INGENIEUZE GENEN

Piet Borst gaat in W&O van 5 mei even kort door de bocht als Stephen J. Gould. Hij wijst er op, dat Goulds observatie over emergente eigenschappen wel terecht is (``een open deur''), maar niet diens holistische conclusie. En inderdaad, de onderdelen van ons genoom verraden niets over hoe die geringe hoeveelheid DNA tot de uitvoering van complexe taken komt. Ook heeft hij gelijk dat daaruit nog niet volgt, dat genetisch onderzoek dus op veel hoger niveau – dat van de cellen of het organisme – moet plaats vinden.

Maar je kunt evenmin bij voorbaat vaststellen, dat een reductionistische benadering de enig juiste is, of dat de functie van elk molecuul van de muis moet zijn opgelost, voordat we de muis kennen. Borst erkent enerzijds, dat we van molecuul naar muis mogen springen, van muis naar cel en weer terug, maar hij wil anderzijds wel bij die moleculen eindigen. Dat is echter lang niet altijd noodzakelijk.

Het onderscheid tussen ontologische uitspraken (het organisme is meer dan de optelsom van zijn moleculen) en epistemologische uitspraken (ken uw muis door kennis van zijn microniveau) helpt dat in te zien. Er valt niets bij voorbaat te zeggen over hoe we kunnen kennen op grond van hoe de dingen zijn.

Onze kennis van de relatie tussen ziektes en genen is dan ook niet uitsluitend te danken aan een reductionistische benadering, zoals de columnist beweert, maar aan een gemengde benadering. Reductionisme (bij Piet Borst is dat het voorschrift alle verklaringen uiteindelijk bij de moleculen te laten eindigen) is even onhoudbaar als Goulds holisme, tenminste als het a priori standpunten betreft. Als een dogmatisch holisme verworpen kan worden, denkt Piet Borst kennelijk, dan is een dogmatisch reductionisme gerechtvaardigd. Maar welke benadering het meeste oplevert is verschillend per geval en een empirische kwestie.

Holisme noch reductionisme zijn welomschreven onderzoekspraktijken. In hun extreme vorm zijn de posities ten prooi aan de verwarring van kennistheorie en ontologie. In zwakkere vorm zijn ze vaak wel redelijk te verdedigen maar weer niet zo opwindend. Voor wat betreft de biologie heeft Rick Looijen daar een interessante studie naar verricht, in zijn dissertatie `Holism and Reductionism in Biology and Ecology' (handelseditie 1999). Zijn conclusie: de deelnemers aan het holisme-reductionisme debat zijn ten prooi aan metafysische verwarring en kunnen daardoor niets bijdragen aan ons inzicht in de keuzes die de empirische wetenschap moet maken.