Plan Schröder hinkt op twee gedachten

Pierre Moscovici is Frankrijks minister voor Europese Zaken. In zijn haast het voorstel van kanselier Schröder om de Europese Raad te veranderen in een senaat belachelijk te maken, zocht hij een treffende vergelijking: een Europese senaat waar Malta gelijkwaardig zou zijn aan Frankrijk of Duitsland zoals Arkansas gelijkwaardig is aan Californië of Texas. ,,Ik ben niet overtuigd''. De bewindsman doelde op de getalsmatige gelijkheid van de Amerikaanse deelstaten in de Senaat, met ieder twee vertegenwoordigers, ongeacht hun bevolkingsgrootte of economische kracht – hoeksteen van het Amerikaanse federalisme. Moscovici's boodschap: de President van de Republiek zal nimmer in een senaat gelijkberechtigd plaats kunnen nemen naast de regeringschef van Malta. Arkansas leverde intussen de Verenigde Staten niet alleen een president, maar ook senator J. William Fulbright, ruim dertig jaar volksvertegenwoordiger en tijdens de Tweede Wereldoorlog beslissend voorvechter in het Congres voor de oprichting van de VN. In de jaren zestig kon Fulbright zich meten met iedere Europese staats- of regeringsleider waar het zijn invloed op de wereldpolitiek betrof. Een Maltezer Fulbright zou niet misstaan, gezeten naast de Franse president.

Overigens erkent de Europese Unie in haar unanimiteitsregel de gelijkberechtigdheid van de lidstaten waar het om besluitvorming over essentiële vraagstukken gaat. Hanteren van het veto in de Europese Raad of de daarvan afgeleide ministerraden is geen dagelijks gebruik, en zeker voor de kleinere lidstaten problematisch. Maar bijvoorbeeld het succes dat Oostenrijk boekte met zijn verzet tegen de sanctiepolitiek van de rest van de raadsleden onderstreepte de betekenis van de onderlinge gelijkwaardigheid. In de zittingen van de Europese Raad mogen de twee staatshoofden protocollair iets hoger zitten dan de regeringsleiders, de formele gelijkberechtigdheid van de lidstaten wordt er niet minder om.

De Duitse kanselier in zijn hoedanigheid van voorzitter van de SPD heeft in feite niet veel meer gedaan dan zijn instemming betuigen met een voorstelling van zaken uit de eerste jaren van de Europese Gemeenschap. Zes lidstaten waren er toen, plus een overzichtelijke tweedeling in Europa. Er waren voor het Europa van die dagen revolutionaire instellingen gevormd die geacht werden aan de Europese eenwording leiding te geven. De Commissie, bestaande uit benoemde functionarissen, had het recht van initiatief en de uitvoerende macht, de Raad van Ministers de wetgevende macht, het Hof van Justitie de rechterlijke macht. Op het oog was voldaan aan de trias politica, zij het dat de Raad niet uit volksvertegenwoordigers bestond, maar uit vertegenwoordigers van de zes regeringen – en niet in het openbaar vergaderde. Er was een Europees Parlement, gevormd door en uit de parlementen van de lidstaten, maar kiezers kwamen er niet aan te pas. Het parlement zelf had slechts een bescheiden betekenis.

De geïnteresseerde politicus en waarnemer had toen ook wel door dat er democratisch bekeken iets aan de bedachte constructie ontbrak. Het geweten werd echter gesust met een Europees fata morgana waarin de Commissie was uitgegroeid tot een echte regering, de Raad van Ministers was omgebouwd tot senaat als behartiger van de belangen van de lidstaten en het parlement als vertegenwoordiger van het Europese volk niet alleen direct was gekozen, maar ook over de normale parlementaire bevoegdheden en rechten beschikte. Europa is nu een veertig jaar verder en dit idee is maar zeer ten dele gerealiseerd. Nu Schröder het, zo men wil, als nieuw heeft gepresenteerd, blijkt uit de spontane reacties dat er gedurende vier decennia pragmatisch nauwelijks over is nagedacht.

Nu heeft de SPD-voorzitter zijn woorden voorzichtig gekozen. Niet alleen beslaan de omstreden passages slechts een enkele alinea in een pagina's tekst omvattend document over de toekomst van Europa, maar ook is er van een regering of senaat geen sprake. Het stuk pleit voor een versterking van de doorzichtigheid van de besluitvorming door omvorming van de Commissie in een sterk Europees executief orgaan, door versterking van de rechten van het Europees Parlement, door verbreding van de medebeslissingsbevoegdheden van en de verstrekking van volledig budgetrecht aan dat parlement, door de transformatie van de raad (van ministers) in een Europese Kamer der Staten (aan de zijde van het Europees Parlement).

Het is dus nog maar de vraag hoever Schröders Kamer der Staten afstaat van wat de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Védrine, de ,,Federatie van Nationaalstaten'' noemt, die volgens hem al lang bestaat en niet mag verdwijnen. Raad of Kamer, het gaat om de machtsdeling tussen de verschillende instellingen van de Europese Unie en om de zichtbaarheid van en de controle op het uitoefenen van de macht in het geïntegreerde Europa.

De MKZ-crisis toont de stand van zaken. De regels voor de bestrijding van veeziekten zijn Europese regels. De toenmalige Nederlandse minister van Landbouw herinnert zich nauwelijks iets van een debat, op Europees of nationaal niveau, bij het vaststellen van die regels. De uitvoering van de regels is in handen van Europese colleges van technocraten. De huidige Nederlandse bewindsman is gehouden aan hun toepassing en kan niet veel meer doen dan naar `Brussel' verwijzen, hoe pijnlijk en omstreden de maatregelen ook zijn. Een debat in een Europees Parlement met volledige parlementaire bevoegdheden wordt node gemist.

Het is daarom teleurstellend dat Schröder zijn pleidooi voor ,,versterking van de doorzichtigheid van de besluitvorming'' vergezeld doet gaan van een pleidooi voor renationalisering van juist de landbouw. Hij is voorstander van dit laatste, zo wordt aangenomen, omdat de Bondsrepubliek nettobetaler is aan de gemeenschappelijke landbouwpolitiek. Het is een misverstand te menen dat het onelegant is van een regeringsleider om duidelijk op te komen voor wat hij ziet als een nationaal belang. Maar het zou de Duitse geloofwaardigheid hebben versterkt als dat belang was verdedigd binnen een Europese context. Het gelijktijdige pleidooi voor versterking èn voor verzwakking van de reikwijdte van de Europese instellingen rechtvaardigt twijfel aan de Duitse logica. Zoals Moscovici's Maltezer overpeinzingen een vraagteken plaatsen bij de door Védrine aanbevolen `Federatie van Nationaalstaten'.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon