Een dier is minder aangenaam voor de ziel

Ook al gaan er steeds minder mensen naar de kerk, het geloof in het hiernamaals groeit. Hoe ziet het leven na de dood er uit? Vandaag deel zes in een serie gesprekken: `De pijnen van deze wereld gelden hierna als verlichting, die tellen heel erg mee.'

Ik denk wel dat de oorlog ermee te maken heeft. Mij persoonlijk heeft de manifestatie van het absolute kwaad tot de conclusie gebracht dat er ook een absoluut goed moet zijn. Alleen zo kan ik de holocaust een plaats geven in het hele zingevingsysteem. De slachtoffers zijn er dichter door bij hun bestemming gekomen.

,,Ik zeg niet dat ze de moffen wel dankbaar mogen zijn. Ik zeg ook niet dat iedereen niet alles had moeten doen om die arme mensen te redden. Ik zeg alleen dat zinloos geweld niet bestaat. Niets is zinloos. De slachtoffers van de holocaust hebben alles doorlopen waar een normaal mens een aantal levens over doet. Hen is per definitie alles vergeven. Ze zijn rechtstreeks vanuit de gaskamer naar het paradijs gegaan.

,,Ik weet eigenlijk niet of liberale joden ook in het hiernamaals geloven. Sommigen wel, denk ik, en anderen niet. Wij chassidische joden geloven zeker dat er na de dood dingen gebeuren, wij zijn veel fundamentalistischer. De gedachte is dat iedereen na zijn dood afgerekend wordt op de daden waarvoor hij zelf verantwoordelijk is, op zijn keuzes tussen goed en kwaad. De ziel verschijnt voor een goddelijke rechtbank van schriftgeleerde joodse zielen die hem straf kunnen opleggen, die hem een bepaalde loutering laten ondergaan. Wij spreken dan van vuur en van ijs, menselijke vertalingen van de geestelijke zuivering die de ziel te wachten staat. Je zou ook kunnen zeggen dat de ziel zelf zijn oordeel velt. Dat hij het effect gewaar wordt van de keuzes die hij hier op aarde gemaakt heeft.

,,Het is wel zo dat de pijnen van deze wereld hierna als verlichting gelden, die tellen heel erg mee. Zoals de pijnen daarboven erger zijn dan de pijnen hier, zo zal de pijn die je hier geleden hebt, dáár van je straf worden afgetrokken, omdat pijn in deze wereld een dimensie bezit die de geestelijke wereld niet kent. Er bestaat een verhaal van iemand die het lijden daar ziet en de ellende waarin de zielen verkeren en die aan God vraagt: waarom heeft U mij op aarde niet méér te lijden gegeven?

,,Ik bedoel niet dat we God om een ellendig leven moeten vragen, we zijn geen masochisten. We moeten vragen om een goede baan met behoorlijke inkomsten en om alle andere goede dingen. Ik bedoel alleen te zeggen dat het lijden hier zin heeft, nut tussen aanhalingstekens. Ik zelf ben ms-patient, ik lijd niet zo heel erg, dat valt wel mee. Ik ga makkelijker met mijn ziekte om omdat ik weet dat die nog een hele andere betekenis kan hebben. Ik heb die ziekte niet zomaar, die heeft nog een nuttige functie ook. Als ik boven kom kan ik zeggen, ik heb zo en zoveel tientallen jaren dit en dat gehad. Blijkbaar heeft mijn ziel die ziekte nodig. Waarom? Dat moet u mij niet vragen, dat moet u God vragen. Ik weet niet waarom. Ik weet alleen, het zal niet voor niks zijn dat ik die ziekte heb, er zal wel een reden voor zijn.

Ik geloof dat alles wat de mens op aarde doet van tevoren bepaald is. Of u zo dadelijk een stap naar links doet of een stap naar rechts, dat bepaalt u niet, dat is voor u bepaald. Het is als met een blad dat van de boom valt. De wind komt onder dat blad, het dwarrelt een eindje verder, het valt op de grond, het blijft liggen, een worm komt uit de grond en knabbelt aan dat blad. De meest gewone dingen die op niks lijken, gebeuren niet zonder plan, niet zonder reden.

