Niet klagen, maar werken

Na vijftien jaar vertrekt een van de muzen van Jirí Kylián, naar het Ballett Frankfurt van William Forsythe. Cora Kroese: ,,Ik kan beter de boel aan een andere generatie overlaten dan me ergeren.''

Ze gaat van Ajax naar Barcelona, zegt haar man, dans- en theaterfotograaf Jan-Joris Bos. Ze wil nog een andere meester meepikken, zegt ze zelf, schaterend. Cora Bos-Kroese (33) neemt afscheid van het Nederlands Dans Theater waar ze vijftien jaar danste. Half augustus verruilt ze Den Haag voor Frankfurt, waar William Forsythe zijn beroemde Ballett Frankfurt leidt. Stoppen met dansen, nee. Ze geeft zichzelf nog zo'n drie à vier jaar.

Het is jammer dat NDT haar kwijtraakt, zegt directeur Marian Sarstädt, maar ze vindt het ook moedig dat ze Kroese dat avontuur aangaat. Dat avontuurlijke heeft ze van haar ouders. Die vertrokken met hun twee jonge dochters op de bonnefooi naar Zuid-Afrika en daarna naar Nieuw-Zeeland om een nieuwe start te maken. Heel klassiek was wel hoe Kroese voor de dans gewonnen werd: nadat ze op haar zevende het ballet Romeo en Julia zag, was ze tot tranen toe geroerd en wilde ze dansen. Op balletles in Nieuw-Zeeland bleek ze zo goed dat ze werd geselecteerd om met een beurs een jaar bij de Royal Ballet School te komen. Voor ze het in de gaten had was de keuze voor haar professie beslist. Zestien jaar was ze, moederziel alleen zat ze in Londen. Het bleef bij een jaar want haar ouders konden de buitensporige kosten voor een tweede cursusjaar niet opbrengen. Ze meldde zich bij het Haagse Koninklijk Conservatorium en werd daar aangenomen door Marian Sarstädt, haar huidige NDT-directeur.

,,Marian heeft me in dat jaar gesteund. Bij The Royal Ballet was ik van eenzaamheid te dik geworden. Ik wilde per se klassiek doen. Na de academie was ik bij het Koninklijk Ballet Vlaanderen aangenomen, en ik deed ook auditie bij het NDT terwijl ik eigenlijk naar Het Nationale Ballet wilde. Marian heeft flink geduwd richting Danstheater. Ik dacht: okee dan doe ik dat maar, zij zal het wel beter weten.''

Tosti's

Cora Kroese begon bij de Junioren, de voorloper van NDT 2, waar leidster Arlette van Boven haar in het diepe gooide. Voor de vakantie moest ze Duato's Jardi Tancat, Kyliáns La Cathédrale Engloutie en Van Manens Lieder ohne Wörte leren, en dat na de vakantie laten zien. Een harde leerschool want Van Boven was niet mals: ,,Ik kreeg het gevoel dat ik nooit iets goed deed. In het tweede jaar werd ze soepeler. Dat was nog in de Koningsstraat, voor de verhuizing in 1988 naar het nieuwe theater aan het Spui. Ik heb gelukkig de sfeer van dat Danstheater nog kunnen proeven: met de oude garde in die studio's. Er stond een boom midden in de gang. Er zaten altijd mensen aan de kant van de studio rokend en drinkend te kijken; je maakte zelf je tosti's. Een kantine met verantwoord eten bestond daar niet.''

Ze kan zich herinneren dat Kylián Sechs Tänze maakte, in 1988. Ze stapte NDT 1 binnen toen hij internationaal al lang en breed was doorgebroken met zijn bruisende muziekballetten en op zoek was naar nieuwe impulsen, zich had laten inspireren door de dans van Australische Aboriginals en nog herstellende was van de shock die de zelfmoord van een danseres teweeg had gebracht. Hij stond op het punt om te zwaaien naar een nieuwe, puntiger abstractere stijl. Het eerste stuk dat hij, mede voor Kroese, creëerde, Falling Angels, zou achteraf deel uitmaken van een nieuwe stijl, zoals die markant in de `Zwart/Wit-reeks' tot uitdrukking is gekomen.

Gaandeweg kreeg Kroese mooie rollen uit zijn bestaande werk toegeschoven: ze danste in Forgotten Land en in Svadebka, Kyliáns bewerking van Strawinski's Les Noces. In de prominente rol van `De Bruid' neemt ze in dat laatste stuk in juni afscheid van de groep.

,,Het was mijn eerste grote rol, die verantwoordelijkheid maakte me toen erg zenuwachtig. Nacho Duato en de andere ouderen stonden kritisch aan de kant te kijken. Ik was jong. Daarbij is het fysiek zwaar: alles is net sneller dan je lichaam wil, dat voelt geforceerd. Je kan niet de natuurlijke swing in je lijf gebruiken. Jirí wil het staccato: groter en harder. Het vergt veel van je energie om die kracht in elke beweging te plaatsen. Dat voel ik nu opnieuw.

,,Juist door de uitputting kun je je emoties bloot leggen, denk ik. En het ligt eraan met wie je danst. Met Martin Müller, met wie ik Heart's Labyrinth heb gedaan, kon ik met mijn ogen dicht dansen. Dat was een droom. En Petite Mort met hem voelde ook heerlijk. Ons duet heeft Jirí in één repetitie gemaakt. Dat spiraalgevoel – ze maakt een ronde beweging met haar torso – die swing in de bewegingen, dat klopte als een bus.''

