Verdachte jury

De jury had het gedaan. De jury van de Librisprijs, die honderdduizend gulden mocht toekennen aan de schrijver van wat zij het beste boek van het literaire seizoen 2000-2001 vond, was een stinkend nest corrupte pekinezen. Juffershonden uit dezelfde chique Amsterdamse buurt, waar ze achterbaks keffend hun eigen maatjes de beste biefstukjes toespelen.

Ongekend fel was het vuur waarmee dit jaar de Libris-jury werd bestookt. Als essays vermomde smaadstukken werden afgedrukt in serieuze kranten, critici spuugden van woede in literaire radioprogramma's, en op de avond van de uitreiking zelf nam de televisiepresentator een en ander klakkeloos over: die Librisjury deugt niet. Hoe kan het anders dat de genomineerde boeken op één na afkomstig zijn uit dezelfde uitgeverij? Hoe kan het anders dat de schrijvers, nou ja bijna alle schrijvers, van deze boeken in hetzelfde milieu verkeren als de juryleden? En dat juryrapport, daar staan verdachte regels in. Die lijken op kritieken van de man van een van de leden van de jury. Nou? Duidelijk toch?

Het was verbazend hoe onverholen insinuerend, zonder enige bewijslast, de aanvallen op de Librisjury waren. Het was betreurenswaardig hoe de genomineerde auteurs en passant werden weggezet als collaborateurs en hun uitgeverij als een foute club. Neem een voorbeeld aan vorig jaar, werd er geroepen. Toen won Thomas Rosenboom! Zijn boek kwam uit bij dezelfde uitgever, maar daar had niemand het over.

Nog meer verbaast de naïeve blik waarmee de criticasters de wereld bekijken. Ze jutten her en der in het geruchtencircuit wat argumentjes, tellen die op en zijn eruit.

Want, spinnen die juryleden collectief garen bij het bevoordelen van een uitgeverij? Het kan net zo goed dat ze oprecht en eensgezind de boeken van die uitgever mooi hebben gevonden.

Zou de echtgenoot van dat ene jurylid zo vervaarlijk kunnen zijn dat hij niet alleen zijn eigen vrouw terroriseert, maar ook haar vier mede-juryleden op afstand intimideert? Als zoiets al gewicht in de schaal legt, dan komt dat, moeilijk te verkroppen misschien maar het is niet anders, doordat de andere juryleden zich in die ideeën herkennen.

De Libris-jury hoeft geen recht te doen aan de literaire jaaroogst. Het staat evenmin ergens geschreven dat de Libris-jury eerlijk de nominaties moet verdelen over de verschillende uitgeverijen of over verschillende Nederlandse steden en dorpen.

De Libris-jury heeft maar één opdracht: samen uitzoeken wie men de Librisliteratuurprijs wil geven. Als hun oordeel zo eigenwijs uitpakt dat er discussie over ontstaat, is dat mooi meegenomen. Literaire discussie, bedoel ik. Geen suffe achterklap.