LEGKAKEL 2

In de bijlage W&O van 7 april vermeldt Frans van der Helm dat de gangbare opvatting over de legkakel was dat een hen met deze roep aangaf paringsbereid te zijn. Hij vermeldt ook dat uit recent onderzoek is gebleken dat deze roep de paarneiging bij de hanen juist onderdrukt. In de brievenrubriek in W&O van 14 april beschrijft de heer Van Riemsdijk hoe het gedrag van zijn kippen in strijd lijkt met het door Van der Helm vermelde onderzoek.

Ik denk dat ik licht kan werpen op deze schijnbare controverse. Mijn antwoord is gebaseerd op onderzoek uitgevoerd door een Australische gedragsonderzoeker, de heer McBride, aan verwilderde hoenders. McBride ontdekte dat de dominante hanen een harem van een paar hennen bezaten. Daaromheen zwierven hanen (perifere hanen) welke niet in staat waren geweest om een hen te veroveren. Deze hanen probeerden afgedwaalde hennen te verkrachten. Een afgedwaalde kip liep bovendien het gevaar in de maag van een roofdier te verdwijnen.

Een kip legt haar eieren op een beschutte plaats, meestal ver van de voedselzoekende harem. Om een hen tegen perifere hanen en roofdieren te beschermen wordt ze vaak door haar dominante haan naar haar nest begeleid. Ze loopt echter een groot risico als ze na het leggen in haar eentje haar harem weer moet zoeken. Door te kakelen maakt ze haar haan kenbaar dat ze klaar is met leggen en dat ze weer naar de veilige harem gebracht wil worden (de hennen die in de harem achterblijven, lopen minder risico omdat meer paar ogen meer zien dan het ene paar van een hen alleen).

Dit verklaart 1. Waarom de periode van de legkakel niet het meest geschikte moment is voor seks; dit is wel het geval als de hen weer veilig in de harem is. 2. Waarom de hen niet vlak bij het nest kakelt. 3. Waarom een hen kakelt als ze verstoord wordt door een hen of een vreemde haan (de eigen haan zal niet verstoren) en 4. Waarom een broedse hen kakelt die door perifere hanen verkracht dreigt te worden.

Van Riemsdijk beschrijft ook dat een haan die een leggende hen verstoort, ook kan gaan kakelen. Mogelijk doet deze haan dat om te testen of de leggende hen vrij is. Zowel de door de heer Van Riemsdijk gegeven beschrijvingen als de resultaten van het door Frans van der Helm vermelde onderzoek lijken dus in overeenstemming met de functie van de legkakel als een `telefoontje' aan de eigen haan waarin de hen om zijn bescherming vraagt.