Biologische sesam uit Ethiopië - met DDT

KPMG concludeerde dat EKO-keurmerk onbetrouwbaar is. Maar hoe betrouwbaar is de verstrekker van het EKO-logo zelf? Wat niet in het KPMG rapport kwam: hoe giftig sesamzaad een biologisch certificaat kan krijgen en wordt weggewerkt op de gewone markt.

De firma Horizon Natuurvoeding B.V. produceert biologische notenpasta en importeert daarvoor al lange tijd sesamzaad. Maar als voorjaar 1999 een container met het zaad uit Ethiopië klaarstaat, vertrouwt directeur Gaston Smit het niet helemaal. ,,Biologisch betekent nooit automatisch: zonder bestrijdingsmiddelen'', zegt Smit. ,,Er kan een residu in het product zitten. Omdat de buurman wel spuit, bijvoorbeeld.'' En Afrika heeft wat dat betreft een slechte naam. DDT geldt er als een heel effectief anti-malariamiddel.

Wat er mis ging met het sesamzaad, staat deels in een onderzoek dat accountantsbureau KPMG uitvoerde naar Skal, de Stichting Keur Alternatief voortgebrachte Landbouwproducten. Skal is de instantie die door het ministerie van Landbouw is aangewezen om biologische productie te controleren en te waarmerken. De conclusies van KPMG over Skal zijn stevig: noch EKO-logo's noch het predikaat `biologisch' bieden de zekerheid dat producten in de winkel ook echt te vertrouwen zijn. De casus van het sesamzaad geeft precies aan waarom. Toch vertelt ook het KPMG-rapport niet alles.

Het onderzoek van KPMG is in opdracht van Skal zelf uitgevoerd. Aanleiding was een uitzending van het actualiteitenprogramma Nova, eind vorig jaar. Nova trok zeer in twijfel of Skal terecht een EKO-keurmerk had verleend aan teakhout uit Costa Rica, bietsuiker uit Slowakije en het bewuste sesamzaad uit Ethiopië.

Er kwamen Kamervragen, waarop Skal tot een onderzoek besloot. De opdracht ging oorspronkelijk niet naar KPMG. Totdat D. Westendorp, oud directeur van de Consumentenbond en voorzitter van de oorspronkelijke onderzoekscommissie de opdracht terug gaf. ,,Het rammelt aan alle kanten'', zei Westendorp destijds in Trouw. De regels voor en de controle en certificering van biologische producten zijn allemaal in handen van Skal; Westendorp wilde daarom het geheel onderzoeken. Maar Skal stond erop dat het bij de drie in Nova genoemde zaken zou blijven.

KPMG kreeg dus de opdracht. Het accountantsbureau schreef een kritisch en lijvig rapport, maar heeft desondanks alleen de drie zaken en de opzet van de Skal-procedures onderzocht. Over ,,het vaststellen van de goede werking van de procedures'', gaat het onderzoek expliciet niet, aldus KPMG. Wat de vraag oproept of de conclusies niet nog pijnlijker voor Skal zijn als dat wel gebeurt. Het ministerie van Landbouw heeft in ieder geval al opdracht gegeven tot een eigen onderzoek naar de doelmatigheid van de controles door Skal, en naar de toepassing van procedures.

Het sesamzaad-voorbeeld geeft aan hoe KPMG enerzijds kan concluderen dat Skal niets onrechtmatigs doet, en anderzijds vaststelt dat de stichting niet erg betrouwbaar is. Ofwel: hoe het bijvoorbeeld kan dat Skal een lading sesamzaad mocht certificeren die zó vol DDT zat, dat het zaad niet alleen volstrekt on-biologisch was maar zelfs ,,niet geschikt'' om als regulier product in de handel te brengen.

Als Gaston Smit voorjaar 1999 aan zijn Ethiopische container sesamzaad begint te twijfelen, heeft Skal er al een importcertificaat voor afgegeven. Het sesamzaad verdient daarmee het predikaat biologisch. Smit laat toch maar monsters nemen en vindt een residu DDT. Hij meldt Skal dat het zaad volgens hem niet biologisch is. Skal neemt ook monsters en handhaaft na onderzoek het predikaat `biologisch'. Dit omdat ,,niet kon worden bewezen'', aldus KPMG, dat DDT was gebruikt. De partij sesamzaad gaat de biologische handel in.