,,De enige keuzevrijheid die een mens heeft, is de keuze tussen goed en kwaad. Of u straks in het vliegtuig naar New York stapt, dat is geen toeval, dat is voor u bepaald. Maar als u daar een bank gaat beroven: dat is uw eigen keuze. Op die keuzes wordt u geoordeeld.

,,Ik geloof niet in een oordeel tot in eeuwigheid. De maximale straf die de rechtbank op kan leggen is elf maanden. Daar zijn wel uitzonderingen op. Er zijn mensen die zoveel slechts gedaan hebben dat hun schuld met die elf maanden niet uitgeboet is. Misschien komt zo iemand helemaal niet terecht in het vuur of het ijs. Misschien moet zijn ziel op loutering wachten, wat op zichzelf al een hele erge straf is. Hij raakt verstrikt in een droomwereld, in nachtmerries waar hij niet uit los kan komen.

..Ik denk niet dat er een mens is die helemaal geen loutering hoeft te ondergaan. Iedereen loopt wel iets op van deze wereld. Al is het een dag, een uur, al is het maar een moment – een zekere reiniging zal elke ziel moeten doormaken. Vergelijk het met kleren wassen. Daarna wacht de beloning, de ervaring van iets van de goddelijkheid.

,,Alleen de mensen die voor het jodendom gestorven zijn, hoeven geen loutering te ondergaan. Die zijn gestorven in de Heerlijkheid van God. Die mogen meteen door naar het paradijs.

,,Ik geloof dat de ziel op het moment van sterven het lichaam verlaat en ik geloof ook dat een stukje van de ziel bij het lichaam achterblijft. Of nee, geen stukje, het is niet iets, het is als met het licht van een lamp. Dat is ook niet iets, en toch, als het licht ergens op valt, dan is het er. Er blijft een zekere binding van de ziel met het lichaam dat gestorven is.

De ziel zelf is er van de oorsprong af, als een individu met zijn eigen individuele eigenschappen. Hij kan zich meermalen aan een lichaam hechten, of beter gezegd, hij kan meermalen naar een lichaam toegestuurd worden. Dat hoeft niet per se een menselijk lichaam te zijn. Het kunnen ook dieren zijn of planten, ik denk zelfs dingen, maar dat weet ik niet zeker. Dieren en planten wel, dat weet ik zeker. Er is wel verschil of de ziel terugkomt als mens of als dier. Een dier wordt gezien als minder aangenaam voor de ziel. Een plant ook. In het chassidische wereldbeeld heeft een mens de voorkeur.

,,Het is niet zo dat de rechtbank van schriftgeleerde joodse zielen iedereen beoordeelt op de vraag of hij zich aan de joodse wetten heeft gehouden. Ik denk dat ieder mens in deze wereld zijn plaats heeft, jood en niet-jood. Alleen van joden wordt geëist dat ze zich aan de joodse wetten houden. Van de anderen wordt dat niet geëist. Het is als met het joodse volk zelf. In het joodse volk hebben priesters meer verplichtingen en andere verplichtingen dan gewone joden. Het is in de traditie zelfs zo, als een gewone jood dingen deed die een priester moet doen, dan was hij de doodstraf schuldig. Gaat een niet priesterlijk jood verplichtingen op zich nemen die aan de priester toebehoren, dan wordt hij daar niet beter van maar slechter.

,,Zo is het ook met joden en niet-joden. Een niet-jood komt aan zijn bestemming tegemoet door die dingen te doen die aan niet-joden verplicht zijn. En dan krijgt hij, al naar gelang, dezelfde straf als de jood of dezelfde beloning.

,,Als je het in het algemeen moet zeggen dan is het van belang wat mensen, jood en niet-jood, in hun leven doen. Dat zijn algemene dingen van menselijkheid die de hoofdzaak zijn: gewoon fatsoenlijk mens zijn, gewoon de tien geboden houden, wat uiteindelijk wel het moeilijkste is. Of ik elke ochtend mijn gebedsriemen leg, dat kost me wel tijd, ik ben er een uurtje mee kwijt 's ochtends, maar dat is verder niet zo verschrikkelijk moeilijk als je leven erop ingesteld is. De hoofdzaken, je netjes gedragen, dat is veel moeilijker.

