Zoals ze ademt

`Een klassieker', oordeelde Bernard Pivot over het boek waarin de 53-jarige Cathérine Millet minutieus beschrijft wanneer, waar en hoe ze met welke man naar bed is geweest. Binnen een maand werden er 150.000 exemplaren van verkocht. Een deel van Frankrijk vreest voor het einde van het privé-leven.

`Pas op, de foto's die vanaf nu in de uitzending getoond worden, zijn niet geschikt voor jonge kijkers!' Het is een zin die Bernard Pivot, presentator van het Franse boekenprogramma Bouillon de Culture, ongetwijfeld voor het eerst van zijn leven uitsprak. En een late waarschuwing was het ook, aangezien hij het eerste deel van zijn programma had gepresenteerd voor een groot, weinig verhullend kunstwerk van een realistisch geschilderd vrouwelijk geslachtsdeel.

Gasten in zijn programma waren die dag Cathérine Millet, schrijfster van La vie sexuelle de Cathérine M., in het dagelijks leven hoofdredacteur van het toonaangevende beeldende-kunsttijdschrift Art Press, en haar partner, de fotograaf Jacques Henric, van wie zojuist een fotoboek, Légendes de Cathérine M., was verschenen. Veel Cathérine M. dus, veel bloot in beeld (haar bloot) en veel seks als gespreksonderwerp (haar seks). Pivot stak zijn bewondering voor het boek niet onder stoelen of banken, maar hoe explosief het was kon hij nog niet bevroeden, in die uitzending van eind april: inmiddels is er een heftige polemiek ontstaan rond het boek van Millet, werden er zo'n honderdvijftigduizend exemplaren van verkocht en haalde het grootwinkelbedrijf Auchan het boek, op eigen initiatief, in alle vestigingen uit de schappen.

Olie op het vuur waren de eerste uitzendingen, in diezelfde week, van Loft Story, zoals de Franse versie van Big Brother heet, die leidden tot paginalange, felle discussies in alle dagbladen en tijdschriften. Het weekblad L'Express gebruikte het gewraakte televisieprogramma en het boek als kapstok voor een themanummer over het `nieuwe voyeurisme' in Frankrijk. Le Monde en Libération kwamen, buiten de literaire bijlagen om, op het boek terug en zagen zonder uitzondering parallellen tussen het succes van Millet en dat van Loft Story. Verontwaardiging en woede alom: de goede zeden gingen teloor en iedere moraal werd aan de wilgen gehangen! Het einde van de bescherming van het privé-leven was in zicht, niemand schroomde meer zijn vuile was buiten te hangen.

Wat is La vie sexuelle de Cathérine M. nu eigenlijk voor een boek? `Récit', vermeldt het omslag: verhaal, vertelling en wel dat van het seksuele leven van een moderne, vrije, actieve vrouw met een obsessie voor het lichaam, Cathérine M. Dat de schrijfster niet heeft gekozen voor de veel éénduidiger titel, `Ma vie sexuelle', wijst erop dat je als lezer de ik-persoon van het boek niet zonder meer mag vereenzelvigen met de schrijfster. Millet eist een zekere afstand op tussen de auteur en de ik-persoon – iets wat bij de polemiek rond het boek nogal eens uit het oog wordt verloren.

La vie sexuelle de Cathérine M. is een `chronique scandaleuse' in de traditie van Les liaisons dangereuses en Justine, en voor wie geen doorgewinterde pornolezer of -kijker is, is het ongetwijfeld een choquerend boek. Minutieus en realistisch vertelt Millet, inmiddels 53, hoe ze op haar achttiende ontmaagd werd en vrij snel daarna een regelmatige en hartstochtelijke bezoekster werd van zogenaamde `partouzes', misschien nog het best te omschrijven als min of meer georganiseerde seriële neukpartijen, waarbij anonimiteit en het bereiken van snel seksueel genot voorop staan. Maar ook daarbuiten is ze op zoek naar seks: `De wereld van de kunst bestaat uit een veelheid van gemeenschappen, van families, waarbij men elkaar, in de tijd dat ik criticus werd, ontmoette op de werkplek, in galeries, tijdschrijftredacties en cafés. Die kleine kolonies waren natuurlijk vijvers vol gelegenheidscontacten.'

Ook de hoofdpersonen uit Michel Houellebecqs bestseller Elementaire deeltjes zijn fervente partouze-liefhebbers – en passen net als de jonge Millet vooral de vrije en ongebonden seks van de jaren zestig toe. Tijdsaanduidingen zijn overigens in het boek van Millet nergens te vinden, evenmin als een intrige of een karakterontwikkeling. In vier hoofdstukken laat Millet in willekeurige volgorde haar seksuele handelingen de revue passeren, de plaatsen waar ze de liefde heeft bedreven, haar voorkeuren en haar fantasieën. Haar vocabulaire is duidelijk, op het cruë af, ze noemt man en paard. Voor Millets alter ego is seks een manier van leven. Ze onttrekt het aan de pornografische anonimiteit, geeft het een gezicht: dat van haarzelf en vele mannen. Millet verpersoonlijkt, vermenselijkt, maakt seks tot kunst.

