WAO-plan Donner is `prematuur'

Binnenkort worden nieuwe plannen bekend om het aantal arbeidsongeschikten te verminderen. Maar de plannen die met hetzelfde doel, een paar jaar geleden werden bedacht, zijn nog maar nauwelijks ingevoerd. Is het niet beter om het effect van bestaande maatregelen af te wachten?

Een beeld dat over de WAO bestaat: WAO'ers zijn slappelingen. Ze zitten onnodig thuis. Er is immers werk in overvloed.

Een ander beeld dat over WAO'ers bestaat: ze zijn ondergedompeld in een woud van bureaucratie. Daar worden ze alleen maar zieker van. Ook al willen ze weer aan het werk, het wordt ze onmogelijk gemaakt. Bovendien zijn er maar weinig werkgevers die het aandurven om een WAO'er in dienst te nemen.

Hoe moeten deze hardnekkige beelden van de WAO'er (950.000 in getal) worden doorbroken? Een commissie onder leiding van CDA'er en Raad van State-lid J. Donner moet het antwoord geven. Binnenkort komt ze na maandenlange onderhandelingen - de vijf grote politieke partijen zijn er in vertegenwoordigd - met een unaniem advies om het groeiende aantal arbeidsongeschikten in te dammen. Daarvan zijn de hoofdlijnen al bekend. Nog voordat het advies officieel bekend is gemaakt, wordt er al aan getwijfeld, zo bleek gisteren. Het Centraal Planbureau bijvoorbeeld plaatst grote vraagtekens.

De commissie-Donner wil dat de periode waarin de ziektewet geldt, wordt verdubbeld naar twee jaar. Zo lang moet de werkgever het loon van de zieke werknemer dus doorbetalen. Daar staat tegenover dat een regeling die nog maar sinds 1998 bestaat, de Pemba-wet, wordt afgeschaft. De regeling straft werkgevers als er werknemers arbeidsongeschikt zijn geraakt. Het gaat hierbij soms om honderdduizenden guldens. Pas in 2003 werkt de Pemba-wet in volle omvang en vele deskundigen, bijvoorbeeld staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken), hebben hoge verwachtingen van deze prikkel voor werkgevers.

Dat is de voornaamste kritiek van het CPB in een analyse die in opdracht van de commissie-Donner zelf is gemaakt: tegenover nieuwe maatregelen van Donner staat het negatieve effect van maatregelen die worden afgeschaft. Zo schrijft het CPB over de financiële prikkels voor werkgevers om beter voor hun (zieke) werknemers te zorgen: ,,Grosso modo treedt er geen verandering op.''

Voorts wil Donner alleen de zieke werknemer van wie vast komt te staan dat hij echt niet meer kan werken, een WAO-uitkering geven. Zeer waarschijnlijk wordt dit 70 procent van het laatst verdiende loon. De gedeeltelijk arbeidsongeschikte krijgt geen uitkering.

Hierin schuilt een risico. De aanzuigende werking op de uitkering voor volledig arbeidsongeschikten wordt groot, constateert het CPB. Deze regeling wordt waarschijnlijk aantrekkelijker, zeker als de permanente WAO-uitkering wordt opgetrokken naar 75 of 80 procent van het laatst verdiende loon. Het ministerie van Sociale Zaken heeft al berekend dat dat miljarden guldens gaat kosten, terwijl de WAO nu geen financieel probleem is. Want hoewel de WAO bijna 25 miljard gulden per jaar kost, dalen jaarlijks de relatieve kosten door de groei van de beroepsbevolking.

Veel zal afhangen van het onderscheid tussen de permanente, volledige arbeidsongeschikten en de groep die nog aan het werk moet. De vraag is of er wel een definitie te verzinnen is, die dit onderscheid scherp kan aangeven. Strikt keuren is nu al het grootste probleem: artsen hebben een grote mate van interpretatievrijheid en kiezen vaak de weg van de minste weerstand.

Het planbureau haalt in dit verband onderzoeken aan uit de Verenigde Staten en Canada. Hoewel in deze landen de keuringen streng zijn, leidt een verhoging van de WAO-uitkering met één procent tot een toename van het aantal WAO-uitkeringen met 0,75 procent. De hoogte van de uitkering - en dus het gedrag van de werknemer - is in belangrijke mate bepalend voor de instroom.

De commissie-Donner vindt dat de groep die nog kan werken, ook daadwerkelijk aan het werk moet, ook al houdt dat een lager loon in. Wie niet aan het werk komt, valt terug op WW of bijstand. Grote vraag is of politieke partijen daar aan willen. Want kun je iemand hard in zijn portemonnee treffen als hij er niets aan kan doen.

Werkgevers krijgen meer middelen om hun werknemers aan te sporen weer aan het werk of zich meer voor herstel in te spannen. Zo krijgt hij het recht om medische dossiers in te zien en onwillige, zieke werknemers minder loon te betalen. Het CPB schrijft hierover dat deze maatregelen de kans op werkhervatting kunnen vergroten, maar ook dat het onzeker is of bedrijven uit angst voor verstoring van de arbeidsverhoudingen deze middelen wel gaan gebruiken. Een groot deel van het probleem zit nu in de gebrekkige uitvoering: verzekeringsartsen keuren niet goed en zieke werknemers worden niet, nauwelijks of slecht begeleid en geprikkeld om weer terug te keren op de arbeidsmarkt. Dat probleem wordt nu al aangepakt, met het nieuwe stelsel van sociale zekerheid. De vijf uitvoeringsinstellingen worden samengesmeed tot één nieuwe, hopelijk minder bureaucratisch functionerende organisatie. Ook is er dit jaar voor het eerst een aanbesteding gehouden van `reïntegratietrajecten' onder bedrijven, die werklozen en arbeidsongeschikten wellicht beter aan een baan kunnen helpen dan arbeidsbureau of GAK. Daarnaast heeft staatssecretaris Hoogervorst voorstellen gedaan om het herstel in het eerste ziektejaar te bevorderen.

De commissie-Donner zal vinden dat haar hele plan moet worden ingevoerd. Maar in Den Haag gaan nu al stemmen op om de bestaande maatregelen hun werk te laten doen, de uitvoering te verbeteren en de beste onderdelen uit het advies van Donner te halen. In dat geval zal `Donner' niet hét antwoord zijn op het WAO-probleem.