Liefde in het licht van Allah

Homoseksualiteit en islam gaan, anders dan een aantal imams beweert, wel samen. Over de hele wereld zijn daarvan voorbeelden te vinden. Veel is geoorloofd, zolang er maar niet over gesproken wordt.

De ene imam noemde homoseksualiteit ,,een gevaar'', de ander had het over ,,een ziekte''. De Amsterdamse imam Shafiqur Rehmaan vreest dat homoseksualiteit tot het uitsterven van de godsdienst leidt. Zijn islam en homohaat onlosmakelijk met elkaar verbonden? Je zou het bijna gaan denken. Maar er zijn volop voorbeelden van het tegendeel. Er is een rijke traditie van islamitische literatuur waarin de liefde voor Allah en die voor mannen bezongen wordt. Neem de gedichten van de dertiende-eeuwse mysticus Rumi, die Fluisteringen van de Geliefde schreef. In landen waar naar verhouding meer moslims wonen dan in Nederland is een scala aan homoseksuele gedragingen waar te nemen, zowel van mannen als van vrouwen. En er zijn ook imams, zoals de homoseksuele Afro-Amerikaanse imam Abdullah, die de tolerante traditie van de islamitische heilige geschriften benadrukken.

De imams die homoseksualiteit afwijzen baseren zich op enkele postume uitspraken van de profeet Mohammed, die in de zogenoemde hadith zijn verzameld, en verwijzingen in de koran. Koran en hadith samen zijn de basis van de shari'a, de islamitische wetgeving. Maar die wetten zijn niet eenduidig. Hoewel alle shari'ascholen homoseksualiteit afwijzen, zijn er grote verschillen in de straffen die ze overtreders opleggen. De profeet zelf heeft nooit iemand bestraft voor homoseksualiteit. En de door de rechter vereiste bewijsvoering maakt veroordeling ook niet makkelijk: vier betrouwbare volwassen moslimmannen moeten getuigen dat ze ,,de sleutel het sleutelgat hebben zien insteken'' voor een aanklacht gerechtvaardigd bevonden wordt.

Er zijn ook moslimgeleerden die betogen dat respect voor de rechten van homo's en lesbiennes heel goed mogelijk is binnen de islam. De bekendste verwijzing naar homoseksualiteit in de koran is het verhaal van de profeet Lut (Lot in het Oude Testament), afkomstig uit Sodom. Deze stad werd door Allah vernietigd vanwege de vele zonden die de inwoners van Sodom begaan zouden hebben. Sindsdien is sodomie een naam voor anale penetratie. Maar klopt dat eigenlijk wel, vraagt imam Abdullah zich af. Want het Arabische woord voor sodomie, lutee wordt in de Arabische tekst niet gebruikt. Misschien refereerde de tekst wel aan heidense rituelen in het algemeen, of aan overspel, suggereert de imam.

Ook de moslimgeleerde Khalid Duran oppert in zijn bijdrage aan het boek Homosexuality and World Religions (Trinity Press, 1993) een `nieuwe shari'a' die gebaseerd is op de ethische principes van vrijheid en rechtvaardigheid die de profeet Mohammed in Mekka uitdroeg en niet zozeer op het veel conservatievere sociale klimaat van Arabië in de zevende eeuw. De Amerikaanse moslim-homoactivist uit San Francisco Faisal Alam heeft het internetnetwerk Al Fatiha opgericht, een forum waarin homoseksuele moslims debatteren over hun geloof en schendingen van mensenrechten aan de kaak stellen.

Honderden jaren lang kwamen reizigers naar `de Orient' terug met verhalen over pederastie. Sommigen gaven zich daar enthousiast aan over, zoals Flaubert en Proust beschreven. Er circuleerden de meest fantastische verhalen, niet alleen over jongens in de omgeving van de Ottomaanse sultans, maar ook over het dagelijks leven in Marokko, Algerije of Turkije. Zo schreef Tony Duvert bijvoorbeeld in 1976 over Marokko dat een jongen ,,van wie de anus eenmaal gepenetreerd was, de ongetrouwde mannen in de gemeenschap aantrekt zoals een pot honing de vliegen.'' De mannen die de actieve rol spelen beschouwen zich niet als homoseksueel, dat predikaat krijgen alleen de `passieve' mannen. De jongens die gepenetreerd worden hebben een lagere status. Als ze trouwen of zelf de actieve rol op zich nemen worden ze weer als `echte mannen' beschouwd. Maar niet allemaal maken ze die overgang. Sommigen behouden de passieve rol.

