Het pampamodel

Hoe hypocriet is Nederland? Jorge Zorreguieta mag niet bij het huwelijk van zijn dochter zijn omdat hij deel uitmaakte van een fout regime. Maar Nederland deed in de jaren zeventig volop zaken met het regime. Er gingen zelfs wapens naar Argentinië. Hoe kijken de hoofdrolspelers van toen terug?

De jaarvergadering van de Algemene Bank Nederland (ABN) leek een bedaagde bijeenkomst als altijd. Maar plotseling, in april 1979, was de polarisatie van de jaren zeventig hoorbaar. W. van Dam, oprichter van de Politieke Partij Radicalen (PPR, sprak namens de Latijns-Amerikaanse en Nederlandse vakbeweging en kerkelijke organisaties. Hij vroeg ,,de leningen die de ABN aan de regering van Argentië verstrekt, niet meer te verstrekken''. Onmiddellijk stond een aandeelhouder op, vertelt Van Dam nu. ,,Een enorme scheldpartij'' werd het. Van Dam: ,,De man schreeuwde dat de vakbonden in Nederland net zo aangepakt moesten worden als in Argentinië. Ik ben weggelopen, omdat de voorzitter niet ingreep.''

Het incident is niet terug te vinden in het officiële verslag van de vergadering. Het is een aanpassing van de geschiedenis van een episode, die door de kwestie-Zorreguieta weer in herinnering is gebracht: het militaire bewind in Argentinië (1976-1983).

Onder de junta zijn in Argentinië 15.000 tot 20.000 mensen `verdwenen' en vermoord (onder wie veel vakbondsbestuurders), 300.000 mensen ontvluchtten het land en een onbekend aantal mensen werd opgesloten in gevangenissen en detentiekampen. Het was voor de Nederlandse regering recentelijk reden om Jorge Zorreguieta, indertijd (onder-)staatssecretaris van Landbouw, te weren van het aangekondigde huwelijk van zijn dochter Máxima met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander.

Nu het tumult rond de verloving is verstomd, lijkt de tijd rijp voor vragen over de rol van bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijfsleven destijds in Argentinië. ,,Linkse Argentijnen ergeren zich aan de hypocrisie van Nederland'', zegt E. Roemers van CLAT-Nederland, het Nederlandse filiaal van de Latijns-Amerikaanse vakbeweging dat destijds actie voerde. ,,Onder de militairen bloeide de handel tussen Nederland en Argentinië als nooit tevoren.''

De onderlinge handel leefde inderdaad sterk op, vooral in de eerste jaren van het Videla-regime (zie grafiek). Nederland importeerde onder meer veevoer, vlees, fruit en graan uit Argentinië, dat onder andere elektrische apparaten, machines, medicijnen, ijzer- en staalfabrikaten en schepen in Nederland kocht. Hoeveel Nederlandse bedrijven investeerden in Argentinië is volgens De Nederlandsche Bank (DNB) geheim, maar duidelijk is dat alle grote bedrijven van ABN tot en met Volker Stevin in het land actief waren.

Hoe kijken de voormalige topmannen van ABN, Boskalis en Hollandse Signaal Apparaten (HSA) – bedrijven die destijds onder vuur lagen – en politici terug op hun zakendoen in Argentinië? Het antwoord is interessant, omdat het bedrijfsleven tegenwoordig pretendeert meer maatschappelijke waarden te koesteren dan toen. De gedragscodes van ondernemingen zijn zelfs een belangrijke pijler onder het mensenrechtenbeleid, waarover de ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) afgelopen week een nota naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Voetbal

Het Argentijnse leger maakte op 24 maart 1976 een einde aan de regering van Isabel Perón, onder wier presidentschap het land in een totale chaos was vervallen. In de weken erna maakte Amnesty International al melding van systematische schending van de mensenrechten. De militairen waren onmiddellijk begonnen met het zogeheten Proceso de Reorganización Nacional, een ingrijpende hervorming van de politiek, de samenleving én de economie. Het voor de militairen cruciale ministerie van Economische Zaken werd bemand door José Antonio Martínez de Hoz, een uitgesproken neoliberaal. Deze Argentijnse superminister was de hoogste baas van Zorreguieta.

