Ik kan...omgaan met vaklieden

Ook alleskunners moeten het toegeven: er zijn dingen die je beter uit handen kunt geven. Het dak vernieuwen. Stukadoren. Een serre bouwen. De buitenboel schilderen. Dingen die iets te ver gaan, te veel tijd kosten of waarin je domweg geen zin hebt. Je komt dan in aanraking met een categorie mensen waarmee het contact tot dusverre zo fijn vermeden kon worden: de beroepsgroep die zich verplaatst in busjes, pick-ups en bestelwagens. Die onaangekondigd komt en ook weer opeens verdwijnt. Die zijn ladders in bloemperken zet, zijn kalkvoeten op de vloerbedekking print en na afloop torenhoge rekeningen indient. Vaklieden dus.

Toch zijn de ergste rampen met enige zorgvuldigheid te vermijden. Het begint bij de selectie van de vakman. Dat vergt enige timing. Het voorjaar is een drukke tijd (behalve voor verwarmingsmonteurs). Nu een vakman zoeken voor een klus die in het najaar kan beginnen dat is ongeveer het perspectief. Vraag vrienden, buren en kennissen naar een betrouwbare aannemer, schilder, dakdekker of andere vakman. Het beste is er een stuk of drie te vinden, en ze ook buiten de eigen woonplaats te zoeken. Dat laatste is bij de bewoner van een grote stad trouwens al gauw een vereiste. Vaklieden in de grote stad hebben het meestal te druk, zijn daarom duurder en laten het vaak afweten.

Bezwijk niet voor zwartwerkers, zeker als het om een omvangrijke ingreep gaat. Je hebt geen verhaal als het misgaat en afspraken zijn nauwelijks te maken. De bonafide vakman is aangesloten bij een vakorganisatie, bijvoorbeeld bij de NVOB (Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid). Dergelijke organisaties geven bepaalde garanties voor de kwaliteit van het werk en treden bij geschillen op. De trotse vakman zal zijn lidmaatschap graag op zijn briefpapier vermelden.

Zijn er een paar kandidaten gevonden, vraag ze dan om een offerte. Het is natuurlijk zaak iedereen voor dezelfde opgave te plaatsen. Laat in de offerte vooral ook een termijn opnemen voor het begin en de voltooiing van het karwei. Als de offertes binnenkomen kun je op de laagste prijs afgaan, maar dat hoeft natuurlijk niet. Tenminste zo belangrijk is de indruk die de vakman maakt. Vraag hem vooral ook wie het werk uiteindelijk gaat doen. Is het de sympathieke voorman zelf, of zal het werk straks door een paar stagiairs van de timmerschool worden opgeknapt? Vraag referenties van reeds uitgevoerd werk. Het spreekt eigenlijk allemaal vanzelf, maar veel voor het overige verstandige mensen gaan bij dergelijke ingrijpende beslissingen allen maar af op de goudeerlijke werkmansogen van de aannemer. Kijk liever op de site van Eigen Huis (www.eigenhuis.nl) waar een paar standaardcontracten voor verbouwingen zijn te downloaden.

Een belangrijke vraag is: op uurloon of een bedrag voor de gehele klus (`aangenomen werk')? Uurloon is meestal af te raden – het maakt de totale kosten onoverzichtelijk.

In de offerte kunnen stelposten voorkomen: delen van het werk waarvoor de vakman nog geen bedrag kan noemen, bijvoorbeeld omdat de opdrachtgever nog niet weet of hij de keukenkastjes van merk X of merk Y wil aanschaffen. Probeer dat zoveel mogelijk te voorkomen, door daar van te voren over te beslissen. De aannemer is gerechtigd bij dergelijke laatste beslissingen een extra opslag in rekening te brengen.

Stelposten komen vooral ook voor als de klus omvangrijk is en er meerdere vaklieden aan te pas komen: een loodgieter én een stucadoor én een timmerman én een metselaar. Het is zaak een aannemer te vinden die al deze werkzaamheden uitzet en daar ook toezicht op houdt. Probeer vooral nu de stelposten in toom te houden, want de hoofdaannemer zal geneigd zijn de kosten van zijn onderaannemers als stelposten op te nemen.

Overweeg in zo'n geval ook het inschakelen van een bouwkundig bureau. Dat bureau kan toezicht houden op de verrichtingen van de aannemer en de kwaliteit van het opgeleverde werk beoordelen.

Is de vakman eenmaal voorgereden en heeft hij zijn gereedschappen en zijn gettoblaster uitgeladen, denk dan niet dat je comfortabel achterover kunt leunen en alles aan de expert kunt overlaten. Er helpt geen lieve moeder aan: je moet de vorderingen van de vakman volgen, je moet je in het werk verdiepen, kritische vragen stellen en meteen zeggen als iets je niet bevalt. Je moet er vaak voor thuisblijven en heel veel koffie zetten.