Lobbyorganisaties

De machtsverhoudingen in de beursgenoteerde wereld liggen dus niet zo dat het altijd verschillende blokken van aandeelhouders zijn die tegenover elkaar staan. Incidenteel wel natuurlijk, bijvoorbeeld wanneer er een overnamestrijd gaande is. Maar meestal zie je aandeelhouders (aanbieders van kapitaal maar vragers van informatie) zij aan zij staan tegenover de directies ( de aanbieders van informatie en – namens de onderneming – vragers van kapitaal).

Volgens die lijnen zijn de verschillende lobbyorganisaties ook ingedeeld. Aandeelhouders in Nederland laten hun belangen behartigen door ondermeer de Vereniging van Effectenbezitters, de VEB. Deze vereniging verdedigt zowel de belangen van grote, institutionele aandeelhouders als die van kleine particuliere beleggers. Typische, langjarige agendapunten zijn: de strijd tegen beschermingsconstructies die directies teveel speelruimte geven (hoewel ze ooit met goedvinden van aandeelhouders tot stand kwamen), en vóór openheid en actualiteit van bedrijfsgegevens. Maar ook gelijke behandeling van grote en kleine aandeelhouders is een onderwerp; dus als klein en groot tegenover elkaar komen te staan, zal de VEB wellicht geneigd zijn voor de particuliere belegger te kiezen.

Pensioenfondsen, de zwaargewichten onder de aandeelhouders, plachten tot voor kort ondanks de grootte van hun belangen zelden openlijk actie te voeren. Maar tegenwoordig schakelen ze, als ze het ondernemingsbeleid op een specifiek punt veranderd willen zien, steeds vaker een lobbyorganisatie als Déminor in. Zo'n – commerciële – adviseur stippelt een strategie uit en probeert aandeelhouders met een overeenkomend belang samen te laten optrekken.

Aan de andere kant staan dus de directies aan wie aandeelhouders een mandaat hebben gegeven om hun geld te beheren. Raden van bestuur hebben van nature de neiging dat mandaat zo ruim mogelijk op te vatten. Weinig informatie geven was een manier om de touwtjes in handen te houden. In die strijd om informatie over en zeggenschap in de onderneming bundelen vennootschapsdirecties hun belangen vaak in de VEUO, de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen. VEUO en VEB zijn dus nogal eens gesprekspartners.

Toen het openlijk nastreven van een zo hoog mogelijk rendement op aandelen nog politiek incorrect werd gevonden, hoefden ondernemingsbestuurders slechts te zeggen dat de continuïteit van de onderneming voor hen vooropstand. Dat volstond om `inhalige' aandeelhouders de mond te snoeren. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig zien directeuren in dat als beleggers hun aandeel niet aantrekkelijk vinden, de koers zal dalen en weg naar financiering van verdere groei afgesloten raakt. Daarom heeft elk serieus bedrijf tegenwoordig iemand in dienst die aan de `investor relations' werkt. In principe worden investor relations managers (of externe bureaus) ingehuurd om het bedrijf bij investeerders in een zo gunstig mogelijk daglicht te stellen. Ze maken dus reclame. Sinds `investor relations' op de agenda staat, is de informatiestroom naar beleggers wel degelijk verbeterd.

Als ergens de uitdrukking `kennis is macht' van toepassing is, dan is het dus wel op die beursvloer, terwijl het daar alleen lijkt te draaien om vraag en aanbod.

[bertbakker@nrc.nl]