Meer autonomie Corsica dichterbij

Er tekent zich in de Assemblée Nationale een meerderheid af voor meer autonomie voor Corsica, zoals die is voorgesteld in de omstreden ,,akkoorden van Matignon'', waarover in juni wordt gestemd.

Discussie onstond minder over de omstreden overheveling van de wetgevende macht naar het Corsicaanse parlement en de invoering van verplicht onderwijs in de Corsicaanse taal, dan over de overdracht van het toezicht op de bescherming van het landschap (vastgelegd in artikel 12).

Minister van Binnenlandse Zaken, Daniel Vaillant, plaatste de overdracht in het kader van algemene decentralisatie. Ook andere regio's dan Corsica kunnen straks zelf uitmaken welke landschappen beschermd moeten worden. Tot nu toe was de rijksoverheid daarvoor verantwoordelijk. De wens ,,buurtdemocratie'' te bevorderen, ligt aan het voorstel ten grondslag. Er is ,,geen sprake van een Corsicaanse uitzondering'' stelde Vaillant, impliciet verwijzend naar de reden waarom zijn voorganger Jean-Pierre Chevènement vorig jaar aftrad. Chevènement vreesde een uiteenvallen van de Republiek.

Op dit moment is ongeveer tachtig procent van de Corsicaanse kust beschermd, waardoor volgens Corsicaanse politici ,,het eiland van de schoonheid'' geen op toerisme gerichte economie kan ontwikkelen. Tegenover de angst voor ,,betonnen wildgroei'' van veel afgevaardigden, die hun vrees veelal verpakten in lofzangen op de schoonheid van het Middellandse Zee-eiland, stelde Vaillant zijn vertrouwen in een ,,beheerste ontwikkeling'' van de kust door de Corsicanen. Toestemming daarvoor weigeren, betekent volgens de minister dat men van mening is, ,,dat Corsica alleen dient als groot natuurreservaat voor vakantiegangers van het vasteland''.

De RPR, de partij van president Jacques Chirac, noemde artikel 12 ,,het tekenen van een blanco chèque''. De rechtse liberalen (DL) vonden dat het maar eens afgelopen moest zijn ,,om Corsica te beschouwen als het natuurlijke domein van de maffia!'' Volgens de DL weten de Corsicanen heel goed dat het milieu de ,,voornaamste troef'' is voor de ontwikkeling van het economisch sterk achtergebleven eiland.