ARCHIEF

In het Wetenschap & Onderwijs van 5 mei ('Leegte kou en weeuwige stilte') haalt Cor van der Heijden een heleboel dingen door elkaar op het gebied van selectie en vernietiging van archief. De bezwaren van historici tegen de selectiecriteria komen uitgebreid aan bod, maar in de vaart van zijn betoog vervalt Van der Heijden in de bekende valkuil om alles maar Pivot te noemen.

De gewraakte selectiecriteria leggen inderdaad de nadruk op beleidsvorming en niet op uitvoering. Voor mijn part gaat dat voortaan andersom, als de beleidsmakers dat liever hebben en de benodigde extra miljoenen kunnen organiseren. Hoe boeiend de discussie over culturele waarde ook is voor de liefhebbers, Van der Heijden bagatelliseert intussen het acute beheersprobleem dat overheidsorganisaties hebben met hun archieven. Zijn lofzang op de oude vernietigingspraktijk maakt duidelijk dat hij niet weet hoe snel de archiefproductie groeit en hoe ontoereikend de vernietigingslijsten zijn.

Buiten de selectiecriteria is er ook nog de Pivot-methode van institutioneel onderzoek. Dat is een zeer gewaardeerde aanpak om archiefvorming te begrijpen in zijn brede ontstaanscontext. Je kunt er zelfs mee voorspellen wat voor documenten er horen te zijn, ook als die niet in het archief zijn terechtgekomen maar nog rondslingeren op de kamer van een beleidsmedewerker. Zonder Pivot zouden zulke stukken waarschijnlijk verdwijnen zonder een spoor achter te laten. Dat had Kafka ook niet kunnen bedenken, want in zijn tijd ging de bureaucraat nog zorgvuldig om met zijn documenten.

En de dossiers die vernietigd worden waar verontruste burgers, journalisten of parlementariërs of zieke militairen belang bij hebben? Het is heel simpel: organisaties bepalen zelf, zonder enige inbreng van Pivot, welke bewaartermijn de handelingen krijgen die buiten het verlanglijstje van het ARA vallen.

Overheidsorganisaties zijn blij dat ze voor het eerst een compleet handvat krijgen voor archiefselectie. Door de contextuele benadering kun je de selectielijsten bovendien gebruiken voor digitaal archief. En als er iets in rap tempo voor de eeuwigheid verdwijnt dan zijn het e-mails en andere elektronische documenten, maar daarover schijnen de historici zich nog lang geen zorgen te maken. Ik merk vanuit die hoek tenminste alleen maar leegte, kou en eeuwige stilte.