Mug Miep zoekt iemand om te steken

Het is warm geweest, zodat de muggen weer komen. Muggen zoals mug Miep.

MUG MIEP VLOOG buiten en keek rond of er niet ergens een kiertje of gaatje was, waardoor ze naar binnen kon vliegen. Dat was niet zo makkelijk, want ieder huis heeft tegenwoordig een netje voor het raam of de deur, een hor heet dat. Mug Miep was trouwens nog heel boos geworden, toen ze hoorde dat zo'n `netje' een hor heet. Deze naam komt namelijk van haar neef, horzel Harrie en hij steekt veel gemener dan zij, Miep, of andere muggen. ,,Hoe kunnen ze nou iets naar hem vernoemen?'', had ze uitgeroepen, ,,die gemenerik, die mensen heel heel gemeen steekt en lelijke rode bulten achterlaat. Nee, dat hadden ze beter naar mij kunnen vernoemen. Ik ben veel zachter.'' Mug Miep vindt zichzelf niet zo erg, als mug. Ze probeert altijd zo weinig mogelijk te zoemen en meteen op haar doel af te gaan.

Hier dacht Miep allemaal over na terwijl ze vloog. Ha, zag ze daar een open raampje? Nee, wéér eentje met zo'n hor-Harrie. Maar wacht eens even, ja hoor, daar was een gaatje in de hor. Haha, lachte ze, die stommeriken van een mensen. Hebben ze een hor, is hij kapot!

Mug Miep wurmde zichzelf naar binnen door het gaatje en...kwam in het kamertje van Tanne terecht. Ze ging op het raamkozijn zitten om de boel te verkennen, maar zag helemaal niemand om te kunnen steken. Dan kon ze ook haar haar muggenkinderen niet voeden. Want muggen die steken zijn altijd vrouwtjes en met het bloed voeden ze kun kinderen.

Mug Miep zag niemand. Dat klopt wel, want Tanne was net eventjes naar de wc gelopen. Toen ze terugkwam was mug Miep al vlakbij haar bed gaan zitten, zodat ze niet zover hoefde te vliegen. Tanne nestelde zich weer lekker in haar bed om verder te dromen. Ha, dacht mug Miep, tijd om aan te vallen! Ze vloog op en begaf zich in de richting van Tanne's arm, die buiten het bed stak. Maar Tanne sliep nog niet, dus ze hoorde mug Miep aankomen. Hè, dacht ze, weer zo'n vervelende rotmug, gelukkig heb ik me ingesmeerd met muggenspul, zodat ze me niet zal steken. En ze wilde verder gaan slapen. Maar dat vervelende zoemgeluid kwam steeds dichterbij en dichterbij.

Opeens merkte Tanne dat haar arm buiten boord stak en ze trok hem vlug naar binnen, zodat de mug haar daar niet kon steken. Hè bah! dacht mug Miep, daar, gaat m'n doelwit. Wat nu? Ze ging op de muur zitten en keek naar beneden waar Tanne haar hoofd lag. Zou ze haar daar kunnen steken? Ze wilde net opvliegen toen ze iets groots op haar af zag komen, iets groots en rozigs. Help!, dacht mug Miep, ik word verpletterd! En op dat zelfde moment kwam het rozige voorwerp op haar pootjes terecht. Au!, riep mug Miep hard. Au, riep Tanne op hetzelfde moment, want ze had wel heel erg hard met haar hand op de muur geslagen en niet eens goed raak, zag ze nu. Mug Miep vloog snel weg met haar zere pootjes. Ze ging weer op haar plekje op de raamkozijn zitten om de schade te bekijken. Tanne ging op haar bed zitten om te kijken waar de mug gebleven was. Natuurlijk kon ze mug Miep niet vinden, want ze had zich goed verborgen, zoals muggen altijd doen als je naar ze op zoek bent. Ik ga me nog een keer insmeren met muggenspul, dacht Tanne. Dan zal die mug me vast nog een keer proberen te steken, tegen die geur kunnen ze niet op. En ze smeerde zichzelf nog een keer in met muggenspul. Ze kroop weer lekker in bed en was snel in dromenland.

Mug Miep zat nog op het raamkozijn. Ze zag dat Tanne in haar bed lag. Zou ze het nog een keer wagen? Deze keer zag ze een schouder boven de dekens uitsteken. Nu! dacht mug Miep. Met moeite vloog ze weer op, haar arme pootjes achter zich aan slepend, op weg naar de schouder van Tanne. Hè, wat rook ze toch? Een scherpe doordringende geur kwam haar tegemoet en hoe dichterbij ze kwam, hoe erger het werd. Plotseling was het niet meer te houden, zó erg stonk het. O afschuwelijk! Bah, bah!! dacht mug Miep, wat kan er nou zo vreselijk stinken! En opeens werd het haar duidelijk. Nee hè, dacht ze... MUGGENSPUL! Eerst horren en dan dit, vijand nummer twee: muggenspul. Ze kon absoluut niet verder vliegen, als ze dat zou doen zou ze doodgaan van de stank. En daar had niemand wat aan. Dan morgen maar verder op jacht.

Mug Miep wurmde zich weer door het gaatje naar buiten. Ze vloog weg, in zichzelf mompelend dat ze niet begreep waarom mensen muggen zo haten.