Klaaglied

Om mij heen sterven voortdurend vrienden en vijanden als ratten aan de vreselijkste ziektes, het wordt steeds erger, elke week komen er wel een paar bij, maar het enige waar ik de afgelopen dagen aan kon denken was mijn eigen verkoudheid. De mens is een zielige egoïst, en daar schaamt hij zich niet voor.

Mag ik even klagen? Graag. Goed, ik weet wel dat `het heerst'. Elke keer dat ik verkouden ben minstens twee keer per jaar krijg ik dat te horen. ,,Het heerst.'' Belachelijke relativering waarmee de exclusiviteit van mijn lijden onmiddellijk teniet wordt gedaan. Hoezo heerst het? Is dat proefondervindelijk aangetoond? En kan het bij die anderen wel zo erg heersen als bij mij? Nee natuurlijk.

Loopt bij hen ook dagenlang het water bij emmers uit hun gezicht? Kunnen zij ook twee nachten achter elkaar nauwelijks een oog dichtdoen wegens ziedende koppijn? Ligt ook op hun borst een gloeiende knoop van slijm? Zijn ook hun neusholtes dichtgemetseld met stopverf? Moeten ook zij daarom drie keer per dag stomen boven een afwasteiltje met een scherp stinkend middeltje waar de apotheker weer veel te veel aan verdient?

Nee toch? Dat bedoel ik. En zo gaat het nu al mijn hele leven lang. Als ik straks op mijn sterfbed lig, en ik nog het intellect heb om te kunnen tellen, dan zal ik tot de conclusie moeten komen dat minstens drie jaar van mijn leven zijn opgegaan aan het legen van mijn neus en het blaffen met mijn keel. En dan druk ik me nog zo smakelijk mogelijk uit, want als ik in details treed zult u dit stukje niet eens willen uitlezen.

Drie jaar? Het zullen er nog wel meer zijn, want toen ik nog rookte, duurden mijn verkoudheden niet één, maar twee weken per keer. Schamele beloning voor de ex-roker.

Verkoudheid. Het is een schande dat zo'n inferieur kwaaltje een mens zo kan dwarsbomen. Verkoudheid is te vergelijken met de dronkeman die zich in het café aan je opdringt met impertinente opmerkingen, en die steeds luidruchtiger en onbeschofter wordt en je hele avond bederft omdat op den duur niemand anders meer bij je durft te komen staan. Verkoudheid is vies en het besmet.

En nee, zegt de dokter, er is niets tegen te doen. Tegen griep kun je je tenminste nog laten inenten. Vitamines, zinkpreparaten, antibiotica ze kunnen niets uitrichten tegen het geheimzinnige verkoudheidsvirus. Het is een ziekte die de wereldeconomie jaarlijks miljarden moet kosten, maar die we gedogen alsof het de schoonmoeder is van de begeerlijkste vrouw ter wereld (heteroseksuele vrouwen en homoseksuele mannen mogen deze vergelijking aanpassen).

Ik kan me er niet bij neerleggen. Onze instelling deugt niet. We zijn niet weerbaar genoeg. We laten ons door de verkoudheid ringeloren omdat we haar niet serieus durven te nemen. ,,Het heerst.'' Maar ik wil helemaal niet overheerst worden, en zeker niet door een stiekem virusje met een slechte adem.