. Sinds het einde van de Koude Oorlog houdt hij zich met `diffuse' bedreigingen bezig: gevaar dat overal kan opduiken. Uit de studies van Marshall's hand valt af te leiden wat het Pentagon en de defensie-industrie kunnen verwachten – of hebben te vrezen.

Marshall is de belichaming van de kritiek op generaals om de vorige oorlog uit te willen knokken. ,,Molenstenen'', zo noemt een ONA-rapport zware tanks en vliegdekschepen, wapentuig waarmee het Pentagon voorbije oorlogen won en waarin nog steeds tientallen miljarden per jaar worden gestopt. Dat type peperduur materieel heeft zijn beste tijd gehad, is de rode draad van zijn bevindingen.

Marshall voerde begin jaren negentig een wargame uit waarbij China en de VS in conflict raakten over Taiwan. De VS lieten de helft van hun twaalf vliegdekschepen opstomen naar de Chinese kust. De Chinezen waren uitgerust met kruisraketten die naar het doel werden geleid met behulp van kleine navigatiesatellieten, waarvan ze een grote voorraad hadden.

Het resultaat was een pijnlijke bloedneus voor de Amerikaanse marine. De vliegdekschepen, pijlers van de Amerikaanse maritieme macht, trots van de admiraals, zijn volgens Marshall sitting ducks – weg d'r mee. Hetzelfde geldt voor zware tanks, die op het slagveld makkelijke doelwitten vormen voor lichte anti-tank-raketten, die duizend maal goedkoper zijn dan hun doel. Ze dreigen, aldus Marshall in een van de zeer weinige interviews, de paardencavalerie van deze eeuw te worden.

Deze programma's slorpen fondsen op die beter aan de ontwikkeling van innovatieve technologieën kan worden besteed. Waarom, vindt Marshall, doelend op het eerste experimentele vliegdekschip in Amerikaanse dienst, hebben we in deze tijd niet zoiets als een Langley?

Als het aan het ONA ligt worden de kolossale carriers vervangen door een veelvoud aan kleinere vliegdekschepen. De tanks moeten worden vervangen door lichte, maar zwaar bewapende pantservoertuigen die in korte tijd overal ter wereld kunnen worden ingezet. Snelheid, bereik en precisie zijn de sleutelwoorden van Marshall's visie.

Ook de meeste doctrines zijn volgens het ONA niet meer van deze tijd. Het Pentagon eist sinds het einde van de Koude Oorlog van zichzelf dat de VS twee grote regionale conflicten – zeg maar: een Golfoorlog en een conflict in Korea – tegelijk kunnen uitvechten en winnen. Aangezien de militaire dreiging nu zo vaag is geworden, moet militaire macht geen geografische beperkingen worden opgelegd. Dus ook met de eenzijdige aandacht voor Europa die het Pentagon sinds de Tweede Wereldoorlog tentoonspreidt moet het volgens het ONA maar eens afgelopen zijn. Zo is het kroonjuweel van de Amerikaanse luchtmacht, de stealth-jager F-22, eigenlijk ontwikkeld om het luchtruim boven het potentiële Koude Oorlog-slagveld op de Noord-Duitse laagvlakte schoon te vegen.

Ook het gevaar van ballistische raketten figureert prominent in de analyses van het ONA. Het was ook Marshall die in 1998 de senaatscommissie adviseerde die de toekomstige raketdreiging door `schurkenstaten' moest vaststellen. De conclusie: het gevaar is imminent. Deze commissie werd voorgezeten door Donald Rumsfeld. Het ONA steunt de ontwikkeling van het NMD-raketschild. De kosten daarvan bedragen volgens conservatieve schattingen 60 miljard dollar.

Aan al deze goed onderbouwde plannenmakerij kleeft één nadeel: ze zijn met de huidige begroting van 310 miljard dollar volstrekt onbetaalbaar. Dat betekent dat wapensystemen die nu in ontwikkeling zijn, niet verder zullen komen dan het prototypestadium. Kandidaten voor bezuiniging, zoals de F-22 en de DD-21 torpedobootjager, zijn er genoeg.

Dat Marshall's denkbeelden gehoor vinden, bleek tijdens een lezing van president Bush voor hoge militairen in februari in de marinebasis Norfolk. ,,We willen generaties wapentuig'' overslaan, aldus Bush. Minister van Defensie Rumsfeld heeft al laten weten dat de VS wat hem betreft hun strategische blik op Azië – lees: China – richten, en niet langer op Europa. De affaire vorige maand met het gestrande spionagetoestel op het Chinese eiland Hainan zal dit denkbeeld alleen maar hebben versterkt.

Nog voordat Bush gekozen was merkte zijn adviseur Richard Armitage – intussen onderminister van Buitenlandse Zaken – in de Washington Post al op: ,,Als de Republikeinen winnen, zal het in het Pentagon niet worden zoals vroeger. We gaan de 21ste eeuw binnen. Of ze dat nu bevalt of niet.''