Enkele maanden na de staatsgreep, waarop het progressieve kabinet-Den Uyl en ook de Nederlandse pers gematigd hadden gereageerd, bezocht Martínez de Hoz tijdens een reis door West-Europa ook Nederland. Argentinië had dringend overbruggingskredieten nodig om kortlopende schulden af te lossen. Martínez de Hoz probeerde die los te peuteren bij de Nederlandse regering en ABN. Argentinië had ook om een andere reden belangstelling voor Nederland. De militairen wilden de Argentijnse industrie marginaliseren, omdat die de machtsbasis was van de door hen gehate peronisten. Alle kaarten werden gezet op de landbouw en daarbij kon Argentinië de hulp van landbouwnatie Nederland goed gebruiken.

Een jaar na de staatsgreep (april 1977) sloot Nederland een landbouwakkoord met Argentinië: Nederland bevorderde de afzet van Argentijnse producten in Europa en mocht in ruil daarvoor kennis en kapitaal leveren. Kort ervoor had ABN samen met andere Nederlandse banken 20 miljoen dollar geleend aan Argentinië. Een Argentiniëdag van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (juni 1977) werd zo druk bezocht door Nederlandse ondernemers dat de kranten erover berichtten.

De kritiek op het zakendoen in Argentinië kreeg pas enige kracht in 1978, het jaar van het wereldkampioenschap voetbal. Daarbij moest vooral ABN het ontgelden. ,,De ABN collecteert voor Videla'', kopte De Tijd. Op de eerder genoemde jaarvergadering van ABN in 1979 zei voorzitter Van Dam van CLAT-Nederland dat het ,,verstrekken van leningen en daarmee het ondersteunen van regimes een politieke daad is'', vooral omdat de Argentijnse regering de kredieten als steun uitlegde.

Bestuursvoorzitter A. Batenburg, al geruime tijd gepensioneerd, kent nog de argumenten om zaken te blijven doen in Argentinië. ,,Je denkt als bank aan de lange termijn. Er wordt snel geroepen: `Sluit de kantoren maar'. Maar wij moeten ook denken aan onze mensen die werken in Argentinië. Bovendien, als je eenmaal weg bent, kom je niet zo snel meer terug – ook niet als er later een ander regime is gekomen.'' Op het hoofdkantoor van ABN in de Amsterdamse Vijzelstraat heeft Batenburg nog een delegatie van de Dwaze Moeders ontvangen. ,,Zij zeiden tegen mij: `U moet doen wat u denkt dat goed is, maar wilt u wel onze opmerkingen overbrengen als u zaken doet in Argentinië?' Ik heb toen bij de centrale bank in Buenos Aires gezegd dat het voor Argentinië moeilijk zou zijn om leningen te krijgen als de internationale kritiek zou aanhouden.'' Moest hij niet de mensenrechten aan de orde stellen? ,,Ik heb gewoon daar verslag gedaan van mijn ontmoeting met de Moeders. Dat durfde ik best hoor.''

ABN en andere Nederlandse bedrijven hadden anders moeten handelen als was besloten tot een economische boycot van Argentinië. Maar daarvoor voelde de toenmalige VVD-minister Ch. van der Klaauw (Buitenlandse Zaken) helemaal niets. Het Tweede-Kamerlid H. van den Bergh (PvdA), die in de Kamer het zakendoen met Argentinië vaak aan de orde stelde, had ook aarzelingen. Van den Bergh nu: ,,Zo'n boycot moet effectief zijn en dat zou het alleen zijn als heel Europa meedoet. Ik heb Van der Klaauw gevraagd of hij tenminste in Europa wilde aftasten of er steun was voor een boycot, maar zelfs dat wilde hij niet proberen. De man wilde niks.'' Van der Klaauw kan zich nu niet herinneren ooit in de Kamer te hebben gesproken over Argentinië, met uitzondering van de discussie over het WK-voetbal: ,,En dat vond ik een zaak van de KNVB.''