Dat moet de erotische uitstraling van dit stuk mede hebben verhevigd. Sensueel was eveneens Silent Cries dat Kylián ooit specifiek voor zijn vrouw Sabine Kupferberg maakte, een solo-rol die Kroese overnam. Een intiem expressief portret vol twijfels en onzekerheden. ,,Zo'n rol moet je je eigen maken. Voor mij was het een ontdekkingsreis. Ik ontdekte de rust in mezelf. Normaal ben ik erg energiek en wil liefst alles voor tweehonderd procent doen. Ik werd gedwongen om met weinig bewegingen veel te suggereren.''

Groepsverkrachting

Kylián koos Kroese in 1998 voor de hoofdrol in One of a kind, een avondvullend complex werk dat hij choreografeerde ter gelegenheid van de viering van 150 jaar Nederlandse grondwet. Een ongrijpbaar en tevens aangrijpend werk waarin Kroese middelpunt was. Met verstilde én heftige momenten: zoals de bruuske groepsverkrachting om aan te geven hoe gewelddadig het leven kan zijn. Nog zwaarder wogen de pauzes van twintig minuten waarin ze alleen op het podium achterbleef met de opdracht om te improviseren op heden, verleden en de toekomst.

,,In het begin ging ik uit angst veel bewegen. Later durfde ik steeds minder te doen en liet ik meer de persoon toe in plaats van de danseres. Dat was precies wat Jirí wilde; me de balans laten vinden tussen leven en beroep. Maar het stuk draaide om eenzaamheid. Ik ben zelf nogal sociaal ingesteld. Die improvisaties waren confronterend en leerzaam.'' Een geschenk noemt ze die rol, een beloning voor haar jarenlange toewijding.

Dat geschenk kwam op een goed moment, want ze had Kylián laten weten aan een nieuwe uitdaging toe te zijn. Dat ze in was voor iets anders voelde ze ook bij Touch to include van gastchoreograaf Edouard Lock. Ze danste wild met losse haren en werd vergeleken met diens legendarische muze Louise Cavalier. Meer hield ze van Forsythe, van wie ze The Vile Parody of Address en Enemy in the Figure danste. Daarin kwamen haar lange, kristalheldere lijnen goed tot uitdrukking, evenals haar tomeloze energie, trefzekere klassieke techniek en haar liefde voor de spitzendans.

Zelf was ze al werk gaan maken: in de jaarlijkse workshop en in projecten van het Haagse Korzo waar ze het eigentijdse improvisatiecircuit leerde kennen. Toch aarzelde ze om de dansers achterna te gaan die braken met het gesettelde NDT en het avontuur zoeken in het moderne circuit. ,,Ik weet niet of het echt mijn ambitie is om choreograaf te worden. Het zijn eerder goede ervaringen die ik nog kan uitdiepen. Maar ik ben nu nog niet klaar met zelf dansen. Beide is te zwaar. En wat me tegenstaat aan dat circuit is de incrowd-sfeer, dat hermetische.

,,Na het vertrek van Kylián in 1999 wilde ik stoppen. Ik miste zijn inspirerende kracht. Veel collega's kregen kinderen en dat maakt de sfeer in de groep te relaxed. Er wordt gemopperd, soms terecht als het gaat om de kwaliteit van de repetities. Aan de andere kant wordt er erg gemakkelijk geklaagd. Klagen maar niet werken, daar erger ik me aan. Ik dans al zolang, maar nog steeds wil ik mezelf verbeteren. Ik doe yoga, prepareer me een uur voor de les met speciale oefeningen. Die discipline heb ik me eigen gemaakt. Ik vond nu dat ik beter de boel aan een andere generatie kon overlaten in plaats van me te storen.

,,Collega Fiona Lummis opperde als eerste Frankfurt als mogelijkheid. Ik ben naar een voorstelling gegaan en heb Forsythe gevraagd me eerlijk te zeggen of hij me wilde. Toen het antwoord ja was heb ik me een paar weken afgevraagd of ik het leventje hier, met mijn man, achter me moest laten. Hij vond dat ik gek was al ik de kans niet zou nemen. We zijn samen opnieuw naar een voorstelling gegaan, Eidos/Telos, waar ik helemaal kapot van was. Dat is pas theater: vol dans, acteren, improvisatie. Dat gaf de doorslag. Forsythe's taal is enerzijds heel klassiek maar zijn idioom is ook verwrongen. Juist dat onderzoekende vind ik interessant. De groep zelf is net zo gevestigd als het NDT, dus dat maakt weinig verschil, hoewel de samenstelling van dansers anders is. Ik ga er open naar toe.''

In augustus begint Cora Kroese opnieuw. Dat moet als volwassen danseres, gesterkt in lichaam en geest, een andere ervaring worden dan vijftien jaar geleden.

NDT I met het programma `Verbeelding aan de macht': `Svadebka' van Jirí Kylián, nieuwe balletten van Johan Inger en Patrick Delcroix. M.m.v. het Nederlands Balletorkest. Te zien: 18 mei in Lucent Danstheater, Den Haag. Toernee t/m 8 juni. Cora Bos-Kroese danst `Svadebka' voor het laatst op 6 juni in het Muziektheater, Amsterdam.

`Veel collega's kregen kinderen en dat maakt de sfeer in de groep te relaxed'