Op 3 juni vraagt Skal aan Smit om de volgende keer te waarschuwen, als er opnieuw een lading sesamzaad uit Ethiopië komt. Dan zal Skal tijdig monsters nemen. Maar een dag later, de partij blijkt al te zijn gearriveerd, geeft Skal zonder monsters genomen te hebben opnieuw een importcertificaat af. Pas twee weken daarna neemt Skal monsters en wordt een zeer hoge concentratie DDT in deze lading sesamzaad gevonden.

Skal trekt het importcertificaat terug bij de Afrikaanse producent, maar deze protesteert. En Skal verstrekt het certificaat daarop toch maar, vergezeld van een brief. In het certificaat staat dat het zaad vol DDT biologisch is. In de brief staat dat dat ten onrechte is en dat het zaad niet als biologisch verhandeld mag worden.

De Afrikaanse producent eist voor de arbitragecommissie dat Horizon B.V. het giftige zaad betaalt. Het is toch gecertificeerd? De producent krijgt gelijk.

En Gaston Smit zit opgescheept met een partij als `biologisch' gecertificeerd sesamzaad, die hij evenwel niet op de biologische markt mag verkopen. Skal schrijft hem zelfs dat hij het helemáál niet mag verkopen. Smit verzint een list. Wettelijk is een maximum gehalte zogenoemd `residu DDT' in voeding toegestaan. Dit omdat niet altijd te vermijden is, zoals in Afrika, dat het middel via de lucht of de grond op schoon voedsel beland. Het toegestane maximum voor niet-biologisch voedsel is 0,05 milligram per kilo. Het gehalte DDT in het sesamzaad is 0,057, te hoog dus. Smit wil het vuile zaad mengen met schoon sesamzaad dat een zogenoemd `nul-residu' DDT heeft. Als ik het fifty-fifty meng, zegt hij, dan daalt het DDT-gehalte tot 0,0285. Onder het wettelijk maximum.

Smit vraagt Skal schriftelijk om ,,een standpunt'' in dezen. Smit schrijft niet in welke verhouding hij het vuile met het schone zaad wil gaan mengen. Het getal 0,0285 wordt nergens genoemd. En Skal vraagt er niet naar. In een drieregelig briefje gaat de `Controle manager Nederland' van Skal zonder omhaal akkoord: ,,Het mengen van de partij met Skal certificaat nr. 8.4242.007 met een andere partij en deze als niet biologisch verkopen heeft de goedkeuring van Skal'', schrijft hij.

En waarom zou dat níet mogen, vraagt Skals woordvoerder Chris Maan desgevraagd retorisch. ,,Wij controleren alleen de biologische markt''. Gaston Smit, enigszins aangeslagen, wil eerst zijn advocaat bellen en besluit daarna dat hij beter niet kan zeggen in welk product het vuile sesamzaad uiteindelijk is beland. Alleen ,,dat het voor menselijke consumptie verder is gegaan''.

Skal is van oorsprong een initiatief van biologische producenten die zichzelf gingen controleren. ,,Door de groei van de biologische sector en de groei van onze controlerende taken namens de overheid moeten we veranderen'', zegt woordvoerder Chris Maan. ,,We moeten ons onafhankelijker gaan opstellen.'' Daarom werd ruim een jaar geleden de voormalig directeur op non-actief gezet. ,,Het bestuur wilde strakker en tranparanter gaan werken'', zegt Maan. ,,Er was behoefte aan een meer onafhankelijke aanpak.'' Gaston Smit zegt het anders: ,,De directeur is op non-actief gezet tijdens de zaak-sesamzaad.''

KPMG, die over de verkoop van het zaad op de reguliere markt niets vermeldt, concludeert over de sesam-affaire dat de controle door Skal in geen enkel opzicht ekortschoot. Hier is cruciaal dat KPMG alleen de opzet van de Skal-procedures heeft onderzocht. Volgens die procedure stond het Skal ,,vrij'' om ,,zelf normeringen op te stellen voor monsternemingen''.

In de inleiding van het rapport houdt KPMG wél een slag om de arm. De ,,juistheid'' en de ,,doelmatigheid''van controles is niet onderzocht. KPMG sluit daarom niet uit dat het komende onderzoek van het ministerie van Landbouw naar Skal ,,tot andere bevindingen leidt''.