Nieuwe regel overvalt judoploeg

Aan de vooravond van de EK judo, die vandaag in Parijs beginnen, bleek dat alle landen, behalve Nederland, op de hoogte zijn van een spelregelexperiment, de zogeheten sudden death.

In een tak van sport waar coaches en bestuurders het opvoeren van een klucht hebben verheven tot kunst, kwam het al niet eens meer als een verrassing. Gelaten onderging Marjolein van Unen gisteren dan ook de zoveelste vernedering uit haar loopbaan als bondscoach van de Nederlandse vrouwenjudoka's. ,,Heel eerlijk: ik kan er al niet eens meer boos om worden'', zei ze met een stralende glimlach op het gezicht.

Toch stond Van Unen woensdag even met de mond vol tanden toen ze, net aangekomen, in het Palais Omnisports de Paris-Bercy een gesprek aanknoopte met enkele buitenlandse collega's. ,,Ik vroeg wat zij vonden van het feit dat die sudden death-regel ineens werd ingevoerd. Hoor ik dat zij al een maand op de hoogte zijn. Ik schaamde me dood, want ik stond natuurlijk enorm voor paal.''

Schuldigen waren snel gevonden, maar Van Unen liet zich gisteren, een dag voor het begin van de EK, niet verleiden tot een ferme aanklacht aan het adres van de bond. Cynisch: ,,Ze moeten het me maar niet kwalijk nemen, maar de komende drie dagen hou ik me bezig met sport.''

Toch was de conclusie onontkoombaar: door nalatigheid van twee bestuurders van de Judobond Nederland (JBN) was de nationale selectie niet geïnformeerd over de ingrijpende spelregelwijziging. Het experiment, waartoe de Europese bond (EJU) vijf weken geleden al besloot bij een congres, beoogt aanvallender judo te promoten en de invloed van de scheidsrechters te minimaliseren.

Bij een gelijk aantal punten moeten de judoka's doorvechten in een verlenging, tot een beslissende (golden) score of straf volgt.

Het voorval doet denken aan de omstreden wijziging van de shoot-regel in het hockey, twee jaar geleden bij de Champions Trophy in Brisbane. Vlak voor het begin van het op twee na belangrijkste toernooi kregen spelers, coaches en begeleiders te horen dat onopzettelijk balcontact met voet of been voortaan toegestaan was. Het experiment leidde tot kolderieke taferelen op het veld en protesten buiten de lijnen. Net zo overhaast als de aankondiging kwam, verdween de spelregelwijziging weer van de agenda van de wereldhockeybond.

In het judo lijkt dat laatste niet het geval, want de kans is groot dat over twee maanden, bij de WK in München, de wereldjudobond beslist dat de golden score-regel, overgenomen uit China, ook op wereldniveau wordt ingevoerd.

Het afschaffen van de witte en blauwe vlaggetjes vergroot immers de aanvalslust.

En dat komt de sport ten goede, weet oud-judoka Jan Snijders, in Parijs actief als scheidsrechter. ,,Met deze nieuwe regel worden judoka's gedwongen om van meet af aan harder te vechten, om zo een beslissing te forceren. Dat vergroot de attractiviteit en maakt judo toegankelijker voor het publiek.''

Dat mag zo zijn, maar Mark Huizinga, een van de veertien Nederlandse deelnemers, was onaangenaam verrast door de regelaanpassing. Maandag pas vernam de olympisch kampioen het nieuws via een journalist, zo bekende hij gisteren enigszins beschroomd. ,,Ik juich het experiment toe, maar vraag me af waarom op zo'n groot toernooi. En in ons geval: waarom zo laat geïnformeerd? Want het is behoorlijk ingrijpend en vereist een andere voorbereiding.''

Maar daar kwam Huizinga nog niet aan toe. Als aanvaller-pur sang lijkt hij weinig hinder te ondervinden van de nieuwe regel. Hoewel: ,,Normaal begin ik rustig, in de wetenschap dat mijn kansen wel komen. Nu zal ik eerder in actie moeten komen. Bij gelijke stand moet je bovendien wel een strijdplan hebben, zo van: hoe nu verder? Dat vergt rust in je kop.''