Máxima niet automatisch koningin

Afgaande op verschillende media zou de indruk gewekt kunnen worden dat Máxima Zorreguieta na haar huwelijk met Willem-Alexander bij diens eventuele troonsbestijging automatisch koningin wordt. Dat is echter geenszins een vanzelfsprekendheid.

De regering kan voorstellen haar die titel te verlenen, maar de Grondwet verplicht haar daartoe niet. De Grondwet zwijgt namelijk over een titel van de gemalin van de regerende koning. Waar de Grondwet zwijgt, wil de staatkundige traditie soms uitkomst brengen, maar de traditie wijst in dit geval in uiteenlopende richtingen en maakt de regering niet veel wijzer.

Volgens de negentiende-eeuwse traditie kregen de drie achtereenvolgende regerende Nederlandse koningen een koningin toebedeeld. Frederica Luisa Wilhelmina van Pruisen, de eerste gemalin van Willem I, koning van het uit Nederland en België opgetrokken (in 1839 weer ontbonden) Verenigd Koninkrijk, werd koningin (eenmaal afgetreden, hertrouwde hij met de Belgische gravin Henriëtte d'Oultremont). Ook Anna Paulowna, de gemalin van koning Willem II, kreeg de titel koningin, evenals Sophie van Wurtemberg en Emma van Waldeck-Pyrmont, die met koning Willem III getrouwd waren. Viermaal verleende de negentiende-eeuwse wetgever de echtgenotes van de koning dus de titel koningin.

Aan die negentiende-eeuwse traditie kwam nog voor het einde van de eeuw een einde door het ontbreken van mannelijke troonopvolgers. De troonsbestijging van Wilhelmina vestigde een spiegelbeeldige traditie die de hele twintigste eeuw zou beheersen. Na het overlijden van Willem III was het gedaan met de koningen in Nederland. Het koninkrijk werd voortaan geregeerd door koninginnen. In de taal van de Grondwet (vóór de modernisering van 1983) was en bleef de Kroon der Nederlanden weliswaar opgedragen aan koning Willem I en zijn wettige nakomelingen, maar sinds 1890 werd zij `bezeten' door vrouwen. Eerst Wilhelmina, daarna haar dochter Juliana en tenslotte haar kleindochter Beatrix. Geen van deze regerende koninginnen kreeg als gemaal een koning. Volgens nieuwe traditie werden prins Hendrik, prins Bernhard en Claus von Amsberg bij wet benoemd tot Prins der Nederlanden.

De vraag is nu welke lijn de regering straks zal volgen: de negentiende-eeuwse traditie volgens welke de gemalin van de regerende koning koningin werd, of de twintigste-eeuwse traditie, die de gemaal van de regerende koningin een lagere rang toebedeelde. Als de regering zich op de eerste traditie beroept, wordt Máxima koningin. Beroept zij zich op de laatste, dan wordt zij Prinses der Nederlanden en blijft zij dat ook na de troonsbestijging van Willem-Alexander. Voor het laatste is meer te zeggen dan voor het eerste.

Waarom zou men terugkeren naar een traditie die al meer dan honderd jaar geleden uitgestorven is? Waarom zou men niet de traditie voortzetten waaraan we al bijna honderd jaar gewend zijn? Want waarom zou Máxima hoger ingeschaald moeten worden dan Claus en Bernhard?

Om de zwaarte van haar functie hoeft de regering dat niet te doen, want de positie van koningin naast een regerende koning is grondwettelijk zonder gewicht. Een aangetrouwde koningin zit naast de troon, niet erop. Ze deelt in geen enkele bevoegdheid van de koning. Ze is noch plaatsvervangend staatshoofd noch bekleed met enige verantwoordelijkheid. Ze maakt ook geen deel van de regering uit. Haar positie is slechts ornamenteel en haar status bepaalt zich welgeteld tot handen schudden en linten doorknippen. Haar titel is louter een naam, niet een ambt. Het valt te hopen dat Willem-Alexander dit alles niet voor Máxima verzwegen heeft.

Harry van Wijnen is oud-redacteur van NRC Handelsblad.