Zij willen geld!

Willem Elsschot liet een literair archief na dat nu in het bezit is van drie van zijn kleinzonen. Die hebben onderdelen ervan op een veiling aangeboden. Ruzie in de familie.

,,In het dorpscafeetje dronk ik een limonaadje, hij een glaasje bier.'' Als het over zijn grootvader gaat, die dezelfde naam droeg als hij, is Alfons de Ridder niet meer te stoppen. Anekdotes over hoe ze samen baars gingen vissen. Verhalen over hoe zijn grootvader – voor de meesten beter bekend als Willem Elsschot, het pseudoniem waaronder hij zijn boeken schreef – de opstellen schreef die de kleine Fons voor school moest maken. En hoe de onderwijzer eronder schreef: ,,Uw taal is hopeloos verouderd'', en hem prompt een herexamen gaf. Of over het Elsschot-standbeeld in Antwerpen, dat ,,is volgescheten door de duiven – maar ja, daar mag je niets over zeggen van de Groenen.''

Fons, zestiger nu, was vorig weekend de perfecte gast op het Willem Elsschot Festival in Antwerpen. Dit Festival, waarvan het tweede en laatste deel op zondag 27 mei in de Brakke Grond in Amsterdam plaatsvindt, vormt de afsluiting van het Willem Elsschotjaar 2000-2001, dat Elsschots veertigste sterfjaar markeert. Tussen forumdiscussies en concerten van Elsschots favoriete romantische muziek door vertelde Fons verhalen. Het literatuurminnende publiek hing aan zijn lippen en constateerde dat ook deze kleinzoon iets van de droogheid van de grote schrijver had geërfd. Hetzelfde vond men van Ida de Ridder, één van de zes kinderen van Elsschot. Deze pittige dame van 82 putte uit herinneringen die in trefzekerheid niet onderdeden voor de eerste de beste passage uit Villa des Roses. En in de `Willem Elsschot Kamer' werd een portret van Elsschot onthuld. De schrijver kijkt met grote, oosterse ogen dromerig de ruimte in. Om zijn mond speelt een zweem van spot. Alsof hij, als hij nog in leven was, dit spektakel met liefde op papier zou hebben gezet.

Willem Elsschot, die op 7 mei 1882 in Antwerpen geboren werd, was de meester van de dubbele bodems. Een boek als Het Dwaallicht (1946), over een nachtelijke wandeling door Antwerpen met een paar Indische zeelui, heeft voor sommigen een filosofische ondertoon. Anderen lezen er een anti-fascistisch pamflet in, of zelfs een Maria-boodschap. ,,De diepte van Elsschot schuilt in de lezer'', vindt dochter Ida. Het geheim van Elsschots schrijverschap, schreef diens biograaf Vic van de Reijt, is ,,zijn bondige, zeer directe stijl, die ogenschijnlijk heel eenvoudig is, maar waarachter een grote emotionaliteit schuilgaat.'' Elsschot produceerde maar 750 bladzijden proza. Maar die zijn van ongekende intensiteit. Elsschot schrapte tot er echt geen woord meer uit kon: wat er nog stond, kon niet gemist worden.

Die geladenheid én gelaagdheid typeren ook het Festival. Adepten kunnen er een Willem Elsschot-zegel kopen bedacht door een van de meest actieve literaire clubs van het moment, het Willem Elsschot Genootschap. Er zijn theatervoorstellingen, voorleessessies met Elsschots poëzie, filmvertoningen en discussies over de rol van de literatuur in het onderwijs.

Bestemming

Het diepste laagje vormt de toekomst van het Elsschot-archief. Openlijke discussie daarover op een manifestatie als deze, en van een opgewekte nagedachtenis zou weinig meer terecht komen. Want over de erfkwestie, en over de bestemming die dit archief uiteindelijk moet krijgen, zijn Elsschots nazaten zo hartstochtelijk verdeeld, dat het nog een wonder was om ze allen samen te zien in Antwerpen.

,,Mijn tante Ida'', zegt kleinzoon Fons, ,,daar is strychnine nog te goed voor.''

Zijn tante Ida, die twee jaar geleden een kort geding aanspande tegen Fons en zijn twee broers Walter en Christiaan, is inhoudelijker in het verwoorden van haar ongenoegen: ,,Mijn neven willen het Elsschot-archief zonder medeweten van ons, andere familieleden, versnipperen. Dat neem ik ze kwalijk.''

Dit zijn maar twee van de protagonisten in een vete die al ruim twee jaar duurt, en waarvan de uitkomst niet in zicht is. De inzet is één van de mooiste integrale literaire archieven die nog bestaan. De bestudering van de manuscripten en de zakelijke en privé-documenten kunnen een nieuw licht werpen op Elsschots schrijverschap. Hoe autobiografisch is zijn werk? Waarom schreef hij?

