Felle kritiek op expansiedrang van EdF

Politiek en werkgevers in Italië hebben gisteren felle kritiek geuit op het Franse staatsbedrijf Electricité de France (EdF), dat wordt verdacht van plannen om, gebruikmakend van een comfortabele monopoliepositie in eigen land, een substantieel belang te krijgen in de Italiaanse energiesector.

Deze reacties komen op het bericht dat EdF op 4 mei een belang van 3,9 procent heeft genomen in de industriële Montedison-groep. EdF en de Franse minister van Financiën, Laurent Fabius, ontkennen dat dit het begin is van een overnamepoging. EdF sprak in een verklaring van ,,een financieel minderheidsbelang''.

Veel Italianen geloven dit niet. Op de beurs in Milaan wordt al weken veel gehandeld in Montedison. Aan de ene kant staat de handelsbank Mediobanca, die tot nu toe de controle had over Montedison, aan de andere kant de Franse financier Romain Zaleski. Zaleski heeft inmiddels zeker vijftien en mogelijk dertig procent van Montedison in handen. Zijn bedoelingen zijn tot nu toe onduidelijk gebleven. In de Italiaanse pers wordt erop gespeculeerd dat hij een akkoord wil sluiten met EdF.

Montedison is een aantrekkelijk bedrijf voor EdF. Dochteronderneming Edison is het grootste particuliere bedrijf op de Italiaanse energiemarkt. De groep heeft verder dochterondernemingen in de chemie (Ausimont), de agro-industriële sector (Eridania Beghin-Say) en verzekeringen (Fondiaria).

Het Italiaanse kabinet verdenkt EdF van vuil spel. Het bedrijf profiteert in eigen land van een monopoliepositie die een forse oorlogskas oplevert. Dit geld wordt gebruikt om in landen waar de energiesector is geliberaliseerd, een plaats te kopen op de energiemarkt. EdF, voor honderd procent in handen van de Franse staat, heeft belangen genomen in Engeland, Duitsland en Zwitserland.

Een woordvoerder van het centrum-linkse kabinet in Rome zei: ,,De premier en [het ministerie van de] Schatkist bevestigen hun verzet tegen het toetreden van een monopolistisch bedrijf in staatshanden tot de groep aandeelhouders van particuliere bedrijven, zeker als deze werken in sectoren die worden geliberaliseerd.'' Minister van Industrie Enrico Letta waarschuwde voor ,,een ingrijpende verandering in het liberaliseringsproces van de elektriciteitsmarkt in de Europese Unie.''

De rechtse coalitie die zondag de verkiezingen heeft gewonnen en over een week of drie aan de macht komt, heeft eveneens bezwaren. Antonio Marzano, verantwoordelijk voor economische zaken in de partij Forza Italia en vaak getipt als de nieuwe minister voor Economie, zei dat hij ,,buitengewoon perplex'' was. Hij voegde daaraan toe dat Italië en Frankrijk kennelijk heel anders denken over begrippen als concurrentie en liberalisering. Ook de werkgeversorganisatie Confindustria verzet zich. Zij waarschuwde in een communiqué voor ,,het risico voor een monopolie op Europese schaal op het bied van de elektriciteit.''

Na jaren vertraging is nu de liberalisering van de Italiaanse energiesector ingezet. Zo moet het staatsbedrijf Enel op korte termijn een aantal centrales afstoten om meer ruimte te maken voor concurrenten.

In Italië wordt nu naar de Europese mededingingsautoriteiten gekeken. De Italiaanse pers constateert dat de Italiaanse Eurocommissaris Mario Monti duidelijk heeft gemaakt dat hij ernstige bezwaren heeft tegen de Franse handelwijze, maar op dit moment geen instrumenten in handen heeft om in te grijpen.