Lamlendige kunst in een conceptueel spookhuis

Het is een wat vreemde gewaarwording: bij de entree van de tentoonstelling House of Games in Utrecht worden enkele bezoekers gefouilleerd door een jongen in trainingspak. Anderen moeten de inhoud van hun tas laten zien, anders mogen ze niet naar binnen. Een stomverbaasd meisje reageert geïrriteerd dat ze dan liever buiten blijft. De reden van de strenge ingangscontrole wordt haar niet duidelijk gemaakt.

Ook elders in het oude schoolgebouw, dat in bezit is genomen door negen beeldend kunstenaars, gebeuren raadselachtige dingen. Er klinkt een oorverdovend gerinkel van glasscherven, alsof de ruiten worden ingegooid. Er ligt een jongen schijnbaar bewusteloos op de grond en op de bovenverdieping staart een meisje met een rood handtasje minutenlang apathisch naar een scheurtje in de muur. Even heb je het idee dat je in een psychiatrische kliniek bent, waar lamlendige patiënten als zombies door de gangen lopen en waar sommigen hun driften niet in bedwang kunnen houden. De jongen in het trainingspak rent even later gillend door het gebouw en schopt moedwillig asbakken van de trap. Niemand zegt er wat van.

House of Games is opgezet als een conceptueel spookhuis. Je dwaalt er door het gebouw en raakt verzeild in bizarre situaties. Van een tentoonstelling kun je nauwelijks spreken. Afgezien van een enkele video-installatie, presenteren de meeste kunstenaars hun werk in de vorm van een performance. Als er al iets tentoongesteld wordt, dan zijn het de mensen die zich in het gebouw bevinden. Zo is het passieve meisje met de handtas ingehuurd door de Spaanse kunstenaar Dora Garcia om `niets' anders te doen dan niets doen. Zij is een bezoeker die betaald wordt om te bezoeken. Volgens Garcia kan zo de grens tussen kunstobject en publiek geslecht worden. De Duitser Ralf Berger plaatst zijn publiek letterlijk op een sokkel, door het naar een ruimte met een podium te lokken. Eenmaal binnen doet hij de deur op slot. Van het ene op het andere moment zijn de toeschouwers zelf acteurs geworden, die door de anderen bekeken worden.

House of Games wordt in de folder aangeprezen als een spannende cross-over van beeldende kunst en theater, maar is noch beeldend noch theatraal. Wel sluit het project naadloos aan bij de trend om kunst te maken die amper van het echte leven te onderscheiden is. In de beschrijvingen van de performances staat wel heel vaak dat iets op een onbepaalde plek, op een onbepaald tijdstip plaatsvindt. Met het gevolg dat je voortdurend om je heen kijkt, op zoek naar iets dat op kunst lijkt.

Ook veel videowerken die getoond worden, zijn niet meer dan uitwerkingen van dunne ideetjes. Harald Thys en Jos de Gruyter maakten een film met Jiskefet-achtige sketches over een echtpaar dat nauwelijks in staat is met elkaar te communiceren. Het stemt je triest, al die passiviteit. Vooral omdat het niet alleen de acteurs en figuranten, maar bovenal de kunstenaars zijn, die hier hun onvermogen tot communicatie laten blijken.

De enige kunstenaar die wel de spanning van een spookhuis opwekt, is de Amerikaan David Hernandez. Zijn werk Piles betreed je via een donkere gang met krakende vloeren en spinrag aan het plafond. Zodra je ogen aan het donker gewend zijn, ontwaar je een surrealistisch tafereel. In het schijnsel van een zwakke spot kronkelen vijf vrijwel naakte mensen als palingen over elkaar heen. Hun ledematen lijken verstrikt in een onontwarbare kluwen. Het is een werk waarbij je als toeschouwer nu eens niet wordt geforceerd om actief deel te nemen, maar waar je gewoon ademloos mag toekijken.

Tentoonstelling: House of Games, beeldende kunst-programma van het Festival a/d Werf. T/m 26 mei, Van Asch van Wijckskade 20, Utrecht. Dag. 16-20u. Inl.: www.festivalaandewerf.nl.