Rechtszaak beursfraude stilgelegd

De Clickfondskamer van de Amsterdamse rechtbank heeft nader onderzoek bevolen naar een criminele informant in het beursfraudeonderzoek. De lopende rechtszaak tegen het voormalige effectenkantoor Leemhuis en Van Loon is daarom tot 30 mei geschorst.

Aanleiding voor de beslissing van de rechtbank is een recente briefwisseling tussen officier van justitie H. de Graaff en een van de onderzoeksrechters in de Clickfondszaak. Daaruit blijkt dat De Graaff heeft gezegd dat een getuige in een zijtak van de beursfraude tijdens een eerder onderzoek als criminele informant is opgetreden. Deze informant zou hem door twee collega-officieren ,,ter beschikking zijn gesteld'. Toen de onderzoeksrechter hem daarover schriftelijk opheldering vroeg, verwees De Graaff naar de Criminele Inlichtingendienst (CID).

Ook tijdens de zitting van gisteren wilde het openbaar ministerie (OM) niet inhoudelijk ingaan op de kwestie. Ook de correspondentie, die zaterdag via deze krant bekend werd, wil justitie niet openbaren. De Graaff zei alleen dat áls bedoelde informant gegevens heeft verstrekt, dat ,,conform de gangbare regels is geverbaliseerd.'

Daarmee werd de indruk versterkt dat de informant iets te maken heeft met een omstreden CID-verbaal in het Clickfondsonderzoek. In dit verbaal staat een vage tip waarin drugsbaron `de Hakkelaar' in verband wordt gebracht met een van de verdachten. De verdediging vermoedt dat deze drugsconnectie ten onrechte is gebruikt om in Zwitserland rechtshulp af te dwingen.

Advocaat V. Koppe kwam gisteren onverwachts met het verzoek een nieuwe getuige te horen die zich naar aanleiding van de publiciteit bij hem had gemeld. Deze persoon, die wellicht de bedoelde informant is, zou opsporingsambtenaren al vóór de rechtshulp aan Zwitserland hebben verteld dat het CID-verbaal niet klopte.

De rechtbank willigde Koppes verzoek in, maar wil wel behoedzaam omgaan met de getuige. Daartoe gelastte zij eerst nader onderzoek door de rechter-commissaris en het horen van de chef-CID en officier van justitie F. Teeven, die zich met de zaken van de Criminele Inlichtingendienst bezighoudt. Normaliter is hij de enige die bekend is met de identiteit van informanten.

Hoe het kan dat De Graaff daar blijkbaar ook van op de hoogte is, bleef onduidelijk. Onbekend is ook waarom De Graaff het relevant achtte de opmerking over de informant tegen de onderzoeksrechter te maken. Het openbaar ministerie wilde ook daarover geen commentaar geven.

DOSSIER: www.nrc.nl