Anders dan bij de leningen, was de Nederlandse overheid rechtstreeks betrokken bij het zogeheten Cogasco-project, dat het bouw- en baggerbedrijf Boskalis Westminster in 1979 verwierf in Argentinië. Voor drie miljard gulden mocht Boskalis een gaspijpleiding aanleggen van 2.000 kilometer, inclusief meet- en regelstations, en voor vijftien jaar exploiteren. ,,Een prachtig project'', is nog altijd de mening van toenmalig bestuursvoorzitter J. Kraaijeveld van Hemert van Boskalis, dat bedrijven uit onder meer Duitsland en Frankrijk te vlug af was. ,,Vooral de Fransen waren razend en stuurden een minister naar Argentinië.'' Het project werd gefinancierd door een syndicaat van banken onder leiding van Lloyd's Bank en Amrobank, de andere erflater van ABN Amro.

Iedereen was blij, zo leek het. ,,Er was weinig tegengas vanuit de omgeving'', zegt Kraaijeveld. ,,Onze president-commissaris vond het prachtig. De druk van binnenuit – van de medewerkers – om het te doen was heel groot. Ook de ambtenaren van bijvoorbeeld Economische Zaken dachten erg met ons mee. Van politici hoorde ik alleen maar instemmende geluiden.'' Daarbij speelde mee dat Nederland begin jaren tachtig in een diepe economische crisis was geraakt. Van Luijk: ,,Het beeld van ondernemers sloeg snel om. Ze werden niet meer gezien als boemannen maar als de trekpaarden van de economie.''

De regering en de Tweede Kamer moesten zich een oordeel vormen over het Cogasco-project, omdat een deel van de commerciële en politieke risico's werd herverzekerd bij de Nederlandse staat. De oppositiepartijen, waaronder de PvdA, waren daar tegen, maar CDA-minister F. Andriessen (Financiën) keurde de herverzekering goed. Van der Klaauw zei in de Kamer: ,,Het Boskalis-project levert volgens mij geen bijdrage waardoor de mensenrechtensituatie zou worden verergerd of bestendigd in Argentinië''. Kraaijeveld had daarvoor gezegd dat het project gunstig zou zijn voor de Argentijnse bevolking, die werkgelegenheid en goede infrastructurele voorzieningen zou krijgen.

Kraaijeveld vindt dat nog steeds, maar verheelt niet dat het project ook gunstig was voor de junta: ,,De economie is altijd bepalend voor het succes van een politiek bewind. Dat gold hier zeker ook. Het ging om de aanleg van belangrijke infrastructuur en om een groot werkgelegenheidsproject, dat belangrijk was voor het prestige van het regime. Het was duidelijk dat de junta dit project graag uitgevoerd zag worden en de generaals hebben er ook goede sier mee gemaakt.''

Wapens

In het televisieprogramma De achterkant van het gelijk in 1981 werd een aantal ondernemers ondervraagd over hun handelen in landen met een omstreden regime. ,,Dat was een opgewekte uitzending'', zegt oud-Philipstopman W. Dekker nu. Het was ook een gedenkwaardige uitzending: niet eerder hadden ondernemers zich zo expliciet uitgelaten over de ethiek van het zakendoen. Dekker was destijds verantwoordelijk voor de wapenfabriek HSA, dat van 1980 tot 1983 voor honderden miljoenen guldens radars en vuurgeleidingsapparatuur leverde aan Argentinië.

Bij die gelegenheid zei Dekker dat hij geen wapens zou leveren aan een land dat duidelijk een dictatuur was, maar dat hij met Argentinië ,,geen moeite'' had. Argentinië, vond hij, moest niet de maat worden genomen met Nederlandse maatstaven: ,,Ik denk dat er in vele landen toch weer andere begrippen en andere ideeën heersen, zonder dat ik ook maar wil vergoelijken.''

