Hoge kwaliteit in Cannes, maar geen consensus

Toen Huub Bals in 1980 met een retrospectief in Rotterdam het werk van regisseur Shohei Imamura introduceerde, werd hij omschreven als de chroniqueur van het andere Japan: niet het land van hoofse tradities en samoerai-eer, maar van oudere, rauwere rituelen, van liederen van vruchtbaarheid, toverkracht en oerelementen. Twee keer won de nu 74-jarige Imamura sindsdien een Gouden Palm, in 1983 voor De ballade van Narayama en in 1997 voor De aal. Een derde keer zal het niet lukken, want Lauw water onder een rode brug heeft een te mager gegeven om twee uur lang te kunnen boeien. Het is wel een typische afronding van zijn oeuvre, dit vreemde verhaal over een vrouw die bij haar orgasme als een fontein spuit en zulke grote hoeveelheden vocht naar de rivier laat vloeien, dat de vissen komen toegezwommen en er de bron van een vruchtbaar ecologisch systeem ontstaat.

Hoewel zes van de 23 films die dit jaar in Cannes in competitie vertoond worden uit Azië afkomstig zijn, is het onwaarschijnlijk dat de jury onder leiding van Liv Ullmann de hoofdprijs daar zal doen belanden. De twee andere Japanse films, Distance van Hirokazu Kore-eda en Desert Moon van Shinji Aoyama, zijn ronduit zwak; de Taiwanezen Tsai Ming-liang (What Time Is It There?) en vooral Hou Hsiao-hsien (Millennium Mambo) door hun eigenzinnige vormgeving te controversieel, en ook de Iraanse film over Afghaanse vluchtelingen Kandahar van Mohsen Makhmalbaf wierf voor- en tegenstanders.

De 54ste editie van het festival van Cannes is van gemiddeld hoge kwaliteit, maar wordt gekenmerkt door een gebrek aan consensus in de waardering. Manoel de Oliveira's Je rentre à la maison, David Lynch' Mulholland Drive, Michael Haneke's La pianiste, Baz Luhrmanns openingsfilm Moulin Rouge en zelfs de nieuwe films van Jacques Rivette, Jean-Luc Godard en Aleksandr Sokoerov worden door velen als waardige winnaars gezien, maar door anderen diep verfoeid. De per definitie uit een gevarieerd gezelschap bestaande jury (van Terry Gilliam tot de Tunesische Moufida Tlatli, en van Charlotte Gainsbourg tot de Taiwanees Edward Yang) zal het dus eens moeten worden over een film die iedereen goed, zij het niet baanbrekend vindt. In dat geval is ineens de humane en wijze tragikomedie La stanza del figlio van Nanni Moretti de favoriet, al was het maar omdat ook bijna iedereen ervan moet huilen: ,,a thinking person's tearjerker'', volgens de Britse criticus Jonathan Romney. Een Gouden Palm voor de 92-jarige De Oliveira zou rechtvaardiger zijn, maar die kan dan beloond worden met een acteursprijs voor Michel Piccoli. En het lijkt onmogelijk om Isabelle Huppert te negeren voor haar monumentale rol in La pianiste.