De bodemloze begeerte van Humphrey Bogart

Samuel Spade's raam staat altijd open, in de ijdele hoop dat er frisse lucht doorheen sijpelt die de verstikkende atmosfeer zal verdrijven. De vitrage wappert ook bedrieglijk vrolijk als hij midden in de nacht onaangedaan het nieuws aanhoort dat zijn maatje, ook detective, is neergeschoten. ,,Success, to crime!'' proost hij de volgende dag met twee politiemannen.

Begin oktober 1941, toen The Maltese Falcon in première ging, moest de uitdrukking film noir nog worden bedacht. Het op Dashiell Hammetts boek gebaseerde regiedebuut van John Huston werd een archetype waar vele latere misdaadfilms hun voordeel mee deden, en wordt door mensen die het kunnen weten nog steeds beschouwd als de beste detectivefilm ooit. Humphrey Bogart werd prompt een ster dankzij zijn ijsbergachtige spel. ,,Now don't get excited,'' bromt hij aan de telefoon tegen zijn secretaresse die net hoort dat de compagnon lekgeschoten van de heuvel is afgerold.

Bogart is op één scène na continu in beeld. John Huston (The Asphalt Jungle, Key Largo) heeft dan ook net als in het boek Spade's perspectief aangehouden: de leugens die hij hoort, horen wij ook, de gemaakte poses die hij ziet, zien wij ook. Met minimale actie weet Huston zijn lowbudgetfilm het maximale effect te geven. De vier hoofdlocaties lijken allemaal op elkaar: Spade's smoezelige appartement, de hotelkamers van The Fat Man en `Miss Wonderly' (die hun naam eer aan doen), en natuurlijk zijn kantoor - met die intrigerende zelfontvlammende aansteker op het bureau en een foto van paardenraces aan de muur. De claustrofobie overheerst: kleine ruimtes zijn voor de film noir wat de weidse landschappen zijn voor de western.

Bondgenoten bestaan niet, en cynisme is de enige overlevingsstrategie; tegenwoordig zijn de regels van de film noir overbekend geworden, en is zelfs deze constatering alweer een cliché geworden. Wie zich van dit weinig vruchtbare besef niets aantrekt en gewoon teruggaat naar de bron, ziet een prachtige film over bodemloze begeerte. Het kostbare zestiende-eeuwse beeld van de Malteser valk die als een soort fantoom wordt nagejaagd, leidt tot een rondzingende eindzin: op de vraag waar die zware Malteser valk toch van is gemaakt, antwoordt Spade: The stuff that dreams are made of.

Ook Miss Wonderly, die onder deze valse naam aan het begin van de film Spade's hulp inroept, is ongrijpbaar; als ze niet zo bedolven was onder de leugens, zou ze prompt vervliegen. Ondertussen zit Spade's secretaresse bovenop het bureau waar ze sigaretten voor hem rolt – zij is de enige betrouwbare vrouw in de wijde omgeving en wordt door Spade dan ook liefkozend ,,a good man'' genoemd.

In bijna alle films van John Huston hebben de zoekende personages een aal bij de staart, en blijven ze met vuile handen achter. Zoals aan het eind van zijn verfilming van Moby Dick: verstrikt in de eigen touwen, en meegesleept door het object van hun begeerte.

The Maltese Falcon (John Huston, 1941, VS), zaterdag, Ned.1 23.30-1.06u.