Handbal is het polderniveau ontstegen

Bert Bouwer (49) wil niet de `kampioen van Lutjebroek' zijn. De bondscoach van de Nederlandse handbalploeg probeert zich met zijn speelsters te kwalificeren voor het WK in december. Vandaag is in Rotterdam Wit-Rusland tegenstander van de `meiden met een missie'.

Nog twee succesvolle handbalpotjes en Bert Bouwer is eind december waar hij wezen wil: bij het wereldkampioenschap in Italië. Als de Nederlandse speelsters vandaag in Rotterdam en volgende week in Gomel een stel handballende karbouwen uit Wit-Rusland in bedwang houden, is de bondscoach op het toneel waar hij `zijn' meiden hun kunsten wil laten vertonen.

`Meiden met een missie' noemen de Nederlandse handbalsters zichzelf. Speelsters die nadrukkelijk uitkomen voor hun ambitie om in 2004 de Olympische Spelen in Athene te halen. En op weg naar Griekenland behoort volgens Bouwer elk groot toernooi een tussenstop te zijn. Dit jaar het WK in de laars van Europa, volgend jaar het EK in Denemarken en dan in 2003 het WK in Nederland, waar de handbalvrouwen volgens planning hun olympisch entreebewijs moeten bemachtigen.

Het Nederlandse team is inmiddels aangehaakt bij de wereldtop ondanks het belabberde niveau van de Nederlandse competitie. Bouwer kan het smalen niet laten: ,,Nederlandse clubspeelsters willen alles: maximaal drie keer in de week trainen, op wintersport gaan, carnaval vieren en in het weekeinde kunnen stappen. En dan word je kampioen van Nederland om in de Europa Cup na één of twee ronden te zeggen dat je lekker hebt gespeeld.''

Bouwer heeft bepaald andere opvattingen over topsport, maar moet vaststellen dat zijn visie traag of in het geheel niet - doordringt tot de Nederlandse clubs. Wie de top wil halen, doceert de bondscoach, moet keuzes maken en de trainingsintensiteit drastisch opvoeren. Zie de internationals; die spelen nu vrijwel allemaal in het buitenland en hebben met de Nederlandse ploeg uitzicht op grote toernooien.

In de clubs is Bouwer teleurgesteld. Hij had gehoopt dat het leger volgelingen na de revolutie zou groeien. Maar niets daarvan. En de bondscoach is klaar met zijn kneuterige landgenoten. Ze doen maar. Als de clubs zijn filosofie niet oppikken, dan zij het zo.

Bouwer is inmiddels moe van het uitleggen. Wie `kampioen van Lutjebroek' wil worden, moet dat vooral niet laten. Maar hij heeft het gehad met handbal op polderniveau; het zegt de bondscoach helemaal niets meer. Verongelijkt: ,,Ik blijf niet alles beargumenteren. Ik heb de weg gewezen. Wie mee wil, is zeer welkom en wie niet mee wil, nou, die blijft toch gewoon lekker thuis. Ik stop er geen energie meer in.''

De trainer Bouwer heeft in Nederland eigenlijk weinig meer te zoeken, maar hij heeft twee goede redenen om (vooralsnog) te blijven. Het project met de nationale ploeg, dat naar Bouwers inzichten is ingericht, gaat hem aan het hart. En hij heeft drie dochters in de middelbare-schoolleeftijd, die hij niet de wereld over wil slepen.

Het buitenland lonkt nu reeds. Met enige regelmaat gaat Bouwer naar Denemarken, waar hij dan een weekje training geeft bij Gudme, de club waar vijf internationals zijn gestald, of hij doceert aan de Deense trainingsopleiding. Opmerkelijk. Wat kan Bouwer trainers in het land van de olympisch kampioen nog leren? Veel, zo blijkt. Men is zeer geïnteresseerd in zijn werkmethode.

Bouwer: ,,Toen in Nederland de internationals uit de competitie werden gehaald om zich in Zeist fulltime te wijden aan de nationale ploeg, heb ik zelf trainingsprogramma's ontwikkeld. Ik moest tenslotte oefenstof hebben voor trainingen van vier uur. Zo heb ik loop-, ritme- en coördinatietrainingen bedacht en hele specifieke techniekoefeningen ingevoerd. De speelsters moesten in wezen opnieuw beginnen, dus nam ik de tijd voor het aanleren van de technieken die internationaal vereist zijn. En daarin blijkt het buitenland zeer geïnteresseerd, zelfs toonaangevende handballanden als Denemarken en Noorwegen.''

Met het `Plan Zeist' doorbrak Bouwer enige jaren geleden de lethargie in handballend Nederland. Hij bracht de talentvolste handbalsters onder in de sporthal op het KNVB Sportcentrum met als doel het gat met de wereldtop te dichten. Bouwers voorbeeld was de mannen-volleybalploeg, die met het befaamde Bankrasmodel uiteindelijk olympisch goud veroverde.

Drie jaar hielden de handbalsters het uit in Zeist, daarna ging het gebrek aan competitie zich wreken. Bovendien trokken de buitenlandse clubs aan de inmiddels uitstekende speelsters. Nadat plaatsing voor de Olympische Spelen in Sydney was mislukt, waaierden de internationals uit over Europa.

Bouwer had die ontwikkeling zien aankomen. ,,Daar kon je op zitten wachten. Die meiden waren gewild. Speelsters op hoog niveau zonder clubverplichtingen, wat wilde een club nog meer. Nee, ik voelde me niet in de steek gelaten. Dat Plan Zeist was ook niet heilig, maar een middel om mijn doel te bereiken. En als speelsters goed worden, weet je dat de aanbiedingen komen. Gelukkig zijn de meeste speelsters bij sterke clubs terecht gekomen, zodat zij voor de nationale ploeg van toegevoegde waarde kunnen zijn. Maar voor de opleiding mag het Plan Zeist nooit verdwijnen. Dat zou ik als een vorm van passieve euthanasie beschouwen.''

    • Henk Stouwdam