Naast de wijdverspreide jongensliefde zijn er in de islamitische wereld ook andere voorbeelden van mannen die voor lange tijd een homoseksuele rol spelen, zoals de xanith in Oman. Xanith zijn als man geboren, maar kleden en gedragen zich (bijna) als vrouwen. Ze zingen ook met de vrouwen op bruiloften, terwijl mannen de instrumenten bespelen. Ze kunnen op ongedwongen wijze met vrouwen omgaan en prostitueren zich vaak met mannen. Als ze willen, kunnen ze weer terugkeren tot hun mannenrol, door bijvoorbeeld te trouwen. Als bewijs van hun mannelijkheid geldt het bebloede laken na de huwelijksnacht, hoe `nichterig' ze zich ook na hun huwelijk kunnen blijven gedragen.

Ook in Indonesië komen veel travestieten voor. Sommigen prostitueren zich, anderen spelen in bepaalde theatervormen. Weer anderen gaan langdurige relaties aan met mannen, die zich zelf niet als homoseksueel beschouwen.

In de Pakistaanse stad Lahore woonde ik een groot feest bij waar een groep muzikanten uitgenodigd was om oude mystieke islamitische liederen te vertolken. Ik raakte in gesprek met Hasan, die een hoge functie bekleedde bij een grote bank. Hij hoopte dat er ook teksten van de beroemde dichter Rumi ten gehore gebracht zouden worden. ,,Er is niemand'', zei hij, ,,die zo mooi de liefde bezongen heeft, voor Allah, en voor mannen. Dat vloeit in zijn gedichten in elkaar over.'' Ik vroeg hem of de mannenliefde vaak bedreven werd in Lahore. Hij lachte: ,,Bijna alle mannen die je hier vanavond ziet hebben homoseksuele ervaringen. Als je wilt, rijd ik je morgen langs de parken of bruggen waar een man een schandknaap op kan pikken. Kun je zelf zien hoe druk het er is.'' De volgende dag wees hij me inderdaad op tientallen jongens met flesjes massageolie, als aankondiging van de verschillende genietingen die ze konden bieden. Ook hedendaagse Pakistaanse sociologen als Mujtaba of Badruddin Khan schrijven dat een bijzonder groot percentage Pakistaanse mannen ervaring heeft met de herenliefde. Toch maakt niemand zich zorgen over het gevaar dat het Pakistaanse volk uit zou kunnen sterven, zoals imam Shafiqur Rehmaan van de Taibah moskee in Amsterdam vreest.

Een groot verschil met het westen is dat deze vormen van mannelijke homoseksualiteit zich bijna geheel in het verborgene afspelen. Behalve de xanith en de meest opvallende travestieten in Indonesië en andere landen zijn veel mannen die gebruik maken van jongens of mannelijke prostitués met vrouwen getrouwd. In het openbaar wordt erover gezwegen. Ik vroeg Hasan of zijn vrouw zijn contacten met jongens niet vervelend vond. ,,Daar bemoeit zij zich niet mee'', antwoordde hij kort. Niet het homoseksuele gedrag op zich is een taboe, maar het spreken erover. Het is vooral een schande als een man bekend staat als iemand die de passieve homoseksuele rol op zich neemt. Maar ook daar moet liever niet te veel over gepraat worden. De mens is weliswaar imperfect en geneigd tot zondig gedrag, maar de koran moet toch in het openbaar geëerd worden.

Deze kiesheid strekt zich zelfs tot het woordgebruik uit. Enige tijd geleden werd het woord `wadam' in Indonesië populair. Dit is een samenvoeging van wanita, vrouw, en adam: vrouw-man dus, travestiet. Hierbij werd niet de naam van God maar wel die van zijn eerste schepsel ijdel gebruikt. Dat riekte naar oneerbiedigheid. Wadam werd vervangen door het neutralere `waria', een samenvoeging van wanita en pria (man). Dit is nu de officiële benaming voor een travestiet in Indonesië.

Vrouwen moeten in islamitische landen over het algemeen nog omzichtiger zijn dan mannen als ze een partner van hetzelfde geslacht hebben. De Pakistaanse lesbische vrouwen met wie ik in Lahore omging, kenden nauwelijks andere vrouwen die met vrouwen vreeën. In Indonesië hebben vrouwen een grotere bewegingsvrijheid dan in de meeste andere islamitische landen. Ik heb verschillende lesbische vrouwen leren kennen in de grote steden. Velen van hen zijn getrouwd, of getrouwd geweest. Ze hebben dus meestal kinderen en hebben in die zin aan hun verplichtingen als vrouw voldaan. Het is niet ongewoon dat vriendinnen bij elkaar slapen. Maar als het bekend wordt dat de relatie niet alleen platonisch is, komen de meesten toch in grote moeilijkheden.