Bas Heijne constateerde een vergelijkbaar effect in zijn essay `Niet bij vlees alleen' (uit De wijde wereld), schrijvend over de kunstfotograaf Andres Serrano: `De mensen op zijn foto's, vaak verwikkeld in extreme seksuele situaties, zijn tegelijk individuen. Dát schokt, niet de seksuele handeling, die in de legale porno-industrie al op honderdduizenden manieren verbeeld is.'

Wat je al lezend vooral de adem beneemt is, vreemd genoeg, niet zozeer de erotiek van het verhaal – al plaatst Millet zich met dit boek wel degelijk in een lange traditie van erotische literatuur – maar de laconieke, afstandelijke, klinische manier waarop Millet erover schrijft: `Van de avonden bij Victor was ik het meest onder de indruk. Sommige vrouwen hadden zich gekleed voor de gelegenheid: ze droegen doorzichtige jurken waar ik jaloers op was. Ik voelde me pas op mijn gemak zonder broek of jurk. Mijn ware kleding was mijn naaktheid, die me beschermde.' Obsceen is het niet en van voyeurisme is al helemaal geen sprake. Millet maakt als het ware een autobiografische documentaire, zonder provocatie, `sec', zonder troebele gevoelens, zonder sadisme of sarcasme. Professioneel bijna, zoals de vooraanstaande beeldende-kunstcriticus die ze ook is. Alsof ze het heeft over de manier waarop ze een schilderijententoonstelling samenstelt of over de criteria die ze aanlegt voor een goed beeldend kunstwerk. Je kunt eraan zien dat ze gewend is intensief te kijken, te theoretiseren en dat ze bij uitstek in staat is in woorden te vangen wat haar ogen zien.

`Het fantasme en het echt beleefde zijn aan elkaar verwante structuren, maar ze zijn bij mij onafhankelijk van elkaar, zoals een schilderij van een landschap dat is van het stukje natuur dat het verbeeldt; er zit in het schilderij meer van de interne visie van de kunstenaar dan van de werkelijkheid zelf.'

Waar ze niet toe in staat is – en dat is dan meteen een van de zwaktes van dit boek – is in enigerlei vorm gevoelens te formuleren of zelfs maar te suggereren. `Eric zette mij op een van de bedden of canapés in de alkoven. Hij respecteerde een vaag gebruik door me uit te kleden en me te exposeren. Hij begon me te strelen en te omhelzen, waarna hij onmiddellijk door anderen werd afgelost. [...] Meer dan van de penetraties beleefde ik plezier aan de pikken die over mijn hele gezicht dwaalden of hun eikel die over mijn borsten ging. Ik hield ervan er één in het voorbijgaan te grijpen en in mijn mond te nemen. [...] Die plek van actieve spin in het midden van haar web lag me wel.' Wat ze haar lijf ook laat doen, welke ervaringen ze ook heeft, nooit lees je wat ze erbij voelt, zelfs niet tussen de regels door. Toch zou je willen weten hoe iemand die van seks een manier van leven heeft gemaakt, daar innerlijk mee omgaat. Maar Millet schrijft met haar blik, al kijkend, en daar blijft het bij. Een ander manco van het boek is de eentonigheid: na het choquerende van het begin wreekt zich het nagenoeg ontbreken van een vertelkundige spanningsboog.

Cathérine Millet is een sterke, vrije vrouw van deze tijd, een vrouw met een reputatie in het culturele circuit en een belangrijke positie binnen de Parijse intellectuele elite, een vakvrouw met diverse boeken op haar naam: over de Franse schilder Yves Klein, over de designer Roger Tallon, over conceptuele kunst, over moderne kunst in Frankrijk. Wat beweegt juist zo'n vrouw tot een zodanig extreme openheid? Waarom gaat juist zij over iedere grens heen, tot de bodem, alle schaamte voorbij? Nymfomanie? Exhibitionisme? `Voordat ik dit boek schreef, had ik nooit zo over mijn seksualiteit nagedacht', schrijft ze in La vie sexuelle de Cathérine M. Aan Pivot vertelde ze, enigszins giechelend, dat vooral haar uitgever erg enthousiast was over het idee. In een interview met Les Inrockuptibles zegt ze dat ze wilde reageren op de huidige discussies over seks in de literatuur: aan de ene kant de zwart-pessimistische kijk van Houellebecq (seksuele concurrentie leidt tot zelfmoord bij de losers) en aan de andere kant het optimisme van de hedonist Michel Onfray (bevrediging van zinnelijke verlangens is het mooiste wat er is). Haar discours ziet ze gerelateerd aan een tijdperk waarin er, aldus Millet, voortdurend sprake is van censuur en repressie. Als commissaris van de fototentoonstelling `Présumés innocents', vorig jaar in het Musée d'Art Contemporain van Bordeaux, werd ze geconfronteerd met beschuldigingen van pornografie (vergelijkbaar met de affaire rond de foto's van fotografe Margi Geerlinks in het uit de roulatie genomen tijdschrift Rails). Volgens veel Franse kunstenaars groeit in onze tijd de censuur: twee weken geleden publiceerde Les Inrockuptibles zelfs een `nationale petitie tegen de censuur in de kunst', onder de titel Baise-moi (pas)! Millet wilde haar eigen ervaring boekstaven en daarmee een `position de principe' innemen.

