Anti-tv van een muzikale Maradona

Na 12,5 jaar neemt Han Reiziger (67) afscheid van de tv. Gedwongen, maar zonder wrok. ,,The show must go on.''

`Ik hoorde het via mijn eindredacteur, Melchior Huurdeman. `Han', zegt hij, `het zit erop. Dit is ons laatste seizoen'. Het scheelde weinig of de kranten waren hem voor geweest. `Op zondag 27 mei houdt Reiziger in muziek op te bestaan', las ik vorige week. `Er komt een nieuw muziekprogramma voor in de plaats, onder gezamenlijke redactie van NPS en VPRO'.

Dat ik ooit moest verdwijnen stond vast. Ik loop tenslotte al tegen de zeventig. De VPRO is misschien ook wel toe aan een nieuw programma. Of ik dat zelf niet had willen presenteren? Nee, want met mijn 67 jaar ben ik geen zekere factor. Misschien was ik na een jaar afgehaakt, en dan? Liever had ik Reiziger nog een jaar gepresenteerd. Er zat nog veel moois in het vat. Dat is wel jammer, ja.

We begonnen het programma ooit als een `vullertje' op de zondagochtend. Roelof Kiers (de in juni 1994 overleden oud-hoofdredacteur televisie van de VPRO, red.) belde me op of ik interesse had om een tv-programma te presenteren. Een vreemde vraag, want ik was een radioman pur sang. `Geeft niets', zei hij, `je maakt gewoon een radioprogramma voor de televisie'.

Ze wilden eerst een pilot, met Frans de Ruiter, die ik kende van het Holland Festival. Pierre Courbois, een oud-jazzmedewerker van me, kwam ook opdraven. Na afloop dacht ik: dit wordt niets. Maar Kiers was tevreden. `Die presentatie is bijzaak', zei hij. `Als je jouw liefde voor de muziek maar kunt overbrengen'.

Een paar maanden later nam hij me mee uit eten. `Han, wat denk je van een nieuw seizoen?' Ik legde uit waarom dat niet kon; ik was ook hoofd van de klassieke-muziekafdeling bij de VPRO-radio. Wilde mijn collega's niet teleurstellen. Maar Kiers was onverbiddelijk. En dus heb ik mij vijf jaar lang voor beide media ingezet. Dat was echt killing, ja.

Ik heb mijzelf nooit een goed televisieman gevonden. Ik ben een doorgeefluik, geen scherp interviewer zoals Paul Witteman of Andries Knevel. Als een gast een mooi verhaal heeft, geef ik hem alle ruimte. Oók als ik daardoor de helft van mijn vragen moet wegstrepen. Mijn redacteuren zijn daar niet blij mee, beschouwen zo'n uitzending als totaal mislukt. Zoals die keer met dirigent Michael Tilson Thomas. Vooraf gaf hij aan dat hij alleen wilde praten, niet spelen. Maar meneer loopt de studio binnen, neemt plaats achter de Fagiola en zet een echte one man show neer. Van het zorgvuldig voorbereide gesprek bleef weinig over. Had ik strenger moeten zijn? Misschien. Kennelijk ben ik te veel onder de indruk van zo'n wereldster.

Tv is een veel opdringeriger medium dan radio. Daar heb ik wel eens moeite mee. Dat intieme van de radio wil ik terugzien op tv. `Let maar niet op wat er om u heen gebeurt', zeg ik altijd tegen mijn gasten. Het probleem is, dat de redactie soms te veel gasten in een uitzending wil proppen. Vier in een uur – dat kán bijna niet goed gaan. Twee weken geleden sprak ik met banjospeler Béla Fleck. Die jongen had zo'n leuk verhaal, ik durfde hem bijna niet weg te sturen. Als hij dan ook nog te lang doorspeelt, gaat het helemaal mis. Anti-tv noemen ze dat.

Mijn eindredacteur vergeleek mij eens met de voetballer Maradona: wekenlang onzichtbaar, dan opeens dat ene, wonderschone doelpunt. En ik héb natuurlijk ook mooie dingen gemaakt. Neem die uitzending met componist Manuel Rosenthal in het huis van Ravel. Onvergételijk. Rosenthal heeft mij een uur lang rondgeleid. Hij kende het huis op zijn duimpje, heeft Ravel daar tot vlak voor diens dood verpleegd. Naderhand liet hij ook een aantal van zijn eigen composities horen. De man was ver in de tachtig, maar wát een power.

Uit mijn radiotijd herinner ik mij vooral Je toegenegen Frederique, een serie over het leven van Frederique Chopin. Samen met pianist Jacob Bogaart en kunstkenner Josine van Droffelaar ben ik naar Noan gevlogen. Josine achter de stuurknuppel, als een echte George Sand. Terwijl we landden in Noan, en Josefine haar vluchtcommando's doorgaf, klonk op de achtergrond de nocturne van Chopin.

Dat is radio op z'n best.

We zouden gedrieën via Mallorca naar Hilversum terugvliegen, maar zover is het nooit gekomen – het slechte weer noopte ons terug te keren. Enkele weken later verongelukte Josefine tijdens een stuntmanoeuvre. Jacob en ik hebben de reis later alsnog afgemaakt, maar het was niet meer hetzelfde. We misten onze George Sand.

The show must go on – dat is altijd mijn devies geweest. Ook als het programma werd overschaduwd door tragiek. Enkele jaren geleden overleed mijn vader in het ziekenhuis. Op zaterdagnacht, vlak voor de uitzending. Toch heb ik geen moment overwogen Reiziger te staken; daar zou ik hem geen plezier mee hebben gedaan. Ik heb wel even bij zijn dood stilgestaan in de uitzending: `De man die mij de liefde voor de muziek heeft bijgebracht'. Mijn vader hield van alle soorten muziek – van Bach tot The Ramblers. Hij keek ook graag naar mijn programma. Schepte dan over mij op. Zelfs op zijn sterfbed pochte hij tegen de verpleegsters: `Kijk, dát is nou mijn zoon'.

Zelf kijk ik met tevredenheid terug op de afgelopen jaren. We hebben toch veel beroemdheden in de studio gehad: Gustav Leonhard, Menuhin, Haitink, Chailly, Yo-yo Ma, Michael Tilson Thomas. Deze mensen kregen, op een boek of een cd na, nooit een vergoeding. Daar was geen budget voor. Reiziger in muziek heeft nu eenmaal een select publiek en wordt niet prime time uitgezonden. Vergelijk dat eens met Jiskefet of Arjan Ederveen, daar worden kapitalen ingestoken.

Wie ik graag nog gestrikt had voor mijn programma? De pianist George Shearing, die heb ik enórm hoog zitten. Datzelfde geldt voor Oscar Peterson: een veelzijdig en boeiend mens. Ook André Prévin en Christiaan Zimmerman had ik graag aan mijn lijstje toegevoegd.

Plannen te over, maar mijn tijd zit er op. Toch ben ik niet bang ben voor het beruchte zwarte gat. Ik heb genoeg omhanden. Na mei wil ik weer gaan pianospelen en componeren – iets dat ik vóór mijn VPRO-tijd veel heb gedaan. Ik denk erover om muziek te gaan maken voor het poppentheater, dat ik samen met een aantal vrienden run. Nee, als ik érgens bang voor ben, is het dat mijn agenda weer wordt dichtgemetseld.'

    • Danielle Pinedo