Hollywood

Phileas Fogg deed het in 80 dagen, Ronald Reagan in 80 B-films. De Achterpagina gaat in 80 hits de wereld rond. Vandaag de 47ste stop: Hollywood.

`Hooray For Hollywood' zongen de Nederlandse Star Sisters zeventien jaar geleden in een van hun slim gemaakte medleys. Ze haalden er een 22ste plaats in de Top 40 mee, net als zes jaar eerder de New-Yorkse groep The Village People met `In Hollywood'. In beide liedjes werd blijmoedig de lof gezongen van het stukje Los Angeles aan de voet van de Hollywood Hills dat synoniem is met de Amerikaanse filmindustrie. Vooral The Village People, zes zingende machomannen die zelf uit een film leken weggestapt, bewezen daarbij lippendienst aan de Westkust-variant van de Amerikaanse Droom. `Neem de bus, de trein of het vliegtuig naar Hollywood', zongen ze, `en verander daar je naam.' Waarna ze beschreven hoe je je als ster moest gedragen: huur een dure limousine en een appartement met een zwembad, verf je haar, steek je in de extravagantste kleren, haast je nooit naar de telefoon, en doe vooral alsof je altijd druk bezet bent. `Be first class, don't ever think second hand' – alleen dan heb je succes en kun je vergeten waar je vandaan komt.

`In Hollywood Everybody Is A Star' luidt de volledige titel van de eerste hit van The Village People. Maar de werkelijkheid is natuurlijk anders. Hollywood mag dan doorgaan voor een droomfabriek, voor het gros van de dromers is niet eens een plaatsje aan de lopende band weggelegd. Legio zijn de verhalen over de motjes die zich tegen de oplichtende letters van het reusachtige Hollywood Sign te pletter vliegen – in romans als The Day of the Locust van Nathanael West, in films als Barton Fink van de broertjes Coen, en in tientallen liedjes, van artiesten zo verschillend als Bob Seger (`Hollywood Nights') en The Blue Nile (`Tinseltown In The Rain'). Kunstenaars lijken Hollywood het liefst te zien als een vergaarbak van hoopvolle halftalenten die zichzelf moeten verloochenen om het hoofd boven water te houden.

De anti-Hollywoodmythe, die opvallend genoeg geen toptienhits heeft opgeleverd, is in de popmuziek het mooist verwoord in `Hollywood Seven' van de Nederlander Alides Hidding. Later zou Hidding bekendheid verwerven als de kopstemmige zanger van de jaren-tachtiggroep The Time Bandits, maar in 1980 behaalde hij een 25ste plaats met het verhaal van een in de goot geraakt meisje. `She came in one night from Omaha' luidt het begin van `Hollywood Seven', dat de titel draagt van het goedkope hotel waar ook de ikfiguur uit het liedje een kamer heeft. Het naamloze meisje is ervan overtuigd dat ze het gaat maken in Hollywood, en heeft niet eens tijd om koffie met de zanger te drinken: `Morgen zou ze gebeld kunnen worden, ze moest haar teksten leren.' Maar het refrein van het liedje geeft al aan dat haar dromen weinig kans van uitkomen hebben: `Hollywood Seven, rooms to rent `til your name goes up in light/ Hollywood Seven, you can dream your dreams for seven bucks a night.' Het verhoopte telefoontje komt niet, het geld van het meisje raakt op, en `ze begint vreemden mee naar huis te nemen om de huur te betalen.' Uiteindelijk vindt de ikfiguur haar dood in haar kamer, waarvan de muren besmeurd zijn met lipstick. En `Now she's going back to Omaha, but not the way she'd planned/ There will be no crowd to cheer her up, no welcome home no band.'

Eenzelfde drama bezingt Elvis Presley in `Long Black Limousine', een van de beste nummers die The King opnam na zijn comeback aan het eind van de jaren zestig. Of de country&western-ballade over een Hollywood-emigrante gaat, blijft in het midden, maar ook hier komt de droom van een meisje om in een luxe auto terug te keren in haar bekrompen geboorteplaats alleen postuum uit. In een `lange zwarte limousine' wordt ze door de straten gereden, gadegeslagen door het jeugdvriendje dat ze voor het grotestadsleven in de steek liet.

Dat het nog zwarter kan, bewijst `Burn Hollywood Burn' van de hiphopgroep Public Enemy. In dit nummer, afkomstig van de cd Fear of A Black Planet (1990), valt Hollywood ten prooi aan een orgie van geweld. De reden wordt uit de doeken gedaan door Big Daddy Kane, die vertelt hoe de filmindustrie de zwarten heeft vernederd. Maar `the joke is over – smell the smoke from all around.' De woede is aanstekelijk; het is voor Hollywood maar goed dat het lied nooit op single is uitgebracht.