Een principieel feministisch standpunt lijkt ze daarbij niet specifiek voor ogen te hebben, al gaat ze met haar boek ver voorbij aan `de schaamte voorbij'. Haar alter ego heeft geen enkele last van schaamte- of schuldgevoelens. Behaagzucht is haar vreemd en de extra pondjes waar Bridget Jones zich in haar dagboek zo'n zorgen over maakt, kunnen Millet gestolen worden. De zoektocht naar de ware liefde heeft evenmin haar prioriteit. Als ultieme bevrijde vrouw – let wel: ze maakt deel uit van de zeer enge Parijse elite – is Cathérine M. niet bang voor gezichtsverlies of roddels achter haar rug. Integendeel, in haar belevingswereld heeft een onafhankelijke vrouw geen last van maatschappelijke conventies, sociale controle of dubbelzinnige blikken van achter de geraniums. Vrijheid, blijheid, in alle opzichten. (We bevinden ons duidelijk vóór het aids-tijdperk.) Cathérine M. `neukt zoals ze ademt', geniet van de mogelijkheden die haar lichaam haar biedt en gebruikt de man daarbij, rücksichtslos en met zijn instemming, als instrument.

De schrijver Philippe Sollers, auteur van onder andere een recente, uitgebreide studie over Casanova en een trouw verdediger van alle jonge schrijvende durfals – van Houellebecq tot Christine Angot, van Amélie Nothomb tot Virginie Despentes – liet niet na het revolutionaire karakter van het boek te onderstrepen: `Wat zijn ze vreemd, al die mannen, die obstinate werkers, onderworpen aan de seksuele macht in de vermomming van banen en geld', schreef hij in Le Monde, `Cathérine M. observeert hen, van heel dichtbij, zoals niemand het ooit heeft gedaan, of gedurfd. Dat vrouwen schrikken van dit boek is normaal. Maar het zijn vooral de mannen die bang zouden moeten zijn: ze zijn plotseling anoniem in de massa, identiek in hun manies, hun stereotypen: men houdt hen een spiegel voor.'

Wie in ieder geval niet schrikt van dat spiegelbeeld is Jacques Henric, al meer dan twintig jaar de echtgenoot van Cathérine Millet. In haar boek beschrijft ze hun ontmoeting, hun seksleven en zijn obsessie om haar voortdurend te fotograferen: duizenden foto's maakte hij van haar, veelal naakt, vaak ook in openbare plaatsen. `Zut, ik ben bezig verliefd te worden op een vrouw die met de halve wereld slaapt', was Henrics reactie toen hij van haar vele contacten hoorde. Millet schrijft het eerlijk op. Hij weigert haar te begeleiden op haar seksuele excursies, maar van trouw was ook bij hem, geen sprake. Het is een van de weinige momenten waarop Millet, haars ondanks, inzicht geeft in haar gevoelens: ze spreekt van `een verschrikkelijk gevoel van uitsluiting' en een `intense pijn' die haar haar heil doen zoeken in zelfmoordfantasieën. Het lijkt erop dat Millet/Henric het fameuze koppel Beauvoir/Sartre in moderniteit en geëxposeerde onafhankelijkheid naar de kroon heeft willen steken. Daarin slagen ze niet; daarvoor zijn ze intellectueel te weinig toonaangevend en te eenzijdig in hun artistieke activiteit. Toch zou De Beauvoir zeker ingenomen zijn geweest met het gedurfde karakter van La vie de Cathérine M.