Maar homoseksuele relaties tussen vrouwen spelen zich niet altijd in het verborgene af. Mombasa is een belangrijke Oost-Afrikaanse havenstad. De stad is een tijd lang bestuurd door heersers afkomstig uit Oman. Nog steeds is een groot deel van de bevolking islamitisch. De Britse antropologe Gill Sheperd van het Overseas Development Institute schatte dat tien procent van de moslims in Mombasa in de zeventiger jaren, toen zij er werkte, een homoseksuele relatie had. De lesbische paren wonen meestal samen en bestaan uit een oudere, rijkere vrouw, met een jongere, armere partner. Voor de jongere partner betekent de relatie financiële zekerheid, voor de oudere een grotere vrijheid dan ze zou hebben als ze getrouwd zou blijven met een man. Vrouwen moeten altijd eerst getrouwd zijn geweest voor ze aan een lesbische relatie kunnen beginnen. Soms betaalt een oudere, rijke vrouw een man om met een jong meisje te trouwen, zodat de beide vrouwen na de scheiding van de jongste samen kunnen gaan wonen.

Reizigers naar de Orient hadden vaak een bijzondere fascinatie voor de harems van oosterse heersers. Zij redeneerden dat vrouwen door gebrek aan voldoende seksuele aandacht van hun echtgenoot hun toevlucht tot lesbische praktijken moesten nemen.

De Javaanse vorst Pakubuwana V, die aan het begin van de vorige eeuw heerste, maakte zich grote zorgen over het seksuele genot dat zijn vrouwen elkaar met hun dildo's bezorgden. Hij was bang dat ze niet meer van zijn avances konden genieten als ze eenmaal gewend zouden zijn aan de vrouwenliefde, en besloot dat ze 's nachts allemaal op een rij voor zijn slaapkamerdeur moesten liggen, met anderhalve meter tussenruimte.

Progressieve islamitische geestelijken zoals imam Abdullah benadrukken dat homoseksuelen, zoals hijzelf, ,,goede moslims'' kunnen zijn omdat uiteindelijk hun spirituele ontwikkeling het belangrijkste is. Voor hen is homoseksualiteit dus geen ziekte, zoals vijf Nederlandse imams beweren. Integendeel, als er iets bedreigend is voor de gezondheid, is dat homohaat.

Vervolg op pagina Z2 (34)

Homohaat als bindmiddel

Vervolg van pagina Z1 (33)

Door het taboe op homoseksualiteit dat door islamitische leiders versterkt wordt, heerst er ook een stilte rondom seksueel overdraagbare ziektes. AIDS wordt gezien als een westers verschijnsel, dat in de `zuivere' islamitische cultuur niet zou voorkomen. De Arabische maatschappij beschouwt aids-patiënten als zondaars die hun straf moeten ondergaan. Nasr el-Sayed, directeur van het nationale aids-programma in Egypte, is daar heel bezorgd over. ,,Sommige mensen weigeren naar voorlichting over de ziekte te luisteren'', zegt hij. Ze stellen dat ze goede gelovige moslims zijn, en dat ze dus niets met die ziekte te maken hebben.'' In 1986 werd het eerste aids-geval gerapporteerd in Egypte, en inmiddels zijn dat er 928 volgens de officiële statistieken. Maar de Verenigde Naties hebben berekend dat het er minstens tien keer zo veel moeten zijn. Ook in andere islamitische landen wordt het bestaan van aids ontkend. Saoedi-Arabië geeft niet eens een officieel cijfer. Het ministerie van Gezondheid in Jemen erkent dat het werkelijke aantal veel hoger moet liggen dan de 1.200 gevallen die nu officieel opgegeven zijn.

De combinatie van homohaat en de dwang voor vrouwen om een keurig gezinsleven te leiden kan zelfs levensbedreigend zijn. In Jemen sprak ik een weduwe met een aantal kinderen die voortdurend door haar broers in de gaten gehouden werd. Ze vond dat ze wel aan haar familieverplichtingen voldaan had en weigerde zich opnieuw uit te laten huwelijken. Maar ze kon zich ook niet te veel met haar vriendin vertonen. ,,Als ze ook maar het minste vermoeden zouden hebben dat er tussen ons een seksuele band bestaat vermoorden ze me. En geen haan die er naar kraait. Iedereen vindt het volkomen normaal dat mijn broers de familie-eer willen beschermen.''

