Hete logica

In de beginstelling staat wit iets beter. Dat ligt voor de hand en de praktijk wijst het ook uit; wit wint meer partijen dan zwart. Het is geen winnend voordeel, maar wel groot genoeg om het zwart lange tijd moeilijk te maken. Dat betekent dat zwart niet snel gelijk spel mag bereiken. Als hij er toch in slaagt, moet de witspeler een fout hebben gemaakt.

Stel dat een logisch denkende witspeler in een vroeg stadium van de partij in de situatie is dat hij twee mogelijkheden heeft: de ene leidt tot duidelijk gelijk spel. Hij weet dat hij geen fouten in de opening heeft gemaakt. Dan verdient zwart geen gelijk spel, dus de zet van wit die hem dat toch zou geven, moet een fout zijn.

De andere mogelijkheid voor wit leidt tot onberekenbare complicaties. De logicus heeft dan geen keus, hij moet zo spelen. De complicaties moeten gunstig voor hem zijn, ook al ziet hij niet precies hoe. Als het anders was, zou het in strijd zijn met de logica van het schaken.

Als ik het goed heb, was dit de denkwijze van Max Euwe. Het is een riskante vorm van logica. Hoe weet je zo zeker dat je geen kleine onnauwkeurigheid in de opening hebt begaan? Zwakke karakters kunnen zich deze logica niet permitteren.

De logica wordt vaak koel genoemd, maar hier is het omgekeerd. De schaaklogica van Euwe was heet en kon hem dwingen tot woeste en onberekenbare avonturen.

Vandaag is het bij de Gasunie in Groningen Max Euwe-dag, een dag met feestelijkheden om te gedenken dat het morgen honderd jaar geleden is dat Euwe werd geboren.

Van zijn rijke leven kan hier maar een flintertje gememoreerd worden. Ik koos voor zijn laatste grote toernooi, het kandidatentoernooi van 1953 in Neuhausen en Zürich. Het was een toernooi zoals ze nu niet meer gemaakt worden. Vijftien spelers die twee keer tegen elkaar uitkwamen. Achtentwintig partijen op topniveau, van 30 augustus tot 23 oktober.

Euwe, 52 jaar, had niet meer de ambitie om wereldkampioen te worden, die was hem in 1948 voorgoed ontnomen. Hij wilde wel iets laten zien en begon met mooie overwinningen op Kotov en Geller. In de derde ronde stond hij gewonnen tegen Smislov, maar hij maakte een rekenfout en verloor.

Dat was jammer, maar na de eerste turnus, toen ze één keer tegen elkaar gespeeld hadden, bleek in ieder geval dat Euwe zich nog met de jongelui kon meten. Smislov, Reshevsky en Bronstein vochten om de eerste plaats. Ze waren twintig jaar jonger dan Euwe, of meer. Dan kwam Najdorf, een van de veteranen, slechts negen jaar jonger dan Euwe. Met 7,5 uit 14 deelde Euwe de vijfde plaats met Boleslavsky en Petrosian. Grootheden als Keres, Kotov en Geller liet hij achter zich.

In de tweede turnus ging het veel slechter. Euwe haalde er nog maar vier punten bij. Een kandidatentoernooi van bijna twee maanden was te lang voor hem geweest, het kon ook niet anders.

In die eerste turnus speelde Euwe een paar grote partijen, zoals tegen Geller en tegen Najdorf. Die laatste vind ik de mooiste partij uit zijn loopbaan en het is een goed voorbeeld hoe de logica van Euwe hem soms dwong om in een heksenketel te stappen.

Najdorf komt in de opening met een wat ongewone zetvolgorde. Veel stelt het niet voor, maar bij rustig spel zou het toch een klein succesje voor Najdorf betekenen. Maar dat gaat zomaar niet, volgens de logica moet dat bestraft kunnen worden.

Euwe `bestraft' het met een scherpe opstoot van een pion. Die pion zou bij rustig spel zwak kunnen worden, maar volgens de schaaklogica verdient Najdorf dat niet. Dan moet hij dus hard aangepakt worden.

