Huisartsen wijzen akkoord van de hand

De ledenvergadering van de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) heeft zich gisteren uitgesproken tegen de invoering per 1 juli van het akkoord dat het bestuur tien dagen geleden sloot met de zorgverzekeraars. Als het akkoord 1 juli ingaat krijgen de huisartsen over 2001 slechts 17.500 gulden extra praktijkkostenvergoeding, de helft van het bedrag waarover de LHV het met de zorgverzekeraars en het tarievenbureau CTG eens was geworden.

Het bestuur moet zich `tot het uiterste inspannen' om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2001 een hogere vergoeding voor de kosten van de praktijkvoering te realiseren, aldus de huisartsen. Wel schorten zij hun acties voorlopig op, zoals het niet inschrijven van patiënten en het stoppen van alle vormen van overleg.

Zorgverzekeraars Nederland en CTG vinden invoering van de hogere tarieven per 1 januari, zoals de LHV bepleit, niet wenselijk. Volgens ZN leidt dat tot een enorme rompslomp omdat dat dan voor alle dit jaar al ingediende rekeningen een aanvullende nota moet worden verstuurd. ZN verklaarde vanmorgen vast te houden aan 1 juli en aan de afgesproken nieuwe tarieven. Deze voorzien voor een huisarts met een `normpraktijk' in een vergoeding van 196.249 gulden per jaar. De tarieven moeten overigens nog worden goedgekeurd door minister Borst (Volksgezondheid).

Als de resultaten van nieuw overleg eind juni onvoldoende zijn zullen de artsen waarschijnlijk alsnog tot hardere acties besluiten.