Zo denkt Dekker er nog steeds over. ,,Voor de staatsgreep was Argentinië in een totale chaos'', zegt hij nu, ,,onder het bewind van Juan Perón en later Isabel Perón. Dat is niet om het goed te praten, maar het is jammer dat dit in de publiciteit zo onderbelicht is gebleven. De militairen hebben toen orde op zaken gesteld en daar waren veel Argentijnen erg blij mee.'' Ook Batenburg (ABN) en Kraaijeveld van Hemert (Boskalis) laten zich in deze zin uit. Het komt bedrijfsethicus H. van Luijk bekend voor: ,,Ondernemers houden van daadkrachtig optreden en dat deden de militairen beslist.''

Actiegroepen protesteerden fel tegen de wapenexport, vooral toen bekend werd dat Argentijnse militairen een opleiding kregen bij HSA in Hengelo. De Nederlandse regering gaf exportvergunningen af, omdat Argentinië niet in oorlog was en de wapens niet rechtstreeks tegen de bevolking konden worden ingezet. ,,Onbegrijpelijk'', vindt oud-Kamerlid Van den Bergh nog altijd: ,,Als er een gelegenheid was geweest voor de Nederlandse regering om een streep te trekken was het hier wel. Het ging om een militaire leverantie aan een regering.''

Het gekrakeel in de Kamer leidde wel tot een Argentinië-nota van Van der Klaauw, al kan hij zich dat nu niet meer herinneren: ,,Heb ik ooit een Argentinië-nota geschreven? Welnee!'' In zijn uiterst behoedzame rapport, dat werd geschreven voor premier Kok, noemt Latijns-Amerikaspecialist M. Baud de nota ,,een vrij onevenwichtig en ongeïnspireerd stuk''. Het kwam erop neer dat economische transacties met Argentinië alleen konden worden tegengehouden als er een bewijs was dat deze transacties de repressie rechtstreeks dienden, concludeert Baud. ,,Direct bewijs van zo'n relatie was vanzelfsprekend moeilijk te leveren'', schrijft hij. Het beleid veranderde niet wezenlijk toen de PvdA in 1981 toetrad tot het tweede kabinet-Van Agt, waarin M. van der Stoel – de zo belangrijke adviseur van Kok in de kwestie-Zorreguieta – minister van Buitenlandse Zaken was.

De ondernemers die in Argentinië zaken deden, waren in de woorden van Van Luijk ,,mentaal afwezig bij de afweging tussen economische belangen en ethiek en werden daartoe ook door vrijwel niemand aangezet''. Actiegroepen kregen nauwelijks een voet aan de grond in Nederland, de ,,zieke man'' die het druk had met genezen van zijn economische kwalen. Ondernemingen hadden indertijd ook geen idee hoe om te gaan met actiegroepen, zegt H. van Luijk. ,,Tegenwoordig staan bedrijven veel meer open voor discussie over kwesties zoals mensenrechten en milieu. Dat is geen mode die straks weer overwaait.''

Het denken van de mensen die tijdens het generaalsbewind in Argentinië de bedrijven leidden, lijkt niet ingrijpend veranderd in de afgelopen 25 jaar. ,,Achteraf kun je zeggen dat er dingen zijn gebeurd waar je nu anders tegenaan kijkt. We hadden wel twijfels, maar het was allemaal niet zo duidelijk'', zegt Dekker (Philips/HSA) nu. Maar er waren al snel rapportages van Amnesty International en er was een grondig onderzoek van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS). ,,Dat zal ongetwijfeld zo zijn, maar ik kan me niet herinneren dat de dingen zo scherp op tafel lagen.''

Kraaijeveld van Hemert (Boskalis) geeft aan dat hij achteraf bezien ,,dieper zou hebben nagedacht over het Cogasco-project''. Had hij er dan ook vanaf gezien? ,,Nee, dat denk ik niet.'' Batenburg moet even nadenken over de vraag of hij er nu anders over denkt dan destijds: ,,U bedoelt of ik spijt heb? Nee hoor, ik heb geen spijt.''

Geraadpleegde literatuur: Marjolein C. Groenendijk; Nederland en de rechten van de mensen in Chili en Argentinië; (Leiden, 1984); Prof. dr. Michiel Baud; Militair geweld, burgerlijke verantwoordelijkheid. Argentijnse en Nederlandse perspectieven op het militaire bewind in Argentinië (1976-1983); (Den Haag, 2001)