Zo dwingt de logica Euwe bijna tot razernij, tot een koningsaanval waarin materiaal niet telt. `Het moet goed zijn, ook al zie ik niet precies hoe' zal hij gedacht hebben. Hij had gelijk.

Wit Euwe-zwart Najdorf, Zürich 1953

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. g2-g3 Lf8-g7 4. Lf1-g2 0-0 5. Pb1-c3 c7-c5 6. d4-d5 e7-e5 Meestal speelt zwart dit met de d-pion al op d6 en dan is dxe6 vrij goed voor wit. Nu is 7. dxe6 dxe6 niets voor wit. 7. Lc1-g5 h7-h6 8. Lg5xf6 Dd8xf6 9. d5-d6 De `straf' voor 6...e5. Wit neemt er grote verplichtingen mee op zich. 9...Pb8-c6 10. e2-e3 b7-b6 11. Lg2-d5 Kg8-h8 12. Pc3-e4 Df6-d8 13. h2-h4 f7-f5 14. Pe4-g5 Van het een komt het ander. Wit heeft zichzelf gedwongen tot een wilde aanval. 14...Lc8-b7 Ook zwart kijkt niet op materiaal. 15. Pf7+ Txf7 16. Lxf7 Pb4 zou goed voor hem zijn. 15. g3-g4 e5-e4 16. Pg1-e2 Lg7xb2 17. Pe2-f4

jmMeMdMf

aimgmMmM

MahAMmga

mMaImgBM

MmGmgBGA

mMmMAMmM

GcMmMAMm

DMmKFMmJ

Dit lijkt een weinig opzienbarend kwaliteitsoffer, maar het is meer, want na 17...Lxa1 zou 18. Dxa1+ Df6 19. Pxg6+ Kg7 niet veel bijzonders voor wit zijn. Wit zou er dus met 18. gxf5 Lc3+ 19. Kf1 een volle toren in moeten stoppen. Euwe en Bronstein, die beide een boek over het toernooi schreven, zijn van mening dat de witte aanval zou beslissen. Behalve de toren kan zwart ook het paard nemen, 17...hxg5. Ook dan zou wit geweldige aanval krijgen. 17...Dd8-f6 18. g4xf5 Lb2xa1 19. Pf4xg6+ Kh8-g7 20. Pg5xe4 Bronstein vindt 20. Pf4 een sterkere aanvalszet en waarschijnlijk heeft hij gelijk. 20...La1-c3+ 21. Ke1-f1 Df6xf5 22. Pg6-f4

jmMmMdMm

aimgmMfM

MahAMmMa

mMaImkmM

MmGmHBMA

mMcMAMmM

GmMmMAMm

mMmKmLmJ

Nu moet zwart een loper teruggeven, want anders wint wit met Pg3 gevolgd door Dg4+ 22...Kg7-h8 23. Pe4xc3 Ta8-e8 Bronstein geeft 23...Pd8 als een betere verdediging, al zou wit na 24. Lxb7 Pxb7 25. Pd5 volgens hem toch winnen. Erg duidelijk is dat niet. Na 23...Pd8 24. Tg1 Kh7 is 25. Da1 een typische computerzet, raar maar waarschijnlijk zeer sterk.

24. Pc3-e2 Tf8-g8 25. h4-h5 Tg8-g5 26. Pe2-g3 Tg5xg3 27. f2xg3 Te8xe3 28. Kf1-f2 Te3-e8 Zwart heeft al het materiaal terug moeten geven, maar dat behoedt hem niet voor Euwes slotaanval.

29. Th1-e1 Te8xe1 30. Dd1xe1 Kh8-g7 31. De1-e8 Df5-c2+ 32. Kf2-g1 Dc2-d1+ 33. Kg1-h2 Dd1-c2+ 34. Pf4-g2 Dc2-f5 35. De8-g8+ Kg7-f6 36. Dg8-h8+ Kf6-g5 37. Dh8-g7+ Zwart gaf op, hij gaat mat.

Een geweldige partij die een van de schoonheidsprijzen won.