Zowel het christendom als de islam is een patriarchale godsdienst die zich moeizaam verhoudt tot homoseksueel gedrag. In zowel christelijke als in islamitische culturen komt een grote verscheidenheid aan homoseksuele praktijken voor. In beide gevallen is dat soms terug te voeren op gewoontes van voor de intrede van de monotheïstische godsdienst. Beide religies kennen periodes van meer of mindere afwijzing van homoseksualiteit. Islam en christendom zijn elkaars grote concurrenten in de wereldgeschiedenis.

De eeuwenlange strijd tussen deze twee godsdiensten gaat niet alleen om de zielen van de gelovigen. Er zijn ook grote politieke en economische belangen mee gemoeid. Vertegenwoordigers van beide religies gebruiken homofobie om hun eigen religieuze identiteit te benadrukken, zoals de Nederlandse imams nu doen tegenover het tolerante Nederland. In de strijd tegen de ,,verwekelijkte'' moren met hun verderfelijke pederastische praktijken benadrukten kerkleiders vanaf de kruistochten de eigen christelijke superieure heteroseksualiteit. Zoals de Palestijn Edward Said schreef, was het latere idioom van de koloniale overheersers doorspekt met seksuele termen, zoals de `penetratie' of `ontmaagding' van de Orient. Op hun beurt bedienden islamitische vrijheidsstrijders zich van een vergelijkbare seksuele terminologie om hun geschonden eer te redden. Die eer werd vaak patriarchaal en antihomo ingevuld.

In de christelijke wereld vallen op dit moment enkele presidenten in Zuidelijk Afrika, zoals Mugabe in Zimbabwe, het meest op door hun homohaat. Mugabe vindt homo's en lesbiennes ,,erger dan honden en katten''. De leidsmannen denken dat homoseksualiteit in Afrika vanuit het westen geïmporteerd is. Ze negeren dus het bestaan van homo's en lesbiennes in eigen land, en de rijke geschiedenis van homoseksuele praktijken die in de prekoloniale tijd bestonden. Priesters van de Ovambo, de belangrijkste etnische groep in Namibië, bespeelden bijvoorbeeld een instrument, de ekola, om ,,sodomieten aan te trekken''.

Toen ik daar in een lezing op wees werd mij verweten dat ik de Afrikaanse tradities onteerde. Maar homohaat is vanuit het westen geïmporteerd, door missionarissen en bestuursambtenaren.

Om de rijen te sluiten tegen de dreiging van de Nederlandse tolerantie moet een vijand gecreëerd worden. Het opwekken van homohaat is een beproefde tactiek. Homo's en lesbiennes worden dan ,,de anderen'', degenen die de eigen, zuivere identiteit dreigen te bezoedelen. Hierbij wordt ontkend dat er ook in eigen kring vrouwen en mannen bestaan, en altijd bestaan hebben, die seksuele relaties met partners van hun eigen geslacht aangaan. De Afghaanse Taliban, die homoseksueel gedrag nu zo streng bestraffen, zijn vergeten hoe het nog maar enkele decennia geleden gewoon was dat Pathaanse kameeldrijvers mooie jongens als hun echtgenotes meenamen op hun karavaantochten tussen Afghanistan en Pakistan.

De hedendaagse islam-historicus Abu Khalil schrijft in een artikel in het Arab Studies Journal zelfs dat de huidige conservatieve stromingen in de islamitische wereld voor een groot deel beïnvloed zijn door een Victoriaanse moraal die oorspronkelijk door het westen geïntroduceerd werd.

Islam en homohaat hoeven niet samen te gaan. Imams die in Nederland werkzaam zijn kunnen zich aansluiten bij islamitische stromingen die veel toleranter tegenover homoseksueel gedrag staan dan zij, zoals de eerdergenoemde Amerikaanse imam Abdullah. Deze zet de traditie voort door ook homoseksuele huwelijken in te zegenen. Nederland is dus niet zo'n uniek gidsland als veel Nederlanders zelfgenoegzaam denken en imams blijkbaar vrezen. Zowel mannenhuwelijken (tussen Zuid-Soedanese soldaten, Pathaanse kameeldrijvers of Omaanse gastarbeiders) als vrouwenhuwelijken (in verschillende Afrikaanse maatschappijen) zijn in het verleden voltrokken, of worden nog steeds op verschillende plekken in de wereld aangegaan.

Internet: al-fatiha-news//www.trikone.org. Het verhaal van Lut is op te vragen via brotherman3000@aol.com

Saskia E. Wieringa is antropoloog en als universitair hoofddocent verbonden aan het Institute of Social Studies in Den Haag. Zij heeft de bundel `Female Desires; Same-Sex Relations and Transgender Practices across Cultures' geredigeerd (Columbia University Press, 1999).

    • Saskia Wieringa