In de Franse literatuur nemen de vrouwen al enige tijd het voortouw. Millet heeft, literair gezien, dezelfde weg gekozen als Camille Laurens, die in haar, met de prix Fémina bekroonde boek Dans ces bras-là, alle mannen uit een vrouwenleven de revue laat passeren – met dien verstande dat Laurens' boek oneindig veel onschuldiger, maar ook humoristischer is. Laurens' referentiekader is net zo intellectueel en eng parisien als dat van Millet – veel Foucault, Barthes en Bataille – maar veel traditioneler in inhoud en vertelprocédé. Werkelijk in mannenarmen gelegen wordt er nauwelijks.

Ook de literaire openhartigheid van de steeds succesvollere schrijfster Christine Angot, die in haar romans L'inceste en Sujet Angot niet schroomde menig taboe (incest, homoseksualiteit) aan de orde te stellen, is van een ander register. Terwijl Angot haar hele privéleven aan het papier toevertrouwt, inclusief relatie met dochter en vriendinnen, werk en frustraties, concentreert Millet zich op één aspect: haar seksleven. Waar Angot kleine tikjes geeft op een veelheid van vlakken, deelt Millet mokerslagen uit.

De enige tijdgenote die net zulke, en misschien nog wel hardere taalklappen uitdeelt, is de schrijfster en cineaste Virginie Despentes. Haar boek Baise-moi (in het Nederlands vertaald als Genaaid in plaats van als `Neuk me') veroorzaakte, bij verschijnen in 1996, een schandaal en de gelijknamige film werd in de gewone Franse bioscoop verboden wegens het pornografische karakter en de aaneenschakeling van gewelddadige scènes. Pornografie of kunst, was de vraag die menig recensent zich stelde, maar de scheidslijn bleef uitermate vaag. De expliciete taal is de enige overeenkomst tussen Despentes en Millet. Van enig geweld, van moord of sadisme is bij de laatste geen sprake. Integendeel, `ik heb nooit te lijden gehad van wat voor ruwe beweging dan ook, ik ben altijd met aandacht begunstigd', schrijft Millet, wier boek ook in alle andere opzichten ver uittorent boven de platte agressiviteit van Despentes.

Toch worden Despentes, Millet en de door de Franse intellectuelen verguisde televisieserie Loft Story in het voyeurisme-debat vaak in één adem genoemd. Ze zouden een slaatje slaan uit de ongezonde nieuwsgierigheid van het grote publiek. Ze zouden oproepen afstand te doen van normen en waarden, tot het sussen van een slecht geweten (Bigot en Devoucoux in Le Monde). Ze zouden gebaseerd zijn op dezelfde `mechanismen die aanzetten tot het publiekelijk tonen van het ik' (Kaufmann in Le Monde). L'Express vraagt zich af of we te maken hebben met een terugkeer tot de Middeleeuwen: `In die tijd bestond er geen grens tussen het individu en de maatschappij. [...] Alles ligt voortaan te kijk, open en bloot. Loft Story of het boek van Cathérine Millet zijn aanwijzingen voor het einde van het privéleven. Men verliest zichzelf in de ander.'

Natuurlijk is het onmogelijk het boek van Millet los te zien van de tijdgeest, maar het is net zo onterecht en zelfs ridicuul het op één lijn te zetten met de verkondigde, definitieve teloorgang van de moraal. Het World Wide Web stimuleert een zeker exhibitionisme. Mensen scheppen er blijkbaar genoegen in hun privé-leven aan anderen te tonen: de Fondation Cartier in Parijs toont via camera's hoe videoartiest Pierrick Sorin ontbijt – kunst!

Maar het boek van Cathérine Millet is van een geheel andere orde. Bernard Pivot voorspelde dat La vie sexuelle de Cathérine M. `een klassieker' zou worden in de Franse erotische traditie – en daar zou hij wel eens gelijk in kunnen krijgen. Millet houdt er een `philosophie libertine' op na, een libertijnse filosofie. Een zeventiende-eeuwse `libertin' was bereid te vechten voor de vrijheid van zijn denken, tegen de heersende religie, het rooms-katholicisme in. In het gangbare taalgebruik echter was een `libertin' een zedeloos persoon, die zijn eis van vrijheid ook opeiste in het dagelijks leven, in relaties tussen mannen en vrouwen, in de zeden. De lijst literair beroemde libertijnen is lang, indrukwekkend en vooral mannelijk: van Cyrano de Bergerac tot de Marquis De Sade, van Choderlos Laclos tot Casanova. Ze zouden, amechtig van opgewonden bewondering, aan de voeten hebben gelegen van Cathérine Millet, de `libertine' van vandaag.

Cathérine Millet: La vie sexuelle de Cathérine M.

Seuil, 221 blz. fl. 58,50

Jacques Henric: Légendes de Cathérine M.

Denoël, 206 blz. fl. 49,50

De Nederlandse vertaling van `La vie sexuelle de Cathérine M.' verschijnt eind oktober bij De Bezige Bij.