Het bleek dat ik nummer één stond

Astrid Nijgh: ,,Wat ik op zangles van Bep Ogterop te horen kreeg, was dat ik een `contra-alt' had. Een stem die, zegt men, één op de miljoen keer voorkomt, nou ja, laat het één op de honderdduizend zijn. Dat is een tenor, of meer een bariton, maar dan bij een vrouw en dat heet dan de `contra-alt'. Om die contra-alt even aan te pakken vond Bep Ogterop een enorme uitdaging. Ik zat in Beverwijk op school, dus elke woensdag, hup, trammetje naar Amsterdam, daar ging Astridje braaf naar les.

,,Toen ik als jong meisje op Mallorca woonde, speelde ik in een beatgroepje genaamd `Los Cuervos', de raven. In Spanje had je in die tijd nog niet zoveel Engels materiaal en omdat ik altijd de Muziek Expres uit Nederland kreeg waarin alle songteksten stonden afgedrukt, hadden we een behoorlijk repertoire.

,,Ik noemde me `Cathy Ception' naar de directrice van mijn school die Katherina Conception heette: onbevlekt ontvangen. Als ik naar Nederland ging met het vliegtuig had ik een koffer bij me en daar had ik dan met nagellak `Cathy Ception' op geschilderd. Ik dacht: `Nou word ik ontdekt.' Mooi niet dus.

,,Ik hield van zangeressen als Cilla Black en Dusty Springfield. Niet van Sandy Shaw, want die deed de ademhaling niet goed! Daar lette ik natuurlijk op. Zij werd op de les ook als voorbeeld gebruikt van `zo hoort het niet'. Met een Amsterdamse bandje heb ik een paar keer gerepeteerd maar na een optreden op een personeelsfeest was mijn stem totaal overschreeuwd. Ik kreeg van Bep Ogterop het dringende verzoek er onmiddellijk mee te stoppen.

,,De Waag Taveerne was een bekende folkclub in Haarlem waar ik vaak kwam. Alles wat in die tijd met `folk' te maken had, trad daar op. Ook Boudewijn de Groot, en zo heb ik Lennaert leren kennen. Ik wist niets van hem. In de Muziek Expres stond wel eens `Tekst: L. Nijgh'. Wist ik veel wie dat was.

,,We zijn vrij snel getrouwd. Ik wilde heel graag een zangcarrière opbouwen, maar Lennaert zag dat niet zo zitten. Hij zei altijd: `Blijf jij nou maar thuis.' Op een gegeven moment kreeg hij een telefoontje van Boudewijn. Ze hadden een opdracht om voor Adèle Bloemendaal een nummer te schrijven `Ik kom er niet uit. Ik trek me terug in een commune. Ik kan het niet meer.' Ineens zat Lennaert zonder componist. `Zou jij het niet eens willen proberen?' Toen heb ik voor Adèle mijn eerste compositie geschreven. En dat lukte. Ik ging in opdracht van Rob Touber liedjes schrijven voor Jenny Arean, duetten voor Gerard Cox en Adèle, en theaterprogramma's.

,,Dat het uiteindelijk het `luisterlied' is geworden kwam door Lennaert. Ik ben door hem tekstueel als het ware opgevoed, gestuurd.

,,Na twee jaar zijn Lennaert en ik gescheiden. Ik had ineens de beschikking over heel veel materiaal van ons samen waar nog niets mee gedaan was. De dingen die mij aanspraken heb ik op een bandje gezet, en ben daarmee naar Polydor gegaan. Daar zat Hans van Oosterhout, de producer van Supersister. Hij hoorde `Ik doe wat ik doe' en riep: `Dat is het! Dat gaan we opnemen!' De tekst was van Lennaert, de muziek van mij.

,,Het plaatje kwam uit en vervolgens werd het niet gedraaid. Kennelijk gaf de tekst problemen, terwijl het gewoon het werkverhaal was van Coby, een prostituee waar Lennaert wel eens kwam. Zij vertelt over haar klanten en hoe haar leven en de business in elkaar zitten. Er gebeurde dus niets, totdat de piratenzender Radio Noordzee het een keer draaide. De programmamaker werd onmiddellijk op het matje geroepen: `Als je hem niet uit de tipparade haalt, vlieg jij er uit.' In diezelfde week heeft Veronica het plaatje opgepakt en het werd een hit. Ik was me er totaal niet van bewust. Er kwam een telefoontje van het televisieprogramma `Op losse groeven': of ik wilde komen. Ik leefde inmiddels zeer alternatief, ik keek nooit tv. Ik dacht: `Nou, misschien mag ik in de pauze een liedje zingen.' Ik kom binnen en iedereen keek: `Zo, is dat 'r nou? Zo'n jong kind?' Het bleek dat ik nummer één stond. `Ik doe wat ik doe' is als een bom ingeslagen en heeft drie en een halve maand in de hitparade gestaan.

,,Last heb ik er wel mee gehad. Ze hebben een keer foto's uit mijn auto weten te ontvreemden en later kreeg ik die allemaal in een postpakket terug, ingesmeerd met stront. Ik dacht: `Nou jongens, jullie hebben met je vingers in de stront gezeten, ik niet.'

,,Ik had de hoop dat ik in het theatergenre terecht zou komen maar ik werd bestempeld als hitzangeres. Mijn eerste optreden bleek in een of andere hoerentent. Dat valt dan wel erg tegen, met je gitaar op je buik, maar ik heb me er doorheen geworsteld. Ik had inmiddels genoeg materiaal om een avond te kunnen vullen. Maar ja, dan stond ik op het podium bij wijze van spreken tussen de Zangeres zonder Naam aan de ene en Nico Haak aan de andere kant. Ik voelde me er tamelijk ongelukkig onder. Ik ben weer gaan componeren en pas jaren later heb ik mijn zangcarrière weer opgepakt.

,,Lennaert heeft na onze scheiding gezegd: `Je bent bekend als Astrid Nijgh. Hou dat Nijgh maar aan en maak er wat van.' Dus dat is zo gebleven. Ik heb inmiddels zes albums en drie cd's uitgebracht.

,,Ik ben uiteindelijk gestopt met zingen omdat ik graag een kind wilde. `Oh, Astrid Nijgh is zwanger en ze woont met een vrouw!' Dat soort verhalen, daar had ik geen zin in. Twee keer per week presenteer ik een radioprogramma. Verder geef ik zangcoaching, een cursus repertoire schrijven... Maar kennelijk blijf ik altijd de Astrid Nijgh van `Ik doe wat ik doe'. Niet zo lang geleden plaatste ik een advertentie in een regionale krant voor mijn cursussen en toen kreeg ik later een telefoontje met: `Vuile hoer!' Het was toch weer even schrikken.''