Océ koestert eigen Limburgse hightech

Twee decennia werkte de researchafdeling van kopieermachinefabrikant Océ in Venlo aan een kleurenprinter die volgend jaar eindelijk op de markt moet komen. Over een octrooi heeft Océ nooit nagedacht. ,,Laat ze hem maar proberen uit elkaar te halen en na te bouwen. Dat houdt ze van de straat.''

Een slagveld van opengescheurde papierdozen markeert de ruimte waarin de nieuwe printer van Océ zijn laatste tests ondergaat. Stapels A4 zijn in de minderheid. De `DPS400' kan per minuut honderd reguliere velletjes kopiëren, scannen en printen, maar de onderzoekers van Océ Research in Venlo maken het apparaat liever het leven zuur met karton en vloeipapier in Amerikaans formaat.

Dit `werkpaard voor op kantoor' is sinds afgelopen weekeinde verkrijgbaar. Océ hoopt er nog voor de jaarwisseling tussen achthonderd en duizend te verkopen. Wim Orbons, directeur onderzoek en ontwikkeling, verwacht dat het apparaat de komende jaren meer geld zal opbrengen dan de nieuwe kleurencopiër waaraan Océ twintig jaar ontwikkeling heeft besteed.

De 1.100 werknemers van Research in Venlo (in Duitsland, Engeland en de VS werken nog eens 700 onderzoekers) zijn gehuisvest in gebouwen met transparante koepels en felle kleuren. De sobere huisvesting van andere Nederlandse onderzoekslaboratoria past niet bij een bedrijf dat sinds meer dan een decennium jaarlijks winst boekt en meer dan zes procent van zijn omzet steekt in onderzoek en ontwikkeling.

Toch is het R&D-budget van Océ maar circa een vijfde van dat van Xerox, de grote Amerikaanse concurrent die sinds de uitvinding van het kopiëren met elektrisch geladen tonerdeeltjes (Xerography, begin jaren zestig) de norm stelt in de industrie. ,,Grote concurrenten als Xerox en het Japanse Canon hebben veel techniek op de plank liggen waaruit bedrijfsonderdelen kunnen putten'', zegt onderzoeksdirecteur Orbons. ,,Maar schieten met hagel kan alleen als je daar voldoende geld voor hebt. Wij scannen de omgeving en proberen de juiste keuzes te maken. We zijn onvergelijkaar met een bedrijf als Philips, dat een heleboel research doet en probeert daaraan met licenties te verdienen. Voor ons telt vrijheid van handelen. En als je met octrooien de tegenstander kunt hinderen, dan is dat meegenomen.''

Toen Xerox in de jaren zestig zijn revolutionaire kopieerapparaat lanceerde waren alle andere technologieën in één klap verouderd. ,,Het was meteen duidelijk dat we er niet omheen konden'', zegt Jan Linssen van de afdeling Corporate Patents. ,,Maar Xerox sloeg iedereen die iets probeerde met elektrografie om de oren met een proces.''

Océ, groot geworden met conventionele kopieertechnieken als blauwdruk en diazzo, zocht lang naar omwegen. Linssen herinnert zich de opdracht die het management onderzoekers destijds gaf: ,,Maak een apparaat dat geen risico's herbergt met betrekking tot de octrooipositie van Xerox''.

Met dat uitgangspunt kwam Océ research tot interessante vondsten zoals CopyPress, een methode waarbij toner (inktdeeltjes) direct op papier wordt aangebracht met een rubberen rol. Toch slaagde Océ er niet in zich geheel los te maken van de Xerox-patenten. ,,We zijn daar nooit helemaal uitgekomen'', zegt Linssen. ,,Xerox had een procédé vastgelegd dat vergelijkbaar was met CopyPress. Ze pasten het niet toe, maar claimden wel het intellectuele eigendom van het principe.''

In 1978 kwam de Amerikaanse rechter Océ te hulp. Na een onderzoek door de Federal Trade Commission werd Xerox veroordeeld wegens een ongeoorloofde monopoliepositie. Linssen: ,,Iedereen die dat wilde, mocht voortaan zes octrooien gebruiken uit de portefeuille van Xerox. We hebben een brede regeling met ze getroffen. Die kostte ons geen geld. Xerox wilde geen problemen meer.''