Het familiedrama begon in 1998. Toen ontdekte Jan `Tsjip' Maniewski, een zoon van Elsschots dochter Adela, bij toeval dat er op een veiling in Brussel documenten uit het Elsschot-archief te koop werden aangeboden. Na de dood van de schrijver, in 1960, werden de documenten beheerd door Elsschots zoon Walter de Ridder. Toen Elsschot nog leefde, stond Walter hem bij in het ordenen van het archief, en het bijhouden van de correspondentie. Hij liet de drukproeven vol krabbels in de kantlijn inbinden, en borg alle papieren netjes in mappen op. Na Elsschots dood ging hij daarmee door, tot ieders tevredenheid. ,,Hij deed dat met veel zorg'', zegt Ida de Ridder. Na de dood van Walter in 1992 belandde het archief bij zijn drie zoons Walter, Fons en Christiaan. Daar is het nog. De documenten die op de Brusselse veiling zouden worden verkocht, werden dus aangeboden door de drie broers.

De rest van de familie was up in arms. Namens zes andere nazaten van Elsschot liep Ida de Ridder naar de rechter om de verkoop te voorkomen. ,,De nalatenschap van J.S. Bach werd over alle kinderen verdeeld'', zegt Ida in haar hofje in Antwerpen, dat net als Elsschots eigen huis vol staat met donkere meubels, tapijten en schilderijen. ,,Vader wilde die versnippering niet. Daarom is zijn archief naar één persoon gegaan: mijn broer Walter. Als Walters zoons de documenten één voor één verkopen, is er van een coherent archief geen sprake meer. Het archief hoort in zijn geheel in een letterkundig museum, zoals het AMVC (Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven in Antwerpen, red.)''. De stad Antwerpen, die dat graag ziet gebeuren, betaalde Ida's advocaat. ,,Elsschot'', vindt de Antwerpse wethouder van Cultuur, Eric Antonis, ,,schreef de geschiedenis van mijn stad: zijn werk is één grote schets van de Vlaamse sociale strijd, de Vlaamse emancipatie, in de precaire periode van het interbellum. Dat is van onschatbare literaire en historische waarde.''

Kort geding

De drie broers verloren het kort geding. De doorslag gaf een brief die Elsschot eens schreef aan de directeur van het AMVC, waarin stond dat het archief niet uiteen mocht vallen, en in zijn geheel in één instelling thuishoorde. Hij noemt het AMVC als kanshebber. Hoewel de brief geen testamentaire waarde heeft, bepaalde de rechter dat de broers op elk stuk dat zij verkopen een dwangsom van vijf miljoen frank moeten betalen (een kwart miljoen gulden). Tenminste, zolang niet duidelijk is wie de erfgenamen zijn. ,,Daar moeten ze het nu over eens worden'', zegt Eddy van Vliet, dichter en advocaat van Ida de Ridder en de zes anderen. ,,Wij proberen een schikking te treffen met de broers. Maar die zeggen: het archief was van onze vader, dus het is nu van ons, punt uit.'' De broers moeten vrijwillig voorkomen in een rechtzaak over de erfkwestie. Dat willen zij niet. Dus is er geen rechtzaak, en blijft het archief waar het is.

,,Wij hebben een bank gevonden die 15 tot 20 miljoen frank wil betalen voor het archief'', vertelt Fons de Ridder, Elsschots kleinzoon, niettemin vol zelfvertrouwen. Fons, die sterk op zijn grootvader lijkt, zit met zijn broer Christiaan in zijn huis in Antwerpen ook al vol schilderijen, tapijten, kastjes en banken. Hij schenkt glaasjes wijn, net als zijn vader en grootvader deden, en heeft koekjes voor het bezoek gekocht. In de keuken scharrelt Christiaans zoon - die, zo fluisteren boze tongen bij de tegenpartij, een strafblad heeft en soms, uit geldgebrek, een Elsschot-document ondershands van de hand doet. Fons verkoopt veranda's en broodsnijmachines. Christiaan is architect. Maar op een doordeweekse middag hebben zij alle tijd om thuis over hun grootvader te praten. ,,Ze zijn mislukkelingen'', zeggen sommige familieleden. ,,Precies de burgermannetjes waar Elsschot over schreef.'' De oudste broer, Walter, zit in de reclame, net als Elsschot zelf zijn leven lang. Volgens de drie broers heeft hun tante Ida maar één drijfveer: ,,Zij wil geld. Ze heeft met iedereen ruzie. Ze woont naast haar zuster Anna, maar ze praten al jaren niet met elkaar. Ze zijn zelf de aanleiding al vergeten.''

De broers zeggen het archief helemaal niet te willen versnipperen. Ze zouden die stukken alleen op de veiling in Brussel hebben aangeboden omdat ze wilden weten wat het archief waard was. Ze zouden van plan zijn geweest om de stukken terug te halen zodra ze enige indicatie van de prijs zouden hebben. Ida de Ridder gelooft er niets van: ,,Als je iets niet wilt verkopen, hoef je toch ook niet te weten wat het waard is?''

Sponsorgeld

Illustere voorouders kunnen een last zijn voor de nazaten, bevestigt Cyriel van Tilborgh, Elsschot-liefhebber en voorzitter van het Willem Elsschot Genootschap, dat hij twee jaar geleden met biograaf Vic van de Reijt oprichtte. Van Tilborgh, in het dagelijks leven directeur van de KBC-bank in Gent en de drijvende motor van het Willem Elsschot Festival (zijn vermogen om culturele evenementen met sponsorgeld te schragen is Elsschottiaans), moet behoedzaam manoeuvreren. Hij kan geen nieuwe Elsschot-uitgaven en ledenkrantjes uitbrengen zonder medewerking van de familie De Ridder vooral van de drie broers. Anderzijds steunt hij Ida de Ridder, de stad Antwerpen en het AMVC in hun pogingen om het archief in zijn geheel bij een literaire instelling onder te brengen. Hij deed meerdere pogingen om de kleinzoons van Elsschot over te halen. Vergeefs. Hij overlegde ook met de Vlaamse minister van Cultuur en de stad Antwerpen of ze niet gezamenlijk een bedrag op tafel kunnen leggen. Die poging, denkt hij, heeft de broers wellicht op het idee gebracht dat er een bank is die 15 tot 20 miljoen frank wil bieden. ,,De KBC Bank heeft geen bod gedaan'', zegt Van Tilborgh. ,,Daarbij, een precies bedrag kun je alleen maar bieden als je weet wat het archief waard is. Dat weten we niet. Er bestaat geen inventaris.'' Omdat niet duidelijk is wie precies Elsschots erfgenamen zijn, kan er überhaupt geen transactie plaatsvinden. De dwangsom blijft van kracht.

Toch kent het familiedrama steeds nieuwe bedrijven. Zo heeft Elsschots kleinzoon Walter, de reclameman, een deel van het archief op microfiche gezet. Dat ligt nu in het Nederlandse Constantijn Huygens-instituut. Men fluistert dat Walter dat tegen betaling gedaan heeft. Ook toveren de kleinzoons van Elsschot een brief van hun tante Anna tevoorschijn, waarin ze afziet van haar rechten op de nalatenschap. Uit november vorig jaar. Anna, die verlamd is, woont in een rusthuis. ,,Die brief'', zegt Eddy van Vliet, de advocaat van Ida de Ridder, ,,had ze getekend nadat haar neven haar van alles op de mouw hadden gespeld''. Later tekende Anna een andere brief, waarin ze verklaart dat ze wél erfgenaam is. Soms jagen geruchten over nieuwe ondershandse verkopen door de drie broers de familieleden de gordijnen in. Zo werd eind april een notitieboekje van Elsschot verkocht op een beurs in Nederland. De antiquaar die het boekje te koop aanbood, Fokas Holthuis, zegt dat hij het al drie jaar geleden van een Antwerpse handelaar heeft gekocht. Ofwel, de broers zouden het aan de handelaar hebben verkocht vóór het kort geding en daarvoor geldt de dwangsom niet. Het piepkleine boekje bracht 6600 gulden op.

,,Ik krijg wel eens aanwijzingen dat er archiefstukken verkocht worden'', zucht Leen van Dijk, conservator van het AMVC in Antwerpen. ,,Het probleem is, we kunnen niets bewijzen. Dus kunnen we niets doen.'' Dat veler begerige ogen op het Elsschot-archief gericht zijn, drijft de prijs verder op. Dat baart haar zorgen. Mocht er straks een doorbraak komen in het conflict, hoe groot is de kans dan nog dat deze unieke nalatenschap in het museum terecht komt? Volgens Cultuur-wethouder Antonis kom je nergens meer zonder geld te bieden. En waar ligt de grens? ,,Als we voor Elsschot een fortuin betalen, drijf je de prijs voor andere literaire archieven op. Dan is het eind zoek''.

Het wordt alleen maar lastiger. Ida de Ridder is vooral emotioneel betrokken. Ze bevecht haar neven met alle energie die ze heeft. Om geld, zegt ze, is het haar niet te doen. ,,Als het aan mij lag, schonk ik het archief aan het AMVC. Maar als ik dood ben, gaan mijn kleinkinderen onderhandelen. Zij hebben Elsschot niet gekend. Als er geld te verdelen is, gaan ze misschien op hun strepen staan.''

Willem Elsschot Festival, zondag 27 mei, De Brakke Grond, Nes 45, Amsterdam, vanaf 10.45 uur tot 18 uur. Inl.: Brakke Grond, 020-6229014 of www.elsschot.org.