,,Geboden en verboden zijn van een andere orde maar het heeft wel effect om ze na te leven. Als ik mij houd aan kosjer eten, dan houdt dat op zichzelf verder niet zoveel in. Maar het heeft wel effect in de andere wereld. Ik vervul er iets mee dat tot de goddelijke wil behoort. En dat heeft een totaal ander effect dan je aan je broodje kaas kunt aflezen. Het waarom hoef ik niet te begrijpen. Toen het joodse volk de Wet kreeg was hun antwoord: we zullen doen en we zullen luisteren, in die volgorde. Dat luisteren, dat kun je vertalen als begrijpen. Maar het gaat in de eerste plaats om het doen, om de daad.

Er is een woord voor deze wereld, olam, de stam van dat woord betekent verhullen, bedekken. Het woord geeft aan dat deze wereld een verhulling is van een andere wereld, van de goddelijkheid. De wereld waarin wij leven kent geest en materie, de andere wereld kent alleen geest. Wij gebruiken onze taal, onze beelden om de andere wereld te beschrijven waar we geen woorden voor hebben. We spreken van de sterke hand van God en dan hebben we het over iets met de aard en de eigenschappen die in onze wereld bij een sterke hand horen. Deze wereld is een menselijke vertaling van die andere wereld zonder materie.

,,De grondgedachte is dat in de andere wereld alles minder verhuld is dan hier. Het contact met de goddelijkheid zal ook minder verhuld zijn. Ik denk wel dat er ook in die wereld contacten zijn tussen familieleden en met vrienden. Dat ligt voor de hand als je ervan uitgaat dat al hetgeen er hier gebeurt, dáár gevolgen heeft. Waar je in investeert, daar gebeurt iets mee. Dus ook met relaties tussen mensen. Hoe precies, dat weet ik niet. Als u dat wilt weten moet u daar maar een kijkje gaan nemen.

,,Pas als de ziel alles gedaan heeft waarvoor hij bestemd was, pas dan zal hij in de andere wereld mogen blijven. Dat is uiteindelijk wel de bedoeling, dat de ziel niet meer teruggestuurd wordt. Dan heeft hij zijn werk gedaan. Vanaf dat moment heeft hij deel aan de goddelijkheid.

,,Voordat het zover is zal de ziel een- en andermaal naar de aarde teruggaan. Ik denk niet dat het lichaam waaraan de ziel zich hecht, weet of het voor deze ziel het laatste lichaam zijn zal. Normaal gesproken niet, denk ik. Ik weet ook niet of de ziel in de andere wereld contact blijft houden met het leven op aarde. Daar zijn in de talmoedische traditie wel aanwijzingen voor, maar ik heb er geen mening over.

,,De ziel komt terug met de lading, de bagage van alles wat hij gedaan heeft in zijn vorige materiële levens. Ik denk dat mijn ziel dan weer in de joodse groep terechtkomt. Ik geloof niet dat ik ooit als katholiek terug zal komen. Er is geen reïncarnatie van het ene geloof naar het andere.

,,De cyclus eindigt met de opstanding die komt een aantal jaren nadat de Messiaaanse tijd is aangebroken. Ik denk dat er dan een onthulling van de materie plaatsvindt waarbij de geestelijke kanten van de materie duidelijk worden. Dat kan je betitelen als een lichaam dat weer tot leven komt. Er gebeurt dan iets met het lichaam. Dat is het stukje van de ziel dat bij het lichaam is achtergebleven, het lamplicht dat er op is gevallen. Een beetje moeilijk vind ik het wel om me dat voor te stellen. Mijn ziel heeft zich misschien wel aan veertig lichamen gehecht. Als die allemaal tot opstanding komen, dan wordt dat een heel leger.

,,Ik hoop dat ik het goed zeg. Ik denk dat op de dag van de opstanding de geestelijke dimensie van de materie duidelijk wordt. Het zal een uitbreiding zijn van de geestelijke wereld naar deze wereld toe.

Dit is het laaste gesprek in een serie. Eerdere afleveringen verschenen op

30 dec. (Pandit Shriemisier),

13 jan. (dominee Himmans Arday),

27 jan. (pastoor Berkhout),

17 febr. (Mohammed Zabar Bhoelan) en 17 maart (Kars Veling).