Anno 2001 blijft CopyPress voor Océ een cruciale technologie, die onder meer wordt toegepast in de nieuwe kleurenprinter. ,,In de ontwikkeling en verbetering van CopyPress hebben we sinds 1980 tweeduizend manjaar gestoken'', zegt Orbons. ,,Het is onze basis.''

Vijfentachtig procent van de productiewaarde van elk apparaat dat Océ maakt is terug te voeren op ingekochte onderdelen. ,,Wij assembleren'', zegt Orbons. ,,Onze specialisatie zit in de rubberen rollen, fotogeleiders en de toners. Dat koesteren we als onze eigendom. Hoe we ze vervaardigen leggen we niet vast. Zie er maar eens achter te komen.''

Wat is er nog te verbeteren aan de printer van vandaag? Wat betreft printen in kleur is die vraag niet zo moeilijk te beantwoorden. ,,We zijn zeker nog niet op zwart-witniveau'', zegt researchdirecteur Orbons. ,,Aan stabiliteit en gebruiksgemak valt nog veel te doen.''

Printen in zwart-wit is een ander verhaal. Volgens sommige kenners van de markt is er op dit terrein niet zoveel meer te verbeteren. Een belangrijke innovatie in Océ's nieuwste printer (de DPS 400) is de snelle detectie van een dubbel velletje papier. Als een gebruiker snel ontdekt dat pagina tien en elf zijn samengeplakt kan hem dat vele mislukte kopieën besparen, maar een revolutionaire vinding is het niet bepaald.

,,Een kopieerapparaat is een kopieerapparaat'', zegt Robert Dekena, analist bij het Duitse researchbureau FutureTec. ,,Je drukt op een knop en het werkt.'' Zo'n constatering wordt in Venlo niet juichend begroet, maar het is duidelijk dat zij een kern van waarheid bevat. Bij Océ werkt intussen meer dan 60 procent van de onderzoekers en ontwikkelaars aan computerprogramma's in plaats van aan apparatuur. Dekena: ,,Een goed apparaat is het begin. Maar klanten winnen, dat doe je met goede software.''

Océ heeft bijvoorbeeld een programma ontwikkeld waarmee de gebruiker vanaf zijn beeldscherm kan zien of een centrale printer bezet is. Zo hoeft niemand meer bij het apparaat te wachten totdat het rapport van een collega is uitgedraaid.

Voortbouwend op deze zogeheten `DocWorks'-software kan ook het gebruik van een printer centraal worden geadministreerd (aantal printjes, kosten). Nóg een stap verder gaat software die ervoor zorgt dat een document dat is ingescand en automatisch is opgeslagen via een zoekprogramma snel weer kan worden opgezocht.

De printer staat centraal in het computernetwerk van bedrijven, dus waarom zou een printerfabrikant niet een centrale rol kunnen opeisen in de stroom van informatie binnen een bedrijf? Met deze brede taakopvatting komt Océ geheel nieuwe concurrenten tegen. Computergigant IBM bijvoorbeeld heeft zijn oog laten vallen op de markt voor zogeheten productieprinters, apparaten die voor een groot bedrijf maandelijks miljoenen rekeningafschriften kunnen uitspugen. IBM koopt de apparaten in van het Duitse Heidelberger en voegt daaraan zijn eigen expertise toe op het gebied van computers en automatisering.

Als print- en kopieerspecialist zal Océ zijn thuisvoordeel zo lang mogelijk moeten uitbuiten. Hoe dat moet? Een van de verdedigingslinies van Océ Research ligt ,,achter de printer'': hoe maak je van een stapel A4-tjes een kant-en-klaar document, bijvoorbeeld.

,,Er zit heel wat technologisch vernuft in het slaan van een nietje door vijftig velletjes tegelijk'', zegt onderzoeksmedewerker Arjan Gelderblom. ,,Om dat te realiseren hebben we in het verleden samengewerkt met een producent van sigarenkistjes. Die kreeg het voor elkaar, maar dan gingen ook alle lichten uit.''

Tegenwoordig is nieten voor Océ een fluitje van een cent. De machines lijmen, vouwen en naaien documenten in elkaar. Het drukken van boeken op aanvraag is een markt waar het bedrijf verlekkerd naar kijkt. In samenwerking met de Duitse krant Handelsblatt drukt Océ sinds kort zakelijke edities op aanvraag op Duitse luchthavens.

Dit is de derde aflevering in een serie over onderzoeksinspanningen door bedrijven in Nederland. Eerdere afleveringen verschenen op 10 en 16 maart.