Kostbare therapie

DE TOT NU TOE betrekkelijk probleemloos verlopen Nederlandse bijdrage aan de vredesmissie van de Verenigde Naties in Ethiopië en Eritrea (UNMEE) heeft deze week ernstige averij opgelopen. Hetzelfde geldt voor de verantwoordelijke minister, De Grave (Defensie). De kosten van de missie zijn tweemaal hoger dan geraamd. De Grave gaf afgelopen donderdag in de Tweede Kamer toe dat zijn ministerie onzorgvuldig met belastinggeld is omgesprongen. De totale extra kosten voor UNMEE komen uit op circa 145 miljoen gulden, terwijl aanvankelijk sprake was van 76 miljoen. Hierbij inbegrepen zijn de miljoenen om vier Apache-helikopters in het gebied paraat te houden, een omstreden en kostbare stationering. Verder heeft het ministerie van Defensie ruim 36 miljoen gulden uitgegeven aan wat eufemistisch genoemd wordt `externe middelen': vrachtwagens, containers, burgerchauffeurs. De Kamer sprak over ,,ernstige missers bij de planning'', ,,een logistieke puinhoop'' en ,,de schijn van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling bij de aanschaf van soms waardeloos materieel''.

DE MISSIE IN de Hoorn van Afrika is met dit alles niet alleen een dure geworden, maar ook een gebutste. Zelfs op een totale defensiebegroting van 14,6 miljard is 145 miljoen gulden aan extra kosten veel geld voor een operatie van slechts zes maanden. Voor het uit de hand lopen van de kosten is in hoofdzaak minister De Grave te blameren. Troepen te velde kijken zoals bekend niet op een gulden meer of minder. Oorlog voeren kost veel geld; het bewaren van de vrede ook. Slechts een beperkt deel van deze missie, circa 30 miljoen gulden, wordt door de Verenigde Naties vergoed. De rest is voor rekening van de Nederlandse belastingbetaler. Redenen genoeg om extra alert te zijn op kostenbewaking, verstandig budgetbeheer en de inzet van accountants voor prompte rapportage over waar en wanneer het mis dreigt te gaan. Helaas heeft De Grave's ministerie ook nu weer zijn reputatie waargemaakt van een `spending department' met een slechte boekhouding. De Algemene Rekenkamer zei het deze week (in een ander verband) zo: ,,De kwaliteit van het financieel beheer blijft bij Defensie een zwak punt''. Het verweer van De Grave dat Nederland met de vredesmissie onder grote tijdsdruk stond, snijdt geen hout. Uitgerekend bij zulke operaties, waar per definitie geen moment te verliezen is, moet het werken met deadlines en strakke budgetten routine zijn. Volgens de bewindsman is een groot deel van de overschrijdingen `geen verspild geld' geweest. Zo kan het aangeschafte burgermaterieel elders wel weer worden ingezet. Met zo'n drogredenering is elke budgetoverschrijding goed te praten.

NA SREBRENICA mocht Nederlandse deelname aan een volgende VN-vredesmissie geen mislukking worden. De druk om te scoren was groot en gelukkig is het de Nederlandse UNMEE-militairen tot nu toe redelijk goed vergaan. Maar kennelijk is Nederland met zijn gebrekkige militaire ervaring toch niet in staat om een – toegegeven: gecompliceerde – vredesoperatie als in Oost-Afrika probleemloos te laten verlopen. Meedoen aan UNMEE wordt wel gezien als therapie voor het trauma van Srebrenica. Voor de patiënt is het wel een